De zaak-Lockerbie

,,AUT DEDERE, AUT PUNIRE'', zo luidt een klassieke rechtsregel die tegenwoordig nogal eens wordt aangehaald bij de bestrijding van internationaal terrorisme. Een staat dient een verdachte van terreurdaden òf uit te leveren voor berechting in een ander land òf zelf te berechten. Deze regel heeft een grote rol gespeeld in het geval van de twee Libiërs die worden verdacht van de aanslag op PanAm-vlucht 103 boven het Schotse Lockerbie in december 1988. Voor deze buitengewoon schokkende aanslag gold in het bijzonder dat hij niet onberecht kon blijven. Er was echter een complicatie, het oude adagium werkte niet.

Na een lang en omvangrijk onderzoek eisten zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten beide de verdachten op voor berechting. Libië leverde niet uit, maar het ging zelf ook niet over tot berechting. Een dergelijk proces voor de eigen Libische ,,volksjustitie'' was trouwens volstrekt onaanvaardbaar voor de VS en het VK. ,,Slachtofferjustitie'' door deze landen werd daarentegen afgewezen door de Libische leider kolonel Gaddafi.

De Veiligheidsraad zette druk op de ketel door Libië te verplichten tot een ,,volledig en effectief'' antwoord op de Brits-Amerikaanse eis tot uitlevering. Deze oproep werd kracht bijgezet met sancties. Volgens volkenrechtsdeskundigen is dit de eerste keer dat de Veiligheidsraad een staat opdroeg eigen onderdanen uit te leveren. Het recht dat niet te hoeven doen, geldt als belangrijk element van de onderlinge gelijkwaardigheid van de staten waarop de internationale betrekkingen van oudsher zijn gebaseerd.

Sancties of niet, de impasse was compleet. Toch zijn het afgelopen weekeinde de twee verdachten uitgeleverd. Dit is het gevolg van een compromis dat mede op initiatief van de Zuid-Afrikaanse president Mandela ten slotte tot stand is gekomen: berechting in een neutraal land. Dat land is Nederland geworden. De VS en het VK hebben er wel aan vastgehouden dat het eigenlijke proces wordt gevoerd door Schotse rechters volgens Schots recht. Het professionele gehalte van deze rechtspraak vormt voor Gaddafi waarschijnlijk de beste waarborg tegen een ,,politiek'' proces.

RECHTSPRAAK OP vreemde bodem is een nouveauté die de rechtsgeleerde pennen nog geruime tijd in beweging zal houden. `Kamp Zeist' is voor het proces een soort juridische vrijstaat in Nederland geworden, maar ons land blijft natuurlijk wel een algemene verantwoordelijkheid houden. De precedentwerking is overigens niet alleen maar gunstig voor het imago van Nederland als centrum van het internationale recht. Het trekt ook onwenselijke initiatieven aan, zoals het proefballonnetje om Nederland een speciaal tribunaal voor de Koerdenleider Öcalan te laten opzetten toen de Europese partners met hem in de maag zaten.

Hoofdzaak is dat het eindelijk komt tot een behoorlijk proces. Dit ontleent zijn belang niet alleen aan het onmiskenbare gewicht van de Lockerbie-zaak zelf. Het proces demonstreert dat er juridische alternatieven bestaan voor directe acties zoals de Amerikaanse raketaanvallen op beweerde terreurdoelen in Afghanistan en Soedan vorig jaar; het type acties waarmee Libië in een vroegere fase onder president Reagan ook al eens kennis heeft gemaakt.