KINDEREN MET ASTMA EN ALLERGIE LIJDEN ONDER MEER LUCHTVERVUILING

Dat luchtverontreiniging leidt tot een toename van sterfte onder ouderen en luchtwegklachten bij kinderen wordt al jarenlang vermoed. Onderzoekers uit Groningen en Wageningen hebben nu voor het eerst statistisch aangetoond dat een afname van de luchtkwaliteit tot meer klachten bij astmatische kinderen leidt (The Lancet, 11 maart). In drie opeenvolgende winters (1992 tot 1995) deden ruim 600 kinderen van zeven tot elf jaar aan het onderzoek mee. De kinderen woonden in de grote stad (Amsterdam en Rotterdam), maar ook op het (verstedelijkte) platteland: in Bodegraven, Meppel en Nunspeet. In de groep bevond zich een groot aantal kinderen met overgevoelige luchtwegen en/of allergie. Vooraf was van elk kind de gezondheid van de luchtwegen objectief vastgesteld. Gedurende drie maanden werden de kinderen geacht dagelijks in een dagboekje te noteren of zij last hadden van bijvoorbeeld een piepende ademhaling, kortademigheid, hoesten, keelpijn of een verstopte neus. Bovendien moesten zij tweemaal daags, bij het opstaan en voor het slapen gaan, hun piekstroom meten, dat is de maximale stroomsterkte van de lucht als zo krachtig mogelijk wordt uitgeademd. De piekstroom is een maat voor de vernauwing van de onderste luchtwegen.

Terwijl de Groningse onderzoekers zich om de ademhaling van de kinderen bekommerden, maten hun Wageningse collega's voortdurend de kwaliteit van de lucht in de vijf plaatsen. Daarbij werd vooral gelet op de concentraties aërosol (microscopisch kleine in de lucht zwevende stofdeeltjes), rook, zwaveldioxide en stikstofdioxide. Uit de gegevens werd niet alleen voor elke dag een gemiddelde 24-uurswaarde berekend, maar ook het gemiddelde over die dag en één, twee en vijf dagen ervóór. Dat maakt het mogelijk om onderscheid te maken tussen acute en sub-acute effecten.

Uit de verzamelde gegevens blijkt, dat vooral allergische kinderen met overgevoelige luchtwegen lijden onder een toename van luchtverontreiniging. Op dagen dat de luchtvervuiling piekte vertoonden zij significant meer gepiep en benauwdheid. Deze kinderen gingen ook meer hoesten en niezen, maar de toename was statistisch niet significant. Dat laatste gold ook voor de gemeten afnames van de piekstromen. Wel viel op dat de problemen met de bovenste luchtwegen ongeveer gelijktijdig toe-, maar ook afnamen met de luchtverontreiniging, wat duidt op een acuut effect. Daarnaast signaleren de onderzoekers dat de resultaten van de piekstroommetingen vooral omlaag gaan als de hoeveelheid aërosol en rook toeneemt.

Bij gezonde kinderen en kinderen met alleen overgevoelige luchtwegen, of alleen allergie is geen significant verband tussen luchtverontreiniging en luchtwegklachten worden vastgesteld.

(Huup Dassen)