Horst Wessel

De Eliot Ness van het wilde Berlijn heette politiedetective Ernst Gennat. Gennat woog 270 pond en loste, samen met zijn eeuwige secretaresse `Bockwurst-Trudchen', tussen 1918 en 1939 bijna 300 moorden op. Wegens zijn omvang leek hij zeer vertrouwenwekkend, maar van veel beweging hield hij niet. Voor het buitenwerk had hij een speciale auto ingericht die fungeerde als rijdend politiebureau annex criminologisch laboratorium. Geweld was bij hem taboe: ,,Wie een verdachte aanraakt vliegt eruit. Onze wapens zijn hersens en zenuwen.''

Wat leer ik toch een boel in het Berlijnse Politiemuseum! Wat een prachtig uitgebrande kluisdeuren, wat een ingenieuze zelfmoorden, wat een mooie foto's van interieurs uit de jaren twintig – het lijk nemen we maar even op de koop toe. Kijk, daar hebben we Karl Grossmann, die in drie jaar tijd 23 vrouwenlijken in brokjes over Berlijn verspreidde, in kanalen, in papierkorven, overal stukjes vrouw. En daar is zelfs onze Horst Wessel, die op 17 januari 1930 stervende gevonden werd in zijn kamer aan de Grosse Frankfurter Strasse. Aanvankelijk dacht men aan een politieke moord, maar de zaak bleek gecompliceerder te zijn. In de onderwereld ging het gerucht dat Wessel problemen had met de pooier `Ali' Höhler wegens een van de hoeren. Maar uiteindelijk bleek dat Horst Wessel gewoon een enorme huurschuld had, en dat zijn hospita een `proletarische afrekening' had georganiseerd die uit de hand was gelopen. Zo staat het tenminste in het politiedossier. Dat de nazi's uit die onderwereldruzie hun volkslied brouwden, tja, alles was toen mogelijk.