Onderweg naar de Hemelse Tuin

Terwijl Irak gebombardeerd werd door Amerikaanse bommenwerpers maakte het Vaticaan bekend dat paus Johannes Paulus II van plan is tijdens het jubeljaar naar dat land te reizen. Hij moet in elk geval de plaats bezoeken waar de Bijbel begint, waar de eerste mens werd geschapen, waar het Paradijs zich bevond. De Russische fotograaf Oleg Klimov ging de paus vooruit naar de Hof van Eden.

Zodra het gejammer van de Amerikaanse vliegtuigen te horen was, liepen de monniken naar het plein van het Matta-klooster en keken toe hoe de luchtbrigade, op weg om Irak te bombarderen, zich in tweeën splitste: de ene helft naar het noorden en de andere naar het zuiden. Vervolgens zagen ze vlammen in de buurt van de stad Mosul.

Alle monniken, behalve die ene die niets kon zien omdat hij al twintig jaar blind is: monnik Poras, in 1932 geboren aan de voet van de berg waar het klooster is gevestigd. Het probleem van de religie, aldus Poras, is het probleem van de omgang tussen God en mens, een probleem dat zich aandiende toen Adam en Eva uit de Hemelse Tuin werden verstoten. Ieder van ons, beweert Poras, wil onbewust naar de hemel terugkeren. Dat is de enige plek waar de mens het recht heeft om God persoonlijk toe te spreken.

Het klooster van Poras werd in de vierde eeuw gesticht. De heilige Matta, met een groepje monniken gevlucht uit Europa voor vervolging, woonde er in de bergen en verspreidde van daaruit het christelijk geloof. Volgens een oude legende had de toenmalige koning Hamrud een zoon (Behnam) en een dochter (Sarah) die lepra had. Geen van de oosterse genezers was in staat om Sarah te genezen. Toen Matta dit hoorde, nodigde hij Sarah met haar broer uit om bij hem langs te komen in zijn cel. Hij haalde hen over het christelijk geloof aan te nemen. Niet lang daarna was Sarah genezen.

De koning was woedend over het feit dat zijn kinderen het christendom aangenomen hadden en liet hen vermoorden. De dag na de dood van zijn kinderen maakten zich hevige emoties van de koning meester. Enkele dagen later werd hij waanzinnig. In een droom zag hij zijn zoon die hem overhaalde om de bergen in te gaan op zoek naar Matta en bij hem boete te doen. God aanvaardde deze boetedoening. Als teken van dankbaarheid bouwde Hamrud op die plaats in 326 een klooster.

Er circuleren ook meer eigentijdse legendes. Aan de voet van de berg is een legerbasis die onder leiding stond van een voormalige minister van Defensie van Saddam Hussein. De ex-minister had zo zijn eigen zorgen. Zijn vrouw baarde alleen maar meisjes. Zijn legerbasis inspecterend, vernam hij van de wonderbaarlijke genezingen in het klooster. Hij bezocht de blinde Poras die zijn hand beroerde en tot God bad hem een zoon te schenken. En zo gebeurde. Hij werd Ali genoemd.

Maar het geluk van de minister mocht niet lang duren. Hij stierf tijdens een van zijn inspecties in mei 1989, bij een door Saddam geregisseerd helikopterongeluk. Na het ongeluk bracht Saddam Hussein een persoonlijke bezoek aan het klooster en stelde achthonderdduizend dollar beschikbaar voor de renovatie ervan. Althans, dat vertelt broeder-portier Lucas van het klooster.

Langs de bergen waar het klooster ligt, bevindt zich de onofficiële grens met de Koerden. Het klooster is de laatste vestiging waar Saddam Hussein heerst. Zelfs onder het communistische bewind in de voormalige Sovjet-Unie weigerde men in kerken de portretten van de politieke leiders naast de iconen te hangen. Maar het eerste wat je in de ontvangstkamer van Lucas ziet, is het portret van Saddam. ,,Ik heb in alle Arabische landen gewoond en overal hangen portretten van de desbetreffende presidenten'', aldus Lucas.

Is het dus nog nodig om te zeggen dat de portretten van Hussein u overal en altijd achtervolgen? In een café kunt u zien hoe hij een kopje thee drinkt, in een moskee hoe hij bidt, in een legerbasis hoe hij een kalasjnikov vasthoudt.

Bij de ingang van de stad waar Hussein geboren is, kunnen we hem zien met een kind in zijn armen. In Arabische rooksalons met een sigaar, gekregen van zijn Cubaanse vriend Castro. Is het nog nodig om te zeggen dat alle honden op de naam Bush of Madeleine reageren afhankelijk van hun geslacht?

U moet op weg naar het Hof van Eden hoe dan ook bereid zijn de mythische stad Bagdad te bezoeken. Mythisch, omdat de grenzen tussen wat is toegestaan door de wet en wat de wens is van de mens daar onmogelijk van elkaar te onderscheiden zijn. U kunt er bijvoorbeeld verblijven in hotel Rashid, waar een telefoongesprek met Moskou 52 dollar per minuut kost en waar de portier epauletten draagt van het leger van de Britse koningin. U kunt ook logeren in hotel Adam voor maar vijf dollar per nacht, plus een gratis kaars omdat de elektriciteitsvoorziening in Bagdad om de drie uur tussen de woonwijken wisselt.

En vlakbij de hotels zal de taxichauffeur, in zijn Chevrolet uit 1957, u altijd weten te vinden om u het album `hete Iraakse dames' te laten zien of in de oosterse traditie opium te roken.

En voordat u Irak mag bezoeken, moet u langs de enige weg tussen Amman en Bagdad een aidstest ondergaan ter waarde van vijftig dollar. Als de hygiëne van de spuit u doet sidderen, kunt u altijd vijftig dollar meer betalen om er voor deze ene keer zeker van te zijn dat u het gevaar van een infectie kunt omzeilen.

Het gemiddelde loon in Bagdad is vier dollar per maand en iedereen, van armoedzaaier tot hooggeplaatst ambtenaar, zal dus trachten geld bij u los te krijgen. Alleen als u de grens aanvoelt tussen wat wetmatig en wat toegestaan is, zullen uw portemonnee en christelijke moraal gespaard blijven. Met andere woorden: Bagdad is de ware erfgenaam van Babylon.

Majoor Moeger Gamit, commandant van het voormalige Hof van Eden (nu het stadje Saddamia-Koerna), onthaalt ons in enige verwarring. Daar waar ooit de hemel was, regent het nu pijpenstelen. Omdat de stadsriool reeds tijden kapot is – sinds de oorlog tussen Iran en Irak – lijken de straten meer op een rivier en hebben de `langsvarende' auto's iets van schepen. `Regen in de woestijn brengt het geluk voor de reiziger', luidt een Arabisch gezegde, wat betekent dat geluk hier net zo zeldzaam is als regen in de woestijn. ,,Dit is de eerste keer dat het regent dit jaar, en wij zijn net zo blij als de planten die hier groeien'', zegt Said Abbas.

De heer Abbas zegt afstammeling van de profeet Mohammed te zijn en bezit er 2.500 vierkante meter grond. Ongeveer vijftig man woont op zijn territorium en is gedwongen te werken voor Abbas. Ook al beweert Abbas dat vijftig procent van zijn inkomsten naar de boeren gaat, is het duidelijk dat in het paradijs van toen nu slavenarbeid wordt verricht. De meeste mensen hier dragen geen schoenen. Hun voetzolen doen denken aan de verschroeide huid van een olifant. Voorbij de stad, bij de moerassen kunt u kinderen zien die helemaal geen kleren dragen. De vrouwen zijn verplicht hun lichaam te bedekken en doen dat vaak onder vreemde lappen waarvan de oorsprong bijna niet meer te achterhalen is. De mannen daarentegen mogen halfnaakt blijven rondlopen. In principe is de mode voor de armen hier niets veranderd sinds Adam en Eva.

Waar vroeger de Hemelse Tuin lag en nu slaven werken, zijn alleen al gedurende de laatste honderd jaar zeven opstanden geweest. Te beginnen in 1914 toen Britse schepen Irak binnenvoeren langs de rivieren Tigris en Eufraat en voor het laatst tijdens bombardementen van afgelopen december, toen er twee raketten in het centrum van de stad vielen. Tijdens de oorlog tussen Irak en Iran leidde Saddam Hussein vanaf hier zijn troepen. Hier stierven tienduizenden mensen door oorlog, honger en slavenarbeid. Hierheen vluchten nu de deserteurs uit het Iraakse leger. Hier wonen ook de zogeheten `moeras-Arabieren', sji'ieten wier geloof de boeren en vissers aanhangen. Hier is eveneens de door andere landen begeerde olie te vinden.

Sjeik Malik Salam Moechsin heeft dus gelijk als hij zegt: ,,Soms twijfel ik of hier ooit de hemel geweest is. Daarvoor zijn er veel te veel slachtoffers gevallen en hebben de mensen te veel verdriet ervaren.''

Op de muur van de commandopost van het vroegere paradijs staan, ingelijst in bladgoud, woorden gegraveerd die ooit door Saddam Hussein zijn uitgesproken: `Vrede is slechts één van de namen van God'. Sindsdien is het plaatsje naar hem vernoemd: Saddamia-Koerna. Want gebleken is dat God hier een andere naam draagt: oorlog. Een naam die de mensen wat bekender in de oren klinkt sinds de geboorte van Christus.

Vertaling: Alexandra Ourikh. Bewerking: Hubert Smeets