Chronologie van het onderzoek

De aanslag

Kunstenaar Rob Scholte (36) en zijn vrouw Micky Hoogendijk (24) stappen op de ochtend van 24 november 1994 in hun donkerblauwe BMW voor hun huis in de Laurierstraat in Amsterdam, om naar het ziekenhuis te gaan voor een onderzoek van de zes weken zwangere Micky. Een paar seconde later ontploft een granaat onder hun auto. Scholte verliest beide benen, Micky haar kind.

De verdachten

Wie hadden het op Scholte en zijn vrouw gemunt? De politie zoekt de daders al snel in het Amsterdamse kunstenaarsmilieu. Veel namen van verdachten passeren de revue, maar de politie verwerpt deze verdenkingen na onderzoek allemaal. Hieronder de belangrijkste op een rij:

John Studulski, kunstenaar die Scholte hielp bij diens grote project om het interieur van het bij Nagasaki nagebouwde paleis Huis Ten Bosch te beschilderen. Hij had kort voor de aanslag een conflict met Scholte en gold daarom als de eerste verdachte.

Rob Scholte zelf. De politie vroeg hem in het ziekenhuis, niet lang na de aanslag, of hij zelf de bom onder zijn auto had gelegd, om naamsbekendheid te krijgen.

Paul Blanca, kunstenaar. Heeft zijn liefde voor drugs nooit onder stoelen of banken gestoken en kocht in de tijd van de aanslag juist een handgranaat, voor een reportage voor de Nieuwe Revu.

Koos Dalstra, dichter, kunstenaar, criminoloog en jarenlang compagnon van Scholte. Hielp Scholte in diens woonplaats Tenerife met het speuren naar daders, door dagboeken na te vlooien. Bij de voltooiing van het Japanse project in 1995 begon Scholte Dalstra ervan te verdenken een hand in de aanslag te hebben gehad. Dalstra heeft tegen Scholte een aanklacht wegens smaad ingediend.

De detective

In 1998 geeft Scholte het Amsterdamse detectivebureau Van Oostveen opdracht de mogelijke daders van de aanslag op te sporen, want justitie heeft het onderzoek al jaren geleden afgesloten wegens gebrek aan informatie. Van Oostveen volgt de tip van de advocaat Oscar Hammerstein, die vlak na de aanslag bij de politie meldt dat de bom waarschijnlijk voor hem bedoeld was. Hammerstein woonde indertijd om de hoek bij Scholte en bezat een auto van dezelfde kleur en hetzelfde merk.

Drugscriminelen zouden denken dat Hammerstein betrokken was bij het witwassen van drugsgeld - wat later, volgens de rechter, niet het geval bleek te zijn. Maar uit angst dat Hammerstein namen zou noemen, zouden de criminelen een aanslag op hem hebben gepleegd.

De politie heeft, blijkens dossiers die De Telegraaf dinsdag publiceerde, op aanwijzing van Scholtes detective getuigen gevonden. Die verklaren dat `een sportschooljongen' uit Noord-Holland op bestelling van een drugssyndicaat de bom, bestemd voor de advocaat, bij vergissing onder Scholtes auto plaatste.

Scholtes detective heeft op 15 september 1998 zijn rapport aan justitie overhandigd. Het onderzoek werd heropend. Tot nu toe zijn er geen aanhoudingen verricht.