LATIJNS AFRIKA

Eind jaren '50, kort voor de onafhankelijkheidsgolf, volgden veel landen in West-Afrika ademloos de ontwikkelingen in Cuba waar Castro zich opmaakte om dictator en Amerika-marionet Batista beentje te lichten.

Hoe de bewondering voor Cuba doorwerkte is bijvoorbeeld te horen op Dexter Johnson & Super Star de Dakar, een dubbel-cd met nachtclub-opnamen uit de jaren '64-'74 vastgelegd in de Senegalese stad Thies. De Nigeriaanse saxofonist Dexter Johnson had al diverse orkesten achter de rug toen hij de Super Star band oprichtte, helemaal in Cubaanse stijl, dus met trompetten, timbales en conga's. Het effect is curieus; liedjes gezongen in imitatie-Spaans, echter niet strak Cubaans gespeeld maar met de losse Afrikaanse slag.

Op African Salsa staan moderne voorbeelden van Afrikaanse Cuba-gekte. Er zijn producers aan het werk geweest en wat vroeger door verschillende blazers werd gedaan komt nu allemaal uit één synthesizer. Toch klinken deze opnamen Afrikaanser doordat het Spaans geen rol meer speelt en de Cubaanse ritmen worden gekruist met dat van de Senegalese mbalax. Van de veertien stukken wordt de helft opgeëist door Pape Calle terwijl Super Cayor de Dakar vier bijdragen levert.

Wat het geluid betreft winnen deze opnamen het ruimschoots maar wie gevoelig is voor tempo doeloe moet bij Dexter Johnson zijn.

Dexter Johnson: & Super Star de Dakar (Dakar Sound 016). Distr. CNR. African Salsa (Stern's/Earthworks 41CD). Distr. Munich.