Dochter klaagt over moeders schoonheid

Vorige maand, op de Utrechtse Nacht van de Poezië, behoorden de redacteuren van literair tijdschrift Lava zonder twijfel tot de wakkersten. Tot diep in de ochtend besprong de rond 1972 geboren zeskoppige redactie argeloze poeziëliefhebbers, wervend wapperend met het laatste nummer van haar roze, ingenieus gevouwen blaadje. Haar enthousiasme is aanstekelijk, en dat blijft het ook na lezing van Lava.

Lava is bedoeld als een broedplaats voor talent. In tegenstelling tot veel bekende literaire tijdschriften is het geen peperduur, te dik boekwerkje, voornamelijk volgeschreven door arrivés, maar een echt, handzaam tijdschrift voor beginnende schrijvers en dichters. Het lezen van Lava is spannend; wellicht debuteert hier een Nieuwe Belofte. Lava maakt nieuwsgierig, al wisselt de kwaliteit van het gebodene sterk. Het blad bestaat nu vijf jaar en wordt financieel gesteund door het Anjerfonds Utrecht. In Lava publiceerde tot nu toe bijvoorbeeld de inmiddels vrij bekende dichter Ingmar Heytze.

Op de Internetsite licht de redactie, bestaande uit vooral vrouwelijke Utrechtse neerlandici, haar streven toe: `Lava is anders. Lava houdt er geen dogmatische literatuuropvatting op na.' De bijdragen zouden enkel en alleen op originaliteit en kwaliteit geselecteerd worden. Het verschil met andere blaadjes is overtrokken, want de tijd dat elk literair tijdschrift één bepaald soort literatuur voorstond, is voorbij. Maar Lava is marginaler, minder hoogdrempelig en staat meer open voor proeven en probeersels. Er is plaats voor proza, poëzie en essayistiek en voor werk van grafische vormgevers. De redactie verplicht zich elke inzender een uitgebreid kritisch commentaar te sturen. Lava maakt geen deel uit van het fonds van een uitgeverij en functioneert daarom idealiter als een vrijplaats in de letteren.

Het jongste nummer, verschenen in maart, heeft als thema het gezin en familieverhoudingen, net als de Boekenweek. Voorin wordt iets verteld over de levensloop van de contribuanten, waarbij vooral hun uiteenlopende leeftijden meteen in het oog springen. De oudste is geboren in 1947, de jongste – een Mavo-leerling uit Nieuwegein – in 1984. Het titelloze gedicht van de laatste, waarin een dochter zich beklaagt over de schoonheid van haar moeder (de eerste regel luidt `ik haat haar'), wint bij deze wetenschap. Liet de redactie zoiets `buitenliterairs' als leeftijd meewegen in haar beslissing tot plaatsing over te gaan? Of was het de directheid van het gedicht die haar aansprak? Hier staat nou eens echt gewoon wat er staat: `Een mislukte kopie, / dat zie jij ook, dat ziet iedereen en dat haat je. / Anders zei je wel dat je van me hield, / dan sloeg je je armen wel om me heen.' Degelijker en veelzeggender is het onheilspellende gedicht `Recept voor een kind' van Hans Mirck, dat gaat over de wereld waarin woorden nog niet vanzelfsprekend op dingen passen en nieuwsberichten nog onbegrijpelijk zijn: `totdat / eenmaal met een mannenstem / de wereld werkelijk verloren is.'

Ook het proza wisselt sterk van kwaliteit. `Lange tijd ben ik voor een oudtante de jongen gebleven die in een schaal tomaten plaste', luidt de aanstekelijke openingszin van Frank Meijer, die in de verte aan Arnon Grunberg doet denken. Meijer doet een redelijke poging vanuit een kind te schrijven. Als de oudtante snauwt: `Wat ben jij van plan?', hoor je de jongen haast benauwd hijgen: `Niks tante, ik wilde juist weer op uw groenpluchen bank gaan zitten en mijn broek gladstrijken en het volgende uur niet ademen.' Knap is dat Meijer het standaard ongemak van zo'n tantebezoek zo weergeeft dat het boeit, al ken je het verhaal eigenlijk al.

Erbarmelijk is de bijdrage van Gerrie Cuijpers waarmee deze Lava helaas opent, getiteld `Krooswiek klapwiekt'. Het verhaal over het failliete huwelijk van Zeger en Tiny Krooswiek sleept zich voort in moeizame beeldspraak en gewrongen zinnen: `[-]het is alsof de vraag zich samentrekt rond zijn hoofd als een stel rondfladderende vogels in een steeds nauwer wordende kring.' Gelukkig staat daar tegenover het verhaal van Paul Mulder, de uitsmijter van deze Lava. In `De ketting' verwoordt Mulder, die eerder onder andere voor Zoetermeer schreef, het blinde onbegrip van een vader voor zijn puberende dochter. Hij kan zich niet indenken dat er tussen haar en een ijsverkoper, die ze tegenkomen op een fietstocht, meer kan spelen dan dat ze zich schaamt met haar vader gezien te worden. Mulder maakt van zijn lezer weer even die verveelde puber die moet aanzien hoe haar vader hannest met de fietsenstandaard op de auto. Maar hij beschrijft net zo goed de worsteling van de vader die vertederd en beschaamd loert naar `het smalle kontje' van zijn dochter in haar wielerbroek.

Literair Tijdschrift Lava, jaargang 5, nummer 4 (maart 1999). Verkrijgbaar bij: Lava, Postbus 2343, 3500 GH Utrecht, giro 5501460. ƒ6,50. www.uu.nl/~lava