BEETHOVEN

In 1986 nam de Oostenrijkse violist Thomas Zehetmair twee Beethoven-sonates op met Malcolm Frager op hammerklavier en hij werd een held in authentieke kringen. Klassiek opgeleid door violist Max Rostal, begreep Zehetmair dankzij Harnoncourt dat de muziek van Beethoven `extreem geëngageerd en emotioneel tot het uiterste gespannen' moet worden uitgevoerd.

Zo denkt hij er nog steeds over, getuige zijn opname van Beethovens Vioolconcert en de beide Romances voor viool en orkest met het Orkest van de 18de eeuw o.l.v. Frans Brüggen. Met een overmaat aan affecten en een grillige, improvisatie-achtige benadering van de partituur, probeert Zehetmair het vuur in Beethovens muziek op te poken tot verzengende intensiteit en gloeiende dramatiek. Dat alles is met deels `ouderwetse' virtuositeit en een voluit vibrerende zangerigheid en deels `authentiek' spel een doel op zích geworden. Zo klinkt zijn Beethoven gemaniëreerd en versnipperd, zonder veel contact met Beethovens `heilige noten'. Ook het Orkest van de 18de Eeuw blijft steken in vitale maar fragmentarische deviezen.

Overtuigender en bezielder klinkt de Beethoven van Hilary Hahn, een van opvallendste talenten onder de jongste generatie violisten. Haar opname met het Baltimore Symphony Orchestra o.l.v. David Zinman getuigt van natuurlijk contact met de paradijselijke lyriek en de demonische dramatiek van het `vioolconcert der vioolconcerten'. Sterke punten van het prachtig uitgebalanceerde spel van Hahn zijn haar sensitieve maar krachtig fonkelende toon, haar vermogen om de muziek te kleuren zonder de klassieke vorm geweld aan te doen en de verhalende intensiteit van haar vloeiend-zangerige fraseringen. Uit Hahns virtuoze lezing van Bernsteins Serenade voor viool en orkest blijkt een verrassend doorleefd inzicht in de nobele, speelse, serene, tedere en wanhopig stemmende aangezichten van de liefde.

Zehetmair: Philips 462 123-2. Hahn: Sony Classical 60584