EEN WIELERPLOEG ZONDER GEHEIMEN

De wielerploeg van Theo de Rooy bezet sinds vorige week de eerste plaats in het UCI-klassement. In Frankrijk wordt de dadendrang van de Raborenners in verband gebracht met doping. Tot grote ergernis van de ploegleiding. ,,Wij hebben niks te verbergen.''

In de eetzaal van hotel Sparrenbos in De Panne ontstaat een levendige discussie over het gebruik van stimulerende middelen. Ploegarts Geert Leinders en ploegleider Theo de Rooy vertellen over de psychologische aspecten en de verleidingen van doping. Over het gebruik van EPO in het peloton. Over het gebruik van amfetamine in discotheken. Ze zijn deze woensdagavond niet op de hoogte van het juridisch onderzoek naar de gevonden ampullen amfetamine bij de wielerploeg van Mapei. De volgende morgen is het nieuws wijd verspreid in de Driedaagse van De Panne. De Rooy loopt ,,als een geslagen hond'' tussen de ploegleiderswagens. ,,Je denkt meteen: het zal toch niet weer gebeuren?''

Sinds de Tour de France van vorig jaar staat de wielerkaravaan bij voortduring in een kwade reuk. Bij Rabobank verwijzen de betrokkenen naar de huisregels van de hoofdsponsor. Mocht er een renner of begeleider schuldig worden bevonden, dan staat hij de volgende dag op straat. Overigens hanteren de meeste wielerploegen deze huisregels. De renners van Rabobank zijn sinds de sponsorovereenkomst in 1995 niet `positief' bevonden, maar in hoeverre is dat een bewijs van onschuld?

Manager Jan Raas weet zeker dat ,,onze jongens naturel rijden''. Tegelijktertijd steunt hij de harde aanpak van de Franse, Italiaanse en Belgische justitie. ,,De feiten liegen niet'', vertelt hij vanuit zijn kantoor in het Zeeuwse 's Heerenhoek. ,,Laat ze maar wroeten en de hele rotzooi uitroeien. Ik hoop in godsnaam dat wielrennen een cleane sport wordt, maar geef de heren even de tijd. Trouwens, ik ben ervan overtuigd dat er in andere sporten evenveel wordt gepakt, maar wij hebben nu eenmaal een slechte naam.''

De Rooy geeft een soortgelijke verklaring voor het bevlekte blazoen van het cyclisme. ,,Wij snijden ons in het eigen vlees. De bereidheid om het dopingprobleem op te lossen is heel groot. Anders gaan we toch geen gezondheidscontroles uitvoeren om half vijf in de ochtend, zoals laatst voor Milaan-Sanremo? Door die strenge aanpak krijgen we karrenvrachten met modder over ons heen gegooid. Dat moet dan maar. Gelukkig hebben we bij Rabobank niks te verbergen.''

Over de tendentieuze berichtgeving in de Franse pers, waar de sterke prestaties van Rabobank in verband worden gebracht met dopinggebruik, kan Raas zich niet erg druk maken. ,,Je kunt zulke indianenverhalen het beste negeren. Wij weten dondersgoed waarmee we bezig zijn. Onze renners vertonen elk jaar een gestage progressie, dankzij betere voeding en betere trainingsmethoden. Ik zet pas een vraagteken bij renners – let op: ik zeg niet dat ze schuldig zijn – wanneer ze in een kort tijdsbestek boven zichzelf uitstijgen.''

De Rooy spreekt over ,,een lachwekkende en beschamende situatie'' in de Franse pers. Hij overweegt een rectificatie van een artikel in het Franse bondsorgaan waarin de dominante rijstijl van de Rabo's in Parijs-Nice aan de kaak wordt gesteld. ,,Alsof wij met allemaal krullenjongens aan de start stonden! Wij reden Parijs-Nice met onze beste ploeg. En wij konden zo goed presteren door een vroege ontsnapping in een waaieretappe en door de afwezigheid van een paar sterke ploegen die liever in de Tirreno-Adriatico van start gingen. Ik ben vooral verbaasd over de onbenulligheid van de argumenten.''

Volgens de Vlaamse dokter Leinders is het gebruik van verdovende middelen inherent aan de moderne maatschappij. Hij ergert zich aan de overdreven aandacht die de media en de politiek aan dopinggebruik besteden. ,,Het probleem wordt opgeblazen. Doping is een bliksemafleider voor andere zaken. Op het journaal krijgt de oorlog in Kosovo zeven minuten zendtijd en de affaire met Richard Virenque drie minuten. De verhoudingen zijn scheef gegroeid. En wat te denken van een politieker die als een ketter sigaretten rookt en tegen een renner zegt dat hij geen pilletje mag slikken. De penalisatie is ook belachelijk. U gaat een dopingzondaar toch niet in het gevang stoppen.''

Volgens ploegleider De Rooy loopt zijn dochter in het uitgaansleven meer gevaar dan zijn zoon in de wielersport. Hij heeft begrip voor de strengere controles, maar ergert zich aan het eenzijdige beleid van politie en justitie. ,,Geparkeerde auto's op het parcours zijn minstens zo gevaarlijk, maar met een goed verkeersbeleid kan de overheid blijkbaar niet scoren. Valsspelers zullen er altijd zijn. In de wielersport maar ook in de gewone maatschappij. De menselijke natuur is nu eenmaal niet te veranderen.''

De Rooy erkent dat zijn werkzaamheden zwaarder zijn geworden, sinds de dopingcontroles zijn verscherpt en het vervoer van onschuldige medicamenten tot aanhouding en ondervraging kan leiden. ,,Ik ben toch verantwoordelijk voor het hele gebeuren. Elk pakketje zonder label moet ik uit de materiaalwagen graaien en aan de dokter of de verzorger voorleggen. Ik moet domweg alle risico's uitsluiten.''

Leinders daarentegen ziet weinig verschil met andere jaren. ,,Ik moet de renners beschermen tegen zichzelf en hen goed voorbereiden op een wedstrijd. Wielrennen is een loodzware sport die intensieve medische begeleiding vereist. U kunt een renner niets verwijten als hij een pilletje tegen de hoofdpijn neemt. Als de balans in het lichaam niet wordt verstoord en het middel niet op de lijst van verboden producten staat, heb ik geen bezwaren. Dan praat ik over onschuldige middelen. EPO is een heel andere zaak.''

De ploegarts en de ploegleider van Rabobank beschouwen het eiwithormoon EPO als een prestatiebevorderend middel. Andere producten worden volgens hen vooral om mentale redenen geslikt of gespoten. Leinders: ,,Een renner kan moeilijk aanvaarden dat hij aan het kwakkelen geraakt en komt bij het minste geringste in de verleiding om iets te gebruiken. Zeker als de kranten volstaan met het nut van bepaalde wondermiddelen.'' De Rooy, die zelf op het hoogste niveau heeft gefietst: ,,Een renner krijgt veel meer de tijd om te piekeren dan een voetballer, die wordt afgeleid door zijn teamgenoten. De eigen prestatie is heilig. Als je minder in vorm bent, gaat het geweten knagen.''

Als doping taboe is bij Rabobank, wat is dan het geheim achter de wielersuccessen? Alle betrokkenen spreken over de professionele structuur van de organisatie en de financiële steun van de hoofdsponsor. Door het aantrekken van enkele ervaren buitenlandse renners komt het Nederlandse talent sneller dan verwacht tot ontplooiing. Michael Boogerd behoort tot de wereldtop. Leon van Bon zit daar tegenaan. En de neo-profs Matthé Pronk en Karsten Kroon hebben minder aanpassingsproblemen dan hun voorgangers. Zij zijn afkomstig uit de amateurploeg van Nico Verhoeven, die net als Frans Maassen met de juniorenploeg voor een doelgerichte doorstroming zorgt.

,,Ik heb nooit geloofd in een patatgeneratie'', verwijst De Rooy naar de kritische geluiden over de verwende wielerjeugd. ,,Het noorden van Italië is ook welvarend en daar komen wel de sterkste coureurs vandaan. Die jongens worden net zo in de watten gelegd als onze jongens. In Italië was het vijftien jaar geleden kommer en kwel. Bij elk spatje regen stapten die knapen van hun fiets. Alleen viel dat minder op. In Nederland is de spoeling dunner en de visvijver met talenten veel minder groot dan in Italië.''

Raas, die als renner en als ploegleider bekend stond als een jongen van de gestampte pot en de opgestroopte mouwen, benadrukt de waarde van de intensieve begeleiding. ,,Wielrennen is al lang geen spelletje meer. Wij halen de winst uit kleine dingen. Zo hebben we een voedingsdeskundige aangesteld, want alle renners eten maar raak. Moet je elke dag drie borden met spaghetti eten of zijn er betere alternatieven? Verder gaan we ons dit voorjaar intensief bezighouden met de aerodynamica. We gaan met Engelse wetenschappers aan het werk in een windtunnel in Almere. De houding op de fiets kan zeker verbeterd worden.''

De dure investeringen bij Rabobank worden met argusogen bekeken door de Nederlandse concurrentie. Er zou sprake zijn van een ongezonde machtspositie, mede veroorzaakt door het sponsorcontract van Rabobank met de nationale wielerunie (KNWU). Raas reageert fel op de aantijgingen. ,,Laat iedereen blij zijn dat een groot concern zoveel geld in de wielersport wil steken. Ons hele beleid is op de ontwikkeling van de jeugd gericht. Van alle kantoren in heel Nederland is 85 procent aangesloten bij wielerclubs. Ze organiseren dikke-bandenwedstrijden en bewijzen de wielercultuur een goede dienst. Er is duidelijk sprake van een algemene opleving. Mede dankzij Boogerd natuurlijk, want Nederlanders lopen alleen warm voor het wielrennen als ze weer een topper hebben.''

Raas en De Rooy zijn positief verrast door de stormachtige ontwikkeling van Boogerd, die na zijn eindzege in Parijs-Nice en zijn tweede plaats in de Catalaanse Week door kenners in binnen- en buitenland als kanshebber in de Tour de France wordt beschouwd. Zeker wanneer de Duitser Jan Ullrich blijft sukkelen met zijn gezondheid en de Italiaan Marco Pantani liever in de Giro en de Vuelta aan de start verschijnt. Krijgt Nederland een opvolger van Jan Janssen en Joop Zoetemelk?

Raas houdt zich op de vlakte. ,,Die kleine Boogerd heeft verschrikkelijk veel in zijn mars, maar laten we niet op de zaak vooruitlopen. Ik heb hemzelf binnengehaald en ik ben best wel een beetje trots op die knul. Toch had ik niet verwacht dat hij zoveel progressie zou boeken. Hij heeft zijn moeilijke momenten gehad, maar de boel op het cruciale moment goed opgepakt. En hij heeft hij veel kunnen leren van een man als S⊘rensen die getrouwd schijnt te zijn met de weegschaal. Zo'n leermeester hadden die jonge gasten hard nodig.''

De Rooy spreekt lyrisch over het talent en het karakter van zijn kopman. ,,Michael heeft een brandende ambitie die beslist uniek is. Hij mankeert ook nooit iets en dat hebben alleen de grote renners. Hij is op een bepaalde manier heel bijgelovig en laat niets aan het toeval over. Ik zal nooit vergeten hoe hij in 1995 als onbekend coureurtje per se naar het WK in Colombia wilde. Hij was drie dagen onderweg en hij heeft na afloop bij wijze van spreken drie weken aan het zuurstofmasker gelegen. Maar hij was er wel. Daar zag ik de kampioen van de toekomst.''