Met een bloedend hart

Velen van ons worstelen met binnenkort vrij vallende kapitalen uit eerder gesloten lijfrenteverzekeringen tegen periodieke premiebetaling of eenmalige koopsom, de zogenaamde koopsompolissen. Die verzekeringen zijn vaak gesloten omdat de premie of koopsom aftrekbaar was van het belastbare inkomen. Dat gaf een belastingvoordeel.

Op de einddatum moet of mag het kapitaal echter worden omgezet in een lijfrente. Maar welke verzekeraar biedt de hoogste lijfrente? Mag je wisselen van maatschappij? Hoe lang mag je een omzetting uitstellen? Er leven vele soms lastig te beantwoorden vragen.

De voor de hand liggende orakels zijn de polisvoorwaarden en de assurantietussenpersoon of verzekeraar die bemiddelde bij de verzekering. In de polisvoorwaarden staat wat je wel en niet mag, los van fiscale aspecten. De tussenpersoon/verzekeraar moet een cliënt adviseren, in ruil voor de provisie die hij berekent. De dikke belastingalmanakken zijn degelijke informatiebronnen, omdat bijna alle beperkingen en onduidelijkheden van fiscale oorsprong zijn, terwijl verzekerden graag maar ten onrechte hun verzekeraar de schuld geven. Mede daarom zijn dit klantonvriendelijke verzekeringen.

Een lezer wilde niet langer aan de leiband van een verzekeraar en de fiscus blijven lopen en nam zijn lijfrentekapitaal in eigen handen. Hij schrijft dit.

Tussen mijn 42ste en 70ste jaar bouwde ik via een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule (waardoor de premie aftrekbaar was) aan een persoonlijk oudedagskapitaal. Toen het zover was en ik er een lijfrente van moest kopen, vroeg ik bij bekende verzekeraars een offerte aan. Ik wilde een levenslange rente op mijn leven en dat van mijn echtgenote, met een overgang van 100 procent op de langstlevende na het eerste overlijden.

De voordeligste offerte bood een actuarieel (rekent met marktrente en levenskansen) rendement van 5,8 procent. Wat een rente van bruto 29 duizend gulden per jaar betekent op 500 duizend aan beschikbaar kapitaal. Daarvan houd ik netto 11.600 gulden over, doordat ik in het 60 procent tarief van de inkomstenbelasting val. De eventuele verlaging van de belasting per 1 januari 2001 reken ik niet mee, omdat ik daar geen vertrouwen in heb.

Onlangs heb ik besloten voor dat half miljoen geen lijfrente te kopen, maar het bedrag zelf te houden; het was een verzekering volgens het oude regime. Daardoor moet ik er met een bloedend hart eenmalig 60 procent inkomstenbelasting -300 duizend gulden- over betalen, want de fiscus wil het belastingvoordeel (aftrek premies) terughalen. Normaal gaat dat via de ingehouden belasting op de jaarlijkse uitkeringen.

Mij rest dus netto 200 duizend gulden (500.000 minus 300.000 belasting). Die heb ik gestopt in belastingvrije 2 procent bankbrieven (een soort obligaties) van ABN Amro, waardoor mijn besteedbaar inkomen met 5.000 gulden (2 procent van 200.000) stijgt. Dat is weliswaar 6.600 gulden minder dan de 11.600 gulden aan lijfrente, en bijna 200 duizend gulden in een periode van 30 jaar, maar het oorspronkelijke kapitaal blijft intact en we blijven baas over ons geld. Ik kan die 200 duizend gulden ook beleggen in aandelen, maar gezien de hoge koersen vind ik dat te riskant.

Indien ik vanaf het begin de premies niet in een verzekering maar in aandelen had gestopt, beschikte ik nu over een groter vermogen. Hoewel ik toegeef dat de polis het overlijdensrisico dekte en ik fiscale voordelen heb genoten. Wat vindt u?

Gedane zaken nemen geen keer, maar het jaarlijkse 6.600 gulden verschil tussen de lijfrente en de eigen belegging is wél aanzienlijk, en alleen omdat de briefschrijver zijn kapitaal niet aan wil spreken. Door ieder jaar onbelast (want eigen geld) wat op te snoepen, uitgesmeerd over bijvoorbeeld 25 jaar, komen de bedragen dicht bij elkaar in de buurt.

Wordt in het beoogde nieuwe belastingsysteem per 1 januari 2001 de rente op een vermogen niet langer belast, dan hij overschakelen naar een renterekening (of obligaties) met een hogere vergoeding dan 2 procent. Mogelijk valt zijn kapitaal dan niet onder de vermogensaanwasbelasting (jaarlijks 1,2 procent van het vermogen), omdat het voor zijn oude dag is.

De (niet gesloten) lijfrente biedt als voordeel dat de uitkering levenslang doorloopt en dus het langlevenrisico dekt.