Wonen in je eigen schilderijen

De buitenmuren van zijn Californische villa zijn hardblauw, de hekken geel, de binnenmuren zachtroze of oranje en overal rond het huis staan groene cactussen. De Engelse schilder David Hockney woont in zijn eigen schilderijen, dat is de eerste indruk die je krijgt uit de documentaire Hockney in Perspectief van Monique Lajournade en Pierre Saint Jean. Maar meteen na deze overview komt Hockney's zwembad in beeld - meestal een slecht teken. Zou dit de zoveelste beschouwing worden over Hockney waarin de schilder wordt afgedaan als een oppervlakkige nicht die alleen maar is geïnteresseerd in strand, zee, jongens en felle kleuren? Maar nee: ongeveer het eerste dat Hockney mag opmerken is dat hij `maar acht zwembaden heeft geschilderd'. En die trekken vervolgens stuk voor stuk aan de kijker voorbij. En dat is meteen het beste middel om vooringenomen Hockney-critici de wapens uit handen te slaan. De zwembaden zijn zo overtuigend geschilderd, zo vrolijk en vol brille, dat zelfs de grootste twijfelaar begrijpt dat Hockney een geweldige kunstenaar is.

De kracht van Hockney in Perspectief ligt vooral in de ernst waarmee de schilder wordt benaderd. Eén `running gag' bevat de film, in de vorm van Hockney's tekkels Stanley en Boogie, die met grote regelmaat door het beeld hollen. Verder bieden de documentairemakers Hockney uitgebreid de gelegenheid om te vertellen over zijn fascinaties: zijn fotocollages, zijn ontwerpen voor operadecors, het kubisme en vooral het perspectief.

Dat die laatste twee pre-occupaties niet erg en vogue zijn kan Hockney duidelijk niks schelen - het lijkt hem zelfs tevreden te stemmen. ,,I have a perverse side'', merkt de stevig dampende Hockney op, ,,If it's fashionable not to smoke I smoke''. Dat blijkt ook uit de hoofdmoot van de film waarin het ontstaan wordt getoond van het monumentale schilderij A Closer Grand Canyon dat hij in december 1998 voltooide (,,Painting the Grand Canyon is something you're not supposed to do'', zegt hij grinnikend). We zien Hockney langs de bergen rijden en uitleggen hoe moeilijk het is om diepte in een schilderij te leggen. Hockney probeert daarom het perspectief om te keren of meervoudig te maken; hij gaat er vanuit dat als je verschillende momenten in een afbeelding vangt, er vanzelf diepte ontstaat.

Hoe dat werkt wordt uitgelegd aan de hand van zijn fotocollages, die hij opbouwt uit tientallen kiekjes, maar ook aan de hand van een archieffilm waarin Hockney een van zijn stadsgezichten toelicht. Daarbij zie je dat je als toeschouwer via minstens vijf verschillende standpunten de stad kunt inkijken, zonder dat de ruimte waarnaar je kijkt er hoekig of verwrongen uitziet. Hockney betoont zich een geduldig explicator en door zijn uitleg zie je pas hoe ingenieus hij alles in elkaar gezet heeft – een verre van beroerd Gezicht op Venetië van Canaletto dat ter vergelijking wordt getoond doet na al die Hockney's doods en beperkt aan.

Hockney in perspectief. AVRO, Ned. 1, Zondag 18.28-19.28u.