Eén parlementslid voor ƒ700.000,–

In de algemene verkiezingen op 17 mei hebben de kiezers in het joodse land de keuze uit maar liefst 33 partijen. Als iets bewijst dat er door Israel geen ideologische draad meer loopt, dan is het wel deze wedloop van partijen die eerder belangengroepen zijn naar de Knesset, het walhalla van de Israelische politiek. De Palestijnse kwestie die zo lang de politieke cultuur heeft gedomineerd en verscheurd zet nog maar nauwelijks aan tot ideologische messentrekkerij. Het lijkt wel alsof Israel zich heeft verzoend met de gedachte dat de stichting van een onafhankelijke Palestijnse staat een niet meer te stoppen natuurverschijnsel is. Het ideologische debat over deze kwestie is duidelijk op sterven na dood. Dat is de belangrijkste politieke reden voor de wildgroei van de partijen. De val van de ideologische discipline die zo lang overheersend was heeft het hek opengezet voor beschamende politieke koehandel. Niet alleen breekt het aantal partijen dat naar de gunst van de kiezers dingt alle records, ook het aantal zittende parlementariërs dat van partij heeft gewisseld kan aanspraak maken op een wereldrecord. Maar liefst 29 van de 120 leden van de Knesset zijn verhuisd. Professor Shevah Weiss, de socialistische oud-voorzitter van de Knesset, vindt deze politieke stoelendans ,,meer dan beschamend''. Zelf verkoos hij terugkeer naar de de Universiteit van Haifa toen hij bij de voorverkiezingen op een onverkiesbare plaats belandde. Maar andere parlementariërs in een soortgelijke situatie belandden, gingen de markt op.

Volgens de Israelische kieswet heeft een zittend parlementslid een mooie bruidschat in de aanbieding. Hij of zij is drie minuten tv-zendtijd waard plus 700.000 gulden die aan de verkiezingscampagne mogen worden gespendeerd. Voor nieuwe partijen is het dus zeer aantrekkelijk zoveel mogelijk zittende parlementariërs naar de volgende Knesset mee te nemen. De nieuwe Centrumpartij van Yitzhak Mordechai heeft het best gescoord. Zes overlopers, zowel uit Likud als uit de Arbeidspartij, hebben buitengewoon waardevolle zendtijd en een fortuin meegebracht.

Professor Weiss is onthutst dat de media en academici niet luidkeels protesteren tegen het vermorzelen van de laatste ethische waarden in het Israelische politieke bedrijf. ,,Het gaat toch gewoon om het stelen van mandaten!'', zegt hij. Naar zijn inzicht in de politiek zijn de Israeliërs zo murw van de politiek dat zij het ook niet meer kunnen opbrengen zich druk te maken over ethische problemen.

Wie dat nog wel kan, is Benni Begin, de zoon van de legendarische premier Menahem Begin. Benni stapte om zuiver ideologische redenen uit de Likud-partij van premier Benjamin Netanyahu. Hij kon zich niet verzoenen met zelfs minimale territoriale concessies aan de Palestijnen. Aan het hoofd van een nieuwe extreem-nationalistische rechtse partij heeft deze onkreukbare idealist zich in de strijd geworpen voor het premierschap. Hij was dan ook een dag lang onaanspreekbaar toen uitkwam dat 10.000 handtekeningen voor zijn kandidatuur voor het premierschap door overijverige aanhangers waren vervalst. Geen normaal mens in Israel haalt het echter in zijn hoofd Begin als de boosdoener aan te wijzen. Enkele minuten voor de sluiting van de inschrijvingstermijn kwam na de schande voor Begin de redding. Vijf parlementariërs van de Russische immigrantenpartij waren bereid nog snel hun handtekening onder de kandidatuur van Begin te zetten omdat zoals zij zeiden ,,het om een zuivere politicus gaat''. De Israelische kieswet maakte deze wonderlijke reddingsactie mogelijk.

Wijlen premier Yitzhak Rabin moet in zijn lange carrière als veldheer en politicus zo'n afkeer van de Israelische politiek hebben gekregen dat hij zijn kinderen heeft bezworen ver van het politieke bedrijf te blijven. Zelf legde hij in 1976 het premierschap zonder aarzelen neer toen zijn vrouw werd betrapt op een illegale dollarrekening in Washington waar hij eerder ambassadeur was. Maar: ,,de moord op mijn vader heeft me in de politiek gebracht'', vertelde deze week zijn dochter, Dalia Rabin-Pelossof. Zij staat op een hoge plaats op de lijst van de Centrumpartij en vecht als een leeuwin om de waarden van de Israelische democratie te redden die naar haar zeggen onder Netanyahu gevaarlijk zijn uitgehold.

Wat Dalia Rabin-Pelossof niet in de gaten heeft is dat Netanyahu daarvoor minder verantwoordelijk is dan de Israelische maatschappij zelf, die in hoog tempo van een idealistische in een materialistische samenleving is veranderd. Dat ministers en politici door rechtbanken en de politie op hun hielen worden gezeten wegens corruptie en fraude ligt in het verlengde van de praktijk van parlementariërs om met hun bruidschat in de etalage te gaan zitten. Zachi Hanegbi, de minister van Justitie, heeft er zelfs geen moeite mee om het politieonderzoek naar zijn corrupte activiteit te saboteren. Arye De'eri, de leider van de ultra-orthodoxe Shaspartij, die onlangs schuldig werd bevonden aan corruptie, blijft partijleider. Ook als hij in de gevangenis komt, want de rabbijn heeft gezegd dat hij onschuldig is.