Overdonderend koor in fraaie Matthäus Passion

In de schaduw van 'honderd jaar Matthäus-traditie bij het Koninklijk Concertgebouworkest' vierde het Toonkunstkoor Amsterdam gisteravond in het Concertgebouw haar eigen Matthäus-feestje met een jubileumuitvoering van Bachs passiemuziek. Het is geen toeval dat de feestconcerten van het Concertgebouworkest en het Toonkunstkoor dit jaar samenvallen, want beide herdenken dezelfde historische gebeurtenis: de eerste Matthäus Passion die Willem Mengelberg in 1899 uitvoerde met het Toonkunstkoor én het Concertgebouworkest.

Het Toonkunstkoor heeft dit jaar meer te vieren en bracht daarom, los van het Concertgebouworkest, een jubileumboekje-met-cd uit. De annales van het koor zijn rijk gelardeerd met historische wapenfeiten. Het Toonkunstkoor vertolkte precies een kwart eeuw voor de eerste Mengelberg-Matthäus in 1874 de eerste Matthäus in Amsterdam, en in 1891 was het ook het Toonkunstkoor dat het toen nog prille Concertgebouworkest voor een Matthäus inhuurde en het orkest voor de eerste maal met Bachs passie confronteerde.

Zulke data verbleken enigszins in het licht van de passie-traditie die Willem Mengelberg honderd jaar geleden als leider van het Concertgebouworkest en het, toen ruim driehonderdkoppige, Toonkunstkoor begon. De samenwerking tussen het Concertgebouworkest en het Toonkunstkoor duurde voort tot 1972, toen het orkest doorging met kleinere koren en het koor haar passie-traditie op eigen kracht voortzette.

De Matthäus-uitvoeringen van het Toonkunstkoor vormen inmiddels een op zichzelf staande traditie. In 1989 werd Winfried Maczewski de vaste dirigent, en ondanks zijn steeds drukkere bezigheden als koordirigent bij de Nederlandse Opera en de Salzburger Festspiele bleef Maczewski ook zijn amateurkoor trouw.

Zowel vanuit historisch als uit muzikaal oogpunt is de Matthäus Passion van het Toonkunstkoor onvergelijkbaar met die van de vele andere amateurkoren die jaarlijks een Matthäus Passion uitvoeren. Het Toonkunstkoor plukt de vruchten van Maczewski, die Bachs muziek omschrijft als een toets om te zien `in hoeverre de kwantiteit invloed heeft op de kwaliteit'.

Ondanks de omvang van het koor (het telt op dit moment ongeveer honderdtwintig leden) wist Maczewski een goede balans te scheppen tussen het koor en het Nederlands Kamerorkest. De gezongen teksten klonken ook in de meest complexe polyfone passages stemgroep voor stemgroep verstaanbaar.

In koorstukken als Sind Blitze, sind Donner en het Lass ihn kreuzigen! werd het gewicht van het podiumvullend koor goed benut voor een overdonderende galm, in de koralen belemmerde de omvang van het koor nergens een vloeiende frasering.

Bij de Matthäus Passion `telt de inhoud', zegt Maczewski in een interview in het jubileumboek. Dat bleek ook gisteravond uit de rust waarmee werd vastgehouden aan de voortgang van de handeling. Bij Maczewski geen overdaad aan dynamische extremen, maar wel inhoudelijk gefundeerde tempi in bij voorbeeld het opvallend langzaam genomen Herr, bin ich's? of het juist rappe tempo van de aria Blute nur, die aangenaam ingetogen vertolkt werd door de sopraan Claron McFadden.

Evangelist Howard Crook zette zijn heldere bereik in voor beweeglijke recitatieven. Balancerend tussen vocale schoonheid en vertelkracht sloot hij aan bij Maczewski's genuanceerde Matthäus-opvatting, die eerder verhalend dan zuiver theatraal is. Crook vormde daarin de pendant van Werner van Mechelen, die een rondborstige en dramatisch gekleurde Christus zong.

In de aria Erbarme Dich ontsloot de alt Hebe Dijkstra met haar warme timbre even de tijdloze schoonheid die musicologen, theologen, psychologen en recensenten bij gebrek aan beter afdoen als `het geheim van de Matthäus'.

Concert: J.S.Bach - Matthäus Passion. Toonkunstkoor Amsterdam/Roder Jongenskoor/Nederlands Kamerorkest o.l.v. Winfried Maczewski m.m.v. Howard Crook (evangelist), Werner van Mechelen (Christus), Claron McFadden (sopraan), Hebe Dijkstra (alt) e.a. Gehoord: 2/4, Concertgebouw Amsterdam.