Het ijzig territorium

Deze week zijn de Inuit baas geworden over twee miljoen vierkante kilometer grond in Noord-Canada, Nunavut. De overdracht past in de bredere ontwikkeling van meer zeggenschap voor de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Maar makkelijk regeren wordt het niet, boven de boomgrens.

John Amagoalik spreekt over de gedwongen verhuizing van zijn familie naar het Noordpoolgebied. Bijna zes was hij toen de Canadese autoriteiten hem en zijn ouders, samen met andere families van de inheemse Inuit-bevolking, per schip kwamen ophalen in het noorden van de deelstaat Québec. Na een reis van twee maanden werden ze afgezet op een plek die Resolute ging heten, bijna tweeduizend kilometer ten noorden van hun thuisbasis.

,,Ze lieten ons achter op het strand en vertrokken'', herinnert de 51-jarige Amagoalik zich een van zijn eerste ervaringen met blanken. ,,De omgeving was volkomen anders dan ze ons hadden voorgehouden. Het was er veel kouder en de dieren en planten waar we van leefden in ons thuisland waren er bijna niet. Het was alsof we op de maan waren geland. De enige verbinding met de buitenwereld was een schip, dat eens per jaar langs kwam in de zomer. We zaten vast en konden er niets aan doen.''

De ouders van Amagoalik, vervolgt hij, waren ongeschoolde eskimo's die een traditioneel, nomadisch jagers- en verzamelaarsbestaan leidden. ,,Ze hadden weinig te maken met de blanke man. Ze waren hulpeloos in dit soort situaties. Mijn vader benaderde de volgende lente de politiepost en zei dat we terug wilden. Maar het antwoord was: `het spijt ons, maar we kunnen jullie niet terugbrengen. Jullie horen nu hier'. Het was afschuwelijk.''

Van de reden voor hun verbanning hadden de Amagoaliks geen idee. Ze waren pionnen in een strijd tussen blanken, duizenden kilometers bij hun vandaan, om soevereiniteit over het hoge noorden van het noord-Amerikaanse continent. De Amerikanen hielden er militaire installaties op na in het gebied, als afweer tegen een noordelijke aanval van de Russen. De Canadese regering, die aanspraak maakte op het bijna onbevolkte noorden, zette haar claim begin jaren vijftig kracht bij door hier en daar wat `Canadezen' te vestigen.

De negentien jaar dat Amagoalik in Resolute bleef, zijn aandeel in de High Arctic Relocation, beschouwt hij als een moeilijke ervaring, die hem niettemin sterker heeft gemaakt. ,,Ik ben er meer vastberaden door geworden'', zegt hij. ,,Het heeft me geholpen in mijn werk.'' In de afgelopen 25 jaar is Amagoalik een van de meest prominente voorvechters geworden van het streven naar de zelfstandigheid die zijn volk genoot voordat Canada de Inuit aan zich onderwierp.

En sinds eergisteren is die droom werkelijkheid. Met de schepping van Nunavut, een nieuw autonoom gebied in Canada, hebben de Inuit een hoge mate van zelfbestuur verworven binnen de Canadese federatie. Nunavut werd losgemaakt uit de Northwest Territories, de Canadese landmassa ten noorden van de zestigste breedtegraad. De algemene staatsinrichting van Nunavut lijkt op die van de andere twee gebieden en tien deelstaten van Canada; de regering is van en voor alle inwoners, ongeacht hun etniciteit. Maar omdat de Inuit (eskimo's) er veruit in de meerderheid zijn, komt het erop neer dat zij er vanaf deze week de dienst uitmaken. De regering van Nunavut is de eerste in Noord-Amerika die wordt gedomineerd door de oorspronkelijke bewoners.

,,Canadezen uit het zuiden erkennen het recht van noorderlingen om hun lot in eigen handen te nemen,'' zei de Canadese premier Jean Chrétien donderdag tijdens de formele viering van `Nunavut-dag', in een vrolijke stemming van harmonie en optimisme. ,,Als natie zijn we tot het besef gekomen dat ons land uit verschillende gemeenschappen bestaat, elk met een unieke identiteit en unieke waarden. De regering van Nunavut zal die diversiteit weerspiegelen, door de beste Inuit tradities te combineren met een modern stelsel van verantwoordelijk openbaar bestuur.''

Inheemse zaken

De vorming van Nunavut, `ons land' in de inheemse taal Inuktitut, vloeit voort uit een verdrag dat de Inuit in 1993 sloten met Ottawa, na twintig jaar onderhandelen. Het is de jongste ontwikkeling in het lange proces van regulering van verhoudingen met inheemse volken. De meeste indianen in Canada hebben door de jaren heen verdragen gesloten met blanken, waarbij ze hun aanspraken op grondgebied lieten varen in ruil voor geld of andere gunsten. De Inuit hadden tot voor kort geen verdrag. Ze worden van oudsher beschouwd als een geval apart in inheemse zaken, ook door indianen, die hun de benaming `eskimo's' gaven (letterlijk `eters van rauw vlees').

Hun geduldige wachten op een verdrag heeft echter geloond, want het resultaat was het meest vergaande akkoord dat Canada ooit sloot met een inheemse groep. Het omvat twee hoofdaspecten. Ten eerste is er een schikking over het bezit van land en grondstoffen – een zesde komt direct toe aan de Inuit, de rest is nu van de Canadese overheid, tegen betaling van 1,15 miljard Canadese dollar. Ottawa was uit op een landschikking om voorgoed af te zijn van claims en onzekerheid. Zo weten exploratiebedrijven nu voor elk stukje grond bij wie ze moeten zijn voor een vergunning.

Ten tweede ging Ottawa akkoord met de vorming van een nieuw autonoom gebied, een basisvoorwaarde van de Inuit vanaf het begin van de jaren zeventig, toen ze zich politiek begonnen te organiseren. De bewoners van Nunavut hebben het dagelijks bestuur overgenomen van de regering in het verre Yellowknife, hoofdstad van de Northwest Territories. Yellowknife wordt gedomineerd door blanken en indianen en had weinig oog voor de benodigdheden van de Inuit in het oosten. In Iqaluit, het nieuwe hoofdstadje van Nunavut, kunnen zij nu hun eigen beleid vormen op een groot aantal terreinen, als justitie, volkshuisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en cultuur.

,,De nieuwe regering is echt van ons'', zegt Amagoalik, ook wel de 'vader van Nunavut' genoemd wegens zijn jaren als onderhandelaar en, later, voorzitter van de commissie die de vorming van Nunavut heeft voorbereid. ,,We zijn altijd bestuurd door anderen, ergens anders vandaan. Dit is de eerste keer dat het bestuur in ons thuisland is aangekomen, een bestuur dat we het onze kunnen noemen, dat onze taal spreekt, dat onze geschiedenis kent en onze prioriteiten begrijpt.''

Effectief bestuur van Nunavut is echter geen gemakkelijke opgave. Om te beginnen is het enorme gebied, ten westen en noorden van de Hudson Baai, moeilijk te behappen wegens ontzaglijke natuurlijke obstakels. Nunavut is bijna twee miljoen vierkante kilometer groot, een vijfde van het totale Canadese oppervlakte, en ongeveer vijftig maal zo groot als Nederland. De grens met het restant van de Northwest Territories loopt grofweg langs de boomgrens, dus het terrein bestaat voornamelijk uit onbegroeide toendra's en eindeloze, besneeuwde heuvellandschappen, uitgestrekte eilandengroepen met verlaten baaien en fjorden, waar het bijna altijd vriest.

Bovendien is Nunavut, op Antarctica na, het dunst bevolkte gebied ter wereld. Er wonen maar 27.000 mensen, ongeveer 85 procent van hen Inuit. Ze leven verspreid over 28 nederzettingen, die honderden kilometers bij elkaar vandaan liggen en verstoken zijn van onderlinge wegen. Iqaluit is met 4.200 inwoners veruit de grootste plaats. Het is een levendig dorp, dat er op een vroege lentedag ijskoud, maar stralend bijligt aan de bevroren baai. Houten huisjes staan er kriskras rond een handvol geplaveide wegen, waarover vooral taxi's rondrijden, hun banden knarsend over platgedrukte sneeuw.

De benoeming van Iqaluit (uitgesproken Igaloewiet) tot regeringszetel heeft er een kleine bouwgolf ontketend. Bouwen in het noordpoolgebied is duur, want alle materialen moeten vanuit het zuiden worden aangevoerd, inclusief hout. Niettemin schieten kantoren en ambtenaarswoningen in Iqaluit uit de grond en wordt de laatste hand gelegd aan de wetgevende assemblee, een stijlvol, donkerblauw gebouw vol symboliek. De ingang wordt omlijst door een grote, traditionele eskimo-slee en de vergaderzaal heeft van binnen de vorm van een iglo. De zetels voor de negentien gekozen leden zijn bekleed met zeehondenhuiden.

Het parlementsgebouwtje symboliseert de razendsnelle veranderingen die de Inuit in relatief korte tijd ondergingen. ,,Toen ik opgroeide in de jaren vijftig hadden we niet eens huizen'', zegt Jack Anawak, tot voor kort hoofd van de dienst organisatie van Nunavut, nu de nieuwe minister van Justitie. ,,We woonden 's winters in hutten en zomers in tenten. We waren jagers en verzamelaars. Nu, veertig jaar later, vormen we onze eigen regering. We hebben in veertig jaar een ontwikkeling doorgemaakt waar andere naties honderden jaren over hebben gedaan.''

In vergelijking met andere inheemse volken in noord-Amerika ondergingen de Inuit pas laat de invloed van de blanke maatschappij. Door de onherbergzaamheid van hun terrein en het koude klimaat waren bonthandelaren en missionarissen lange tijd de enige blanken die zich onder de Inuit waagden. Alle Inuit ouder dan 45 jaar zijn dan ook `op het land' geboren, in kampen van families die leefden van de jacht op kariboes, ijsberen en zeehonden, en die zich voortbewogen per hondenslee.

Welvaartsstaat

Pas in de jaren vijftig begon Ottawa zich met de Inuit te bemoeien, deels uit plichtgevoel en deels uit eigenbelang, voor grondstoffen en soevereiniteit over het poolgebied. Om ze te integreren in de welvaartstaat, dwongen de autoriteiten de Inuit hun semi-nomadisch bestaan op te geven en zich permanent te vestigen rond blanke schooltjes en verpleegsposten. Eskimohonden werden afgemaakt om te zorgen dat de Inuit in de dorpjes bleven. Voedingsmiddelen en gebruiksartikelen werden vanuit het zuiden aangevoerd.

In korte tijd maakte het traditionele eskimo-bestaan plaats voor een modern leven in de hedendaagse tijd van satelliettelevisie en het Internet. ,,Mijn kinderen kunnen zich niet voorstellen dat we geen televisie hadden, geen video, geen telefoon'', zegt Anawak, die in 1950 werd geboren in een tent in de sneeuw.

Maar de overgang verliep niet vlekkeloos. ,,We waren gewend geheel in ons eigen onderhoud te voorzien. Nu werden afhankelijk van de regering'', aldus Anawak. ,,Dat was een verpletterende slag voor ons gevoel van eigenwaarde.''

De overgangsperiode heeft diepe wonden achtergelaten in de hedendaagse maatschappij van de Inuit – wonden die de nieuwe regering hoopt te helen.

Minder dan de helft van volwassen Inuit in Nunavut heeft betaald werk; een derde leeft van de bijstand. Huisvesting is vaak armoedig en de kosten van het levensonderhoud zijn astronomisch hoog (een tweeliterpak halfvolle melk, waar zuid-Canadezen 2,11 dollar voor betalen, kost in de supermarkt in Iqaluit 5,71 dollar, ongeveer acht gulden).

Verslaving aan alcohol en drugs komt veel vaker voor dan in de rest van Canada, en het snuiven van benzine is niet ongebruikelijk. Criminaliteit is hoog, met vooral een hoog aantal seksuele misdrijven. In sociaal-economisch opzicht is Nunavut een ontwikkelingsland binnen de grenzen van het steenrijke Canada.

,,Het is een zieke maatschappij'', zegt Jens Steenberg, aannemer en meubelmaker van Deense afkomst, die sinds vijftien jaar in Iqaluit woont. ,,De meeste Inuit zitten thuis tv te kijken op een uitkering. Ze weten niet hoe ze moeten jagen, maar ook niet hoe ze zich staande moeten houden in het zakenleven.'' Het feit dat ze gewend zijn geraakt aan het vangnet van de bijstand is volgens hem ,,de grootste fout'' die de blanke maatschappij met de Inuit heeft gemaakt. ,,De methoden van de blanke maatschappij werken hier niet. Daarom gaat het met velen mis.''

Het aantal zelfmoorden onder Inuit is ruim zes maal zo hoog als het Canadese gemiddelde. ,,Iedereen in Nunavut komt met zelfmoord in aanraking'', zegt Sheila Levy, een psychologe die een hulplijn heeft opgezet voor personen met zelfmoordneigingen. Bellers hebben meestal te kampen met een combinatie van problemen, verklaart ze: ,,financiële moeilijkheden, relatieproblemen, gebrek aan scholing, slechte behuizing, seksueel misbruik. Velen kunnen het hedendaagse bestaan niet aan.''

Paul Okalik kan daarvan meepraten. Op zijn veertiende verloor hij een broer aan zelfmoord. Hij maakte zijn school niet af en raakte aan de drank. Maar, vertelt hij, vanuit een diep dal vond hij de kracht om te ontnuchteren en zijn leven te beteren. Hij vertrok naar Ottawa om te studeren, werd begin dit jaar tot eerste Inuit meester in de rechten en is nu, op zijn 34ste, de eerste premier van Nunavut.

Okalik, een man van weinig woorden, staat model voor een nieuwe generatie Inuit. ,,Ik ben door moeilijke tijden gegaan, maar ik ben er overheen gekomen'', zegt hij zacht. ,,Ik probeer een goed, gezond leven te leiden en geen misbruik te maken van alcohol of drugs.''

Okalik heeft een ambitieuze agenda voor de revalidatie van zijn volk: hij wil onder meer het tekort aan huisvesting wegwerken, het onderwijssysteem verbeteren en de economie stimuleren, met name de zwakke particuliere sector.

Exotisch

Het zal niet eenvoudig zijn om het patroon van afhankelijkheid van de overheid te doorbreken. De nieuwe regering is direct veruit de grootste werkgever in Nunavut, verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle arbeidsplaatsen. Deze worden bovendien indirect betaald door Ottawa, dat 90 procent van de begroting van Nunavut voor zijn rekening neemt (ongeveer 600 miljoen dollar per jaar). Een boze briefschrijver uit Toronto omschreef Nunavut als een ,,bodemloze put voor belastingdollars.''

Okalik heeft zijn hoop vooral gevestigd op visserij en op de winning van grondstoffen als metalen, olie en gas. Twee lood- en zinkmijnen zijn al in bedrijf in Nunavut, al bieden ze vooral werk aan zuid-Canadezen. Tevens voorziet Okalik groei in de sectoren toerisme en kunst en nijverheid. ,,We moeten een balans zien te vinden tussen de moderne en de traditionele economie'', zegt hij.

Er zijn economische succesjes in Iqaluit. Handel in kunstobjecten van de Inuit levert de plaatselijke economie per jaar honderdduizenden dollars op, zegt Michael Landry, manager van een kunsthandel. Hij verkoopt stenen beeldjes van ijsberen, zeehonden en Inuit vissers, gemaakt door plaatselijke kunstenaars. ,,Het is de meest exotische cultuur die we hebben in Canada'', zo verklaart Landry de populariteit ervan in het rijke zuiden. ,,Met de vorming van Nunanvut is de vraag naar Inuit-kunst alleen maar toegenomen.''

Meeka Mike heeft haar eigen onderneming in pooltoerisme. Ze organiseert reizen over de besneeuwde toendra's per hondenslee – van dagtochten tot een hele week in de koude wildernis, met overnachtingen in iglo's. Haar eskimohonden traint ze zelf. Acht van hen sleuren een traditionele houten slee van een meter of drie, bekleed met ijsberenhuid, door het serene, verblindende poollandschap. Het is een hobbelige rit, want het ijs is nogal oneffen, opgestuwd door het getij. Mike schreeuwt schrille bevelen in Inuktitut (atii! atii!), gebruikt een lange, handgemaakte zweep van zeehondenhuid en rent af en toe voor de honden uit om ze te sturen.

,,Mijn gasten vinden het rustgevend'', zegt Mike. Zij krijgt klanten uit Canada, de VS, Europese landen en Japan. Haar tarieven zijn prijzig, vanaf 150 dollar voor een dagtocht, maar ze bezorgt de avonturentoerist een unieke ervaring. Ze krijgen kleren van kariboe- en ijsbeerbont aan en tijdens de langere tochten gaan ze op jacht. ,,Niet voor de show'', zegt ze. ,,We hebben de dieren echt nodig.''

De sleutel tot een goed leven in Nunavut ligt volgens velen in een balans tussen het traditionele en het moderne bestaan. Hoewel Okalik de Inuit beter hoopt te integreren in de moderne economie, onderstreept hij tevens het belang van cultuurgevoelig beleid. Een van zijn prioriteiten is hervorming van het rechtssysteem in Nunavut, naar Inuit normen en waarden. Zo zouden wetsovertreders moeten worden behandeld met een grotere nadruk op rehabilitatie dan op straf, door middel van `landprogramma's', waarbij gedetineerden onder begeleiding de toendra opgaan om jacht- en overlevingstechnieken te leren. De verbintenis met het land wordt beschouwd als een ,,natuurlijke, mentale genezing'' voor Inuit die hun identiteit zijn kwijtgeraakt.

Op soortgelijke wijze putte premier Okalik wilskracht uit de traditionele levenswijze van zijn ouders. ,,De Inuit hadden nooit sterke drank'', verklaart hij zijn overwinning van alcoholverslaving. ,,Mijn ouders dronken nooit. Ze gingen door moeilijke tijden, maar kwamen er goed doorheen. Ik heb daar mijn voordeel mee gedaan.''

Wat de grondleggers van Nunavut betreft vormt het nieuwe gebied een zekere genezing van de problemen die de blanke maatschappij de Inuit heeft toegebracht. Volgens John Amagoalik zijn de voordelen merkbaar in de vorm van nieuwbouw en werkgelegenheid. ,,Ik ben heel tevreden'', zegt hij. ,,Ik denk dat we het beter zullen doen.'' Wijzend op de emancipatie van de Inuit tegenover blanken, slaat hij een verzoenende toon aan. ,,Velen van ons zijn misschien nog wel een beetje boos, maar er is geen bitterheid'', zegt de poolbanneling van weleer, die zich deze zomer terugtrekt uit de politiek. ,,We hebben het ze vergeven.''

De methoden van de blanke maatschappij werken hier niet