Elles mag na de zomer niet meer knutselen

Er is te weinig plaats om verstandelijk gehandicapten overdag op te vangen. Toch is er geld genoeg.

Als Elles OudeElberink een dag niets te doen heeft, kijkt ze 's ochtends naar soapseries. Daarna draait ze op haar kamer urenlang keiharde smartlappen. Elles zingt zo luid mee dat het op straat te horen is. 's Middags zijn er weer soaps, en daarna gaat de cd-speler weer aan.

Vanaf 1 augustus zien Elles' doordeweekse dagen er altijd zo uit. Vorige week werd ze twintig, en dat betekent dat zij de Dr. Herderschêeschool in Almelo, een school voor zeer moeilijk lerende kinderen, moet verlaten. Werken kan ze niet. Elles is een mongool. Eigenlijk zou ze naar een `dagactiviteitencentrum' moeten. Daar kan ze knutselen of onder begeleiding meelopen in een bedrijf. Maar de wachtlijsten van de dagcentra zijn zo lang dat er de eerste jaren geen plaats voor haar is. Dat blijft niet zonder gevolgen. Als Elles niet bijhoudt wat ze op school geleerd heeft, leert ze het schoonmaken, boodschappen doen, een beetje lezen en rekenen zo weer af. Bovendien zal ze zonder contact met andere gehandicapten vereenzamen.

Wrang is dat het ministerie van Volksgezondheid ieder jaar miljoenen overhoudt van het geld waarmee mensen zoals Elles geholpen zouden kunnen worden. Het gaat om duizenden mensen, en het aantal neemt al jaren toe. Begin 1997 wachtten 3.051 verstandelijk gehandicapten op dagbesteding, in juli 1998 was dat aantal opgelopen tot 3.847 – een toename van 26 procent. Ruim eenderde van hen geniet geen onderwijs of andersoortige opvang, en is dus afhankelijk van familie of vrienden.

De dagopvang is verstopt. De wachttijd bedroeg in 1997 nog 316 dagen, vorig jaar was dat al 430 dagen. Vergrijzing speelt daarin een rol. De gehandicapten kunnen in principe gebruik maken van dagopvang tot ze overlijden. Ter illustratie: in de regio Eemland komen in augustus twintig jonge verstandelijk gehandicapten van school, maar sinds eind vorig jaar is er slechts één plaats in de dagopvang vrijgekomen.

Sinds drie jaar kunnen gehandicapten ook proberen buiten de wachtlijst om voor dagbehandeling in aanmerking te komen. Daartoe kunnen ze een persoonsgebonden budget (PGB) aanvragen. Daarmee krijgen niet de instellingen maar zijzelf rechtstreeks overheidsgeld waarmee hun ouders `zorg op maat' kunnen kopen. Dagcentra kunnen van dat geld extra personeel en middelen inhuren. Maar van dit budget voor verstandelijk gehandicapten, 86 miljoen, bleef vorig jaar 13 miljoen over, zo'n 15 procent. Verwacht wordt dat van de 105 miljoen dit jaar 15 miljoen niet wordt uitgegeven.

Ondanks het financiële overschot bestaan er toch wachtlijsten voor de PGB's. In de regio Twente, waar de Dr. Herderschêeschool onder valt, staan 427 mensen `met de hoogste urgentie' op de lijst. Het afgelopen jaar zijn in de regio vijftien PGB's toegekend. Elles staat op 177. Volgens het ministerie wordt het PGB-geld niet opgemaakt, doordat de regeling erg ingewikkeld is. Ook zijn sommige verzekeraars actiever in het toekennen van het geld dan andere.

De ouders van tien kinderen die in augustus afmoeten van de Herderschêeschool zijn wanhopig. Ze moeten hun baan opzeggen om voor hun kinderen te zorgen. ,,Tot nu toe hebben we het met noodoplossingen nog weten te redden'', vertelt R. Stegehuis van Het Sigt, de wachtlijstcoördinator in de regio. De dagcentra in de regio namen het afgelopen jaar 265 mensen op, terwijl er officieel maar plaats was voor 193. ,,Maar nu lukt het ons echt niet meer.''