EU mag snel, maar niet te snel oostwaarts

Het landbouwakkoord dat de Europese regeringsleiders vorige week in Berlijn sloten, heeft open einden. Polen heeft al aangekondigd ook inkomenssteun te willen hebben voor de boeren.

Zijn de Europese regeringsleiders er op hun top in Berlijn nu wel of niet in geslaagd de Europese Unie geschikt te maken voor uitbreiding met Oost-Europese lidstaten? Ze begeleidden hun akkoord over de lange termijn financiering van de EU en over hervorming van het landbouwbeleid met de verzekering dat uitbreiding ,,een historische prioriteit'' blijft. Maar de Duitse onderminister van Buitenlandse Zaken, Verheugen, heeft gezegd dat de afgesproken ingreep in het landbouwbeleid onvoldoende is om nieuwe lidstaten in de EU te kunnen opnemen. Voor uitbreiding van de EU zijn volgens hem nieuwe hervormingen noodzakelijk.

Bij de nu nog zittende Europese Commissie bestaat geen eensluidende mening over de gevolgen van het akkoord voor de uitbreidingsonderhandelingen. De een zegt dat gesprekken met kandidaatlidstaten over toetreding nu voortvarend voortgezet kunnen worden. Een ander daarentegen interpreteert de in Berlijn moeizaam bereikte overeenkomst als een officiële bezegeling van het standpunt dat sommige diplomaten al langer verkondigen: de eerste nieuwe lidstaten zullen op z'n vroegst in 2005 tot de EU kunnen toetreden.

De Europese Commissie is bij de berekeningen over de financiële gevolgen van uitbreiding tot nu toe uitgegaan van 2002 als het jaar waarin de eerste nieuwe landen lid van de unie worden. Minister van Buitenlandse Zaken, Van Aartsen, zei onlangs in Warschau te wensen dat Polen in 2003 lid wordt. Die uitspraak is door de Poolse regering met grote instemming ontvangen. Maar volgens diplomaten in Brussel heeft Van Aartsen er ongenoegen mee veroorzaakt binnen het Nederlandse kabinet, dat als officiële lijn aanhoudt dat de uitbreiding ,,zo snel mogelijk'' moet gebeuren, zonder daarbij een jaartal te noemen.

Als Polen met zijn zeer archaïsche landbouw op dit ogenblik lid zou worden, zou het Europese landbouwbeleid onbetaalbaar worden. Vandaar dat de Europese Commissie had voorgesteld om dit beleid te hervormen door de prijzen omlaag te brengen in de richting van die van de wereldmarkt (en daarmee van Polen). De boeren in de huidige EU-lidstaten zouden met inkomenstoeslagen gecompenseerd moeten worden. Oost-Europese boeren zouden daarop geen recht moeten krijgen, omdat hun inkomens niet achteruit gaan.

De Europese regeringsleiders besloten vorige week de hervormingen af te zwakken en voor wat de zuivel betreft zelfs tot 2005 uit te stellen. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Fischer, zei na afloop van de nachtelijke onderhandelingen al direct dat snel tot nieuwe hervormingen van het landbouwbeleid besloten zal moeten worden. Die uitspraak had niet alleen te maken met de uitbreiding, maar ook met het feit dat slechts weinigen geloven dat het in Berlijn overeengekomen landbouwbeleid stand zal houden in de komende onderhandelingsronde van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Die ronde moet dit najaar beginnen. Dan zal de EU onder nieuwe druk komen te staan van landen als de VS, Australië en Argentinië om de steun voor de landbouw verder te verminderen. Volgens diplomaten van sommige EU-lidstaten is het Berlijnse akkoord niet van belang voor de uitbreidingsonderhandelingen. Dit najaar moeten de 15 lidstaten de eisen vaststellen die aan kandidaat leden gesteld worden op landbouwgebied. De EU zou kunnen eisen dat Poolse deelname aan het Europese landbouwbeleid pas na een zeer lange overgangstermijn mogelijk is. Tegen de tijd dat Polen volwaardig als lid bij het landbouwbeleid zou meedraaien, zou de EU dit voldoende hervormd kunnen hebben.

Maar Polen, dat samen met Hongarije, Tsjechië, Estland, Slovenië en Cyprus behoort tot de landen die als eersten lid van de EU hopen te worden, kijkt er heel anders tegen aan. Volgens Poolse diplomaten kan bij het bepalen van de onderhandelingspositie alleen uitgegaan worden van het landbouwcompromis dat de regeringsleiders van de EU vorige week in Berlijn bereikten. Op zuivelgebied zouden stijgende Poolse prijzen en dalende prijzen in de EU het mogelijk maken dat Poolse boeren al snel volledig aan het EU-landbouwbeleid deelnemen. De graanprijzen zijn op het ogenblik in Polen hoger dan in de EU. Het gevaar dat de EU overspoeld wordt met Pools graan bestaat dus niet. Het echte probleem is rundvlees, waarvoor de prijzen in Polen de helft zijn van die in de EU. Daarvoor lijkt niet aan een overgangsregeling te ontkomen zijn, zolang de EU de prijzen niet verder heeft verlaagd.

Polen denkt er niet over om af te zien van inkomenssteun voor boeren en voorziet daarom zeer harde onderhandelingen met de EU. Volgens Poolse diplomaten zullen er Poolse boeren zijn die na de toetreding tot de EU niet meer met hun producten kunnen concurreren tegen de landbouw in de huidige EU. Voor die boeren zou inkomenssteun nodig zijn. Op het Poolse platteland is ruim 35 procent van de bevolking afhankelijk van de landbouw. De Poolse regering wil absoluut voorkomen dat deze plattelandsbevolking ontevreden is over het onderhandelingsresultaat en bij een toegezegd referendum tegen toetreding tot de EU gaat stemmen.

Over één financiële afspraak met betrekking tot uitbreiding, die in Berlijn werd gemaakt, bestaat geen onduidelijkheid. Dat betreft het akkoord om van 2000 tot 2006 jaarlijks 3,12 miljard euro te reserveren voor hulp aan kandidaatlidstaten om zich aan de EU-standaarden aan te passen. Over deze post was geen enkele discussie. In de kandidaatlidstaten wrijft men zich in de handen: er kan geen twijfel meer rijzen over de omvang van deze steun.VS zullen landbouw opnieuw onder druk zetten