Plan B

Bijna even oud als de sport zelf, is de vraag wat in bridge zwaarder weegt: bieden of spelen. De heersende mening is toch wel dat de meeste punten worden gescoord met geacheveerd biedwerk. Systemen, afspraken en conventies zijn historisch gezien voortdurend onderhevig aan verandering en vooral verbetering. Met het afspel is dat niet of nauwelijks het geval. Dat kun je of dat kun je niet. De enige ontwikkeling op dit terrein lijkt dat tegenwoordig beduidend meer spelers over een verzorgde afspeltechniek beschikken dan vroeger.

Een paar decennia geleden kon je je makkelijker onderscheiden met goede speeltechniek. Vraag maar aan oud-wereldkampioen Hans Kreijns, die in die tijd gloreerde. Dat wil niet zeggen dat onberispelijke techniek of een geniale inval nu ineens minder waarde zou hebben. De hiernavolgende twee spellen wijzen eerder op het tegendeel. Het eerste is afkomstig uit het verleden maand gespeelde Europees Kampioenschap paren in Warschau.

Voor Nederland begon dat EK overigens hoopvol, toen Gert-Jan Paulissen en Roald Ramer in de kwartfinales bovenaan stonden. Helaas hielden de Amsterdammers die prachtige positie niet vast en moesten in de finale van veertig paren genoegen nemen met een 26e plaats. De andere Nederlandse paren kwamen helemaal niet in het stuk voor en haalden de finale niet eens. Het EK werd gewonnen door de huidige Olympische kampioenen, de Fransen Alain Lévy en Paul Chemla, op de voet gevolgd door de Italianen Norberto Bocchi en Giorgio Duboin.

Een Frans paar dat al twee keer eerder dit kampioenschap won, Jean-Christophe Quantin en Michel Abecassis, stelde met een veertiende plaats in de eindrangschikking enigszins teleur. Toch behaalde Abecassis een persoonlijk succes door op fraaie wijze deze 4♡ thuis te brengen:

Zonder tussenbieden bereikten Quantin (noord) – Abecassis (zuid) 6♡, waartegen west met een troefje uitkwam. De leider nam in de hand met ♡H (oost had de boer ingelegd), incasseerde ♡V en stak over naar ♠A. Abecassis, die de vijfde schoppen hoog wilde troeven (wat lukt met een 4-3 zitsel) en rekende op het goed zitten van ♦V of ♣H, troefde de volgende schoppen in de hand. Hierna kwam hij weer op tafel met troefaas (west ruiten weg) en sloeg ♠H, waarop in de hand een klaveren verdween. Toen oost niet meer bekende, schakelde Abecassis over op plan B. Hij troefde de vierde schoppen in zijn hand, sneed met succes op ♦V, incasseerde ♦H en ♦A en gooide op de vijfde en laatste schoppen zijn andere klaverenverliezer weg. West, aan slag, had alleen nog ♣HB over en was gedwongen in de aas-vrouw vork te spelen. Deze loser-on-loser ingooi leverde de Fransen een score op van tachtig procent.

Tijdens de halve finale van het verleden week in Zoetermeer gespeelde TAS Informatica open parenkampioenschap van Nederland kwam dit spel ter tafel:

Ik kreeg dit spel van Joop Meijs uit Den Haag. Zijn partner, de eveneens uit Den Haag afkomstige Marco ter Laare, zat als zuid in 4♠ (OW beperkten zich tot passen). West startte met ♣B. De leider nam deze kaart met het aas en maakte zijn speelplan op. Na twee rondjes troef, kon oost aan slag worden gebracht met klaveren. Die kon dan niet anders dan de leider aan tafel brengen, waarna de tweede klaverenhonneur bij oost kon worden weggetroefd en er nog altijd een entree in de dummy lag om op de vierde, inmiddels hoge, klaveren een harten weg te gooien. Zo zou de leider niet afhankelijk zijn van het goed zitten van ♡H.

Met deze redenatie in gedachten sloeg Ter Laare in de tweede slag troefaas. Toen hieronder troefvrouw al tuimelde, bedacht hij zich nog eens. Gezien het principle of restricted choice was de kans op ♠B bij oost aanzienlijk afgenomen. Dat betekende dat die kaart in west zat, vermoedelijk met nog twee kleintjes, waaronder de acht. Ter Laare overwoog om in slag drie een kleine troef te spelen naar de 9-10 op tafel. Hij zag hiervan af, omdat west met de boer zou kunnen voornemen en met klaveren zou kunnen vervolgen, waarna een derde rondje klaveren troefacht deed promoveren en het contract down was.

Ter Laare kreeg een briljante ingeving. Dit was zíjn plan B. In de derde slag sneed hij op ♡H. Vervolgens sloeg hij ♡A en wierp op de derde harten zijn klaverenverliezer af! West kwam aan slag (met oost aan slag was de rest precies hetzelfde gegaan) en speelde klaveren door voor de acht, de vrouw en een troefje in zuid. Nu joeg Ter Laare ♦A eruit. Die kaart moest per se in west zitten. Zou oost met die kaart aan slag zijn gekomen, zou een derde rondje klaveren alsnog troefpromotie hebben bewerkstelligd.

West nam ♦V met het aas en speelde ruiten door voor de heer. Ter Laare incasseerde ♦B en speelde ook de vierde ruiten. West zat in een troefcoupje en kreeg daardoor alleen nog troefboer binnen. Het maken van 4♠, via deze prachtige loser-on-loser scissors coup, leverde NZ 150 op bij een top van 154.