Wees niet bang om saai te zijn

Mart Stam (1899-1986) is een van de bekendste Nederlandse architecten uit de twintigste eeuw, maar zijn leven eindigde in schimmigheid. In de jaren zeventig en tachtig leefde hij zo teruggetrokken in Zwitserland, dat niemand meer wist of hij nog leefde, laat staan waar hij woonde. Maar vlak voor zijn dood wist de Zwitserse kunsthistorica Simone Rümmele hem op te sporen. Ze ontdekte dat hij nog twee huisjes in Zwitserland had ontworpen.

Foto's van deze huisjes zijn nu te zien op de overzichtstentoonstelling van Mart Stam in het Bouwkunde-gebouw van de Technische Universiteit in Delft. De zorgvuldig samengestelde expositie was eerder te zien in het Duitse Architectuurmuseum in Frankfurt en in het Bauhaus in Dessau. Natuurlijk had dit overzicht overgenomen moeten worden door het Nederlands Architectuurinstituut, maar dit zag blijkbaar niets in de persoonlijke documenten, foto's, ontwerptekeningen, meubels en maquettes. Gelukkig heeft de Technische Universiteit in Delft er nu voor gezorgd dat de eerste Stam-retrospectieve sinds dertig jaar toch korte tijd is te zien in Nederland.

Evenals het meeste van Stams naoorlogse werk zijn de twee Zwitserse huisjes niet opzienbarend. Stam heeft zijn grote reputatie dan ook vooral te danken aan zijn vooroorlogse werk. De start van zijn carrière was schitterend: al op 28-jarige leeftijd mocht hij een blokje woningen bouwen in de nu wereldberoemde Weissenhofsiedlung in Stuttgart, de architectuurtentoonstelling op ware grootte die moest laten zien waartoe de pioniers van het Nieuwe Bouwen in staat waren. Stams woningen staan er, gerestaureerd en wel, nog steeds tussen die van beroemdheden als Le Corbusier, Walter Gropius, J.J.P. Oud en Ludwig Mies van der Rohe. Voor zijn woningen in de Weissenhofsiedlung ontwierp Stam onder meer een stalen-buizen-stoel, die nu te boek staat als de eerste achterpootloze stoel uit de geschiedenis. Uiteraard is de stoel, als replica weliswaar, ook aanwezig in Delft.

Een paar jaar later werkte hij in Frankfurt waar hij in de nieuwe wijken van stadsbouwmeester Ernst May stroken woningen en een bejaardenhuis mocht bouwen. Vervolgens ging hij met May mee naar de Sovjet-Unie om te helpen met de opbouw van de eerste socialistische staat. Hier maakte hij stedenbouwkundige ontwerpen voor Magnitogorsk, Orsk en Makejevka, maar in 1934 werd hij het land uitgeknikkerd door de stalinisten die niet waren gediend van zijn `kazerne-architectuur'. In 1953 overkwam hem hetzelfde in de DDR, nadat hij daar vijf jaar had gewerkt aan toegepaste-kunstscholen. In de tussentijd was hij onder meer directeur geweest van het Instituut van Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam, de voorloper van de Rietveldacademie.

De tentoonstelling laat goed zien waar Stam zijn reputatie aan te danken heeft. Er zijn weinig architecten die de beginselen van het functionalisme zo radicaal en rigoureus hebben toegepast in de bouwkunst als Stam. Hij had een extreme afkeer van elke overbodigheid en was niet bang om saaie ontwerpen te maken. Ook heeft hij de wereldverbeterende pretenties van het Nieuwe Bouwen serieuzer genomen dan de meeste van zijn geestverwanten. Hij liet het niet bij retoriek over een Nieuwe Tijd die een nieuwe, zakelijke architectuur zou eisen, maar deed twee keer langdurige pogingen om in communistische heilsstaten de Nieuwe Tijd zelf vorm te geven. Dat beide pogingen door de heilbrengers niet op prijs werden gesteld, heeft ongetwijfeld bijgedragen tot zijn teleurstelling in het architectenvak. Maar verbazend is de afwijzing door communisten niet: wie op de tentoonstelling bijvoorbeeld Stams stedenbouwkundig ontwerp uit 1957 voor het centrum van Berlijn ziet, moet DDR-leider Walter Ulbricht en de zijnen gelijk geven. Als het aan Stam had gelegen lag, was Berlijn nu een wezenloos park geweest met losstaande galerijflats erin.

Wat ook goed op de expositie naar voren komt is dat voor Stam het Nieuwe Bouwen een religieus karakter moet hebben gehad. In een vitrine ligt bijvoorbeeld 't Gebed van 't socialisme, een schrijfsel van de jonge Stam. Na zijn protestantse jeugd was hij een geheelonthoudende en pacifistische christen-socialist geworden, die wegens dienstweigering in het gevang werd opgesloten. Aan het eind van zijn leven bekeerde hij zich onder invloed van zijn derde vrouw tot het katholicisme. In de tussentijd had hij in het communisme en vooral in het Nieuwe Bouwen geloofd.

Tentoonstelling: Mart Stam. T/m 13 april in: Faculteit Bouwkunde, Berlageweg 1, Delft. Geopend ma t/m vr 10-17 uur.