Een diepe alt met krullende mondhoeken

Alles denken we nu wel te weten van Marlene Dietrich, en toch is het zelden zo raak onder woorden gebracht als door haar ook al grijs geworden dochter. ,,Ze was een geweldig actrice...'', zegt deze Maria Riva, maar let op wat ze daaraan toevoegt: ,,...in het dagelijks leven — veel beter dan in haar films.'' Dat is vilein en toch genuanceerd. Dietrich was een ster en spéélde die rol vol verve, met de Pruisische discipline die haar aangeboren was. Voor die vakvrouw heeft haar dochter dan ook het grootste respect, voor de moeder veel minder.

Maria Riva komt aan het woord in de documentaire No Angel van Chris Hunt, die zondagmiddag door de VPRO uitgezonden ter vervanging van De Plantage dat met paasreces is. Al in 1992 schreef ze over haar moeder een levendige biografie vol sprekende details, die veel minder wraakzuchtig uitviel dan in de lijn der verwachting lag. Zelfs het schokkendste verhaal — dat Maria als 14-jarige seksueel werd gemolesteerd door een lesbische vriendin van haar moeder, en die dat oogluikend toeliet — was op gedempte toon beschreven. Ook in de documentaire komt deze episode vanzelfsprekend ter sprake, geïllustreerd met een privéfilmpje waarop we Maria als een ontluikend meisje op een rotspunt zien zitten, de haren in de wind. En ook hier houdt ze, intussen zelf de zeventig gepasseerd, haar begrijpelijke verbittering in bedwang door haar kennelijke voornemen om niet rancuneus te zijn.

Hunt, een geoefend man in het genre van de biografische documentaire, zet het allemaal correct en uitgewogen naast elkaar: de privé-informatie over de ster die zelfs in haar 8 mm-filmpjes de ster bleef, en de fragmenten uit de films die haar groot maakten. Bezienswaardig zijn, altijd weer, de beelden uit haar eerste zwijgende films. Bijna onherkenbaar is ze daarin, een mollig meisje zonder eigen gezicht. Toen ze eenmaal beroemd was, heeft Dietrich prompt haar biografie aangepast. Die eerste films pasten daar niet meer in, en dus hadden ze nooit bestaan.

Pas later, tijdens haar films met Josef von Sternberg, vond Marlene Dietrich haar imago. En toen stelde ze ook voor eeuwig vast hoe ze moest worden belicht: direct van boven, zodat er onder haar neus een flatteuze schaduw zou vallen en haar ogen ontegenzeggelijk naar de slaapkamer verwezen. De rest van haar présence paste ze daarbij aan; het eens zo schelle stemmetje omlaag gebracht tot het niveau van de diepe alt, waarin van alles meetrilt, en de mondhoeken in een onbeschrijflijke krulling. Zie hoe ze de rook van haar sigaret uitblies — zo suggestief heeft niemand het haar ooit nagedaan.

Ietwat bestraffend wordt in de documentaire gezegd dat ze op die manier veel van haar tegenspelers en -speelsters heeft weggespeeld. Maar kan dat een verwijt zijn? Was het háár schuld dat niemand zoals zij kon lonken naar de camera? In elk geval verslond ze dus haar omgeving, niet alleen in haar films, maar ook daarbuiten. Maurice Chevalier, Gary Cooper, Douglas Fairbanks, Jean Gabin, Erich Maria Remarque, Frank Sinatra en Josef von Sternberg behoorden tot haar minnaars, evenals diverse dames (onder wie Edith Piaf, leert ons Maria Riva's boek) en een onbekend gebleven aantal militairen die ze tegen het lijf liep en hield tijdens haar tournees voor het Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.

Ze leefde lang, Marlene Dietrich, van 1901 tot 1992, en de laatste dertien jaar als kluizenaarster in een flat in Parijs. Hunt laat de ontluisterende details over die tijd achterwege. Ze zijn ook niet echt meer nodig om het portret te vervolmaken.

No Angel, zondag, Ned.3, 17.00-18.00u.