Beurs New York schrijft historie

Begin deze week sloot de Dow Jones-index op Wall Street voor het eerst boven de 10.000 punten. Geen geringe historische gebeurtenis want wereldwijd is de Dow dé graadmeter voor beleggers. Wellicht is de Dow Jones niet de beste beursindex in de wereld, maar de Dow dankt zijn reputatie wel aan een lange historie, geworteld in de grootste economie ter wereld, die van de Verenigde Staten. Door de economische terugval die met name hele bedrijfstakken wegvaagde in de Verenigde Staten stond de Dow Jones eind jaren zeventig nog onder de acht honderd punten. Maar in november 1982 ging de Dow voor het eerst door de 1000 punten. In de daaropvolgende jaren heeft de index zich bijna verdertienvoudigd. Herstructureringen bij bedrijven, herstel van de winst en een toenemende belangstelling voor de winst per aandeel stuwden de koersen vooral in het Reagan-tijdperk halverwege jaren tachtig vaak tot duizelingwekkende hoogten.

Slechts even onderbroken door de crash in 1987 zette de index al snel zijn opmars voort. Halverwege de jaren negentig beleefde de Westerse economie een enorme bloeiperiode, die gepaard ging met een ongekende concentratie van industrieën en bedrijven. De financiële dienstverlening en de effectenhandel speelden daar handig op in. De beurs populariseerde. Kleine beleggers ontdekten de weg naar het nationale `casino'. Die ontwikkeling ging zo snel dat de professionele handel (grote institutionele beleggers) begon te klagen over het `roekeloze' gedrag van de kleine belegger die de professionals voor de voeten liepen.

Maar zelfs in de hoogtijdagen van de beurs steunde de Dow Jones op conservatisme en traditie. Hoewel de Dow Jones allang niet meer uitsluitend uit industriële fondsen bestaat zijn de aanpassingen gering. Dat is eigenlijk het grote verschil met de index in Amsterdam waar de fondsen, die in de AEX-index zitten, ieder jaar opnieuw worden gewogen en geselecteerd. Daardoor verdwijnen gerenommeerde fondsen van weleer als Nedlloyd naar de eerste divisie, de Midkap-index, en kunnen succesvolle nieuwkomers als ASM Litography snel doordringen tot de eredivisie, de AEX.

Verder vertoont de AEX veel overeenkomst met de Dow Jones. Stond de AEX tijdens de crash van 1987 nog op 69,14 (teruggerekend in euro), bijna twaalf jaar later is dat getal bijna verachtvoudigd. De AEX sloot de week gezien het Paasweekeinde donderdag af op 533,63, een verlies van 3,30.

Maar in de eerste drie maanden van dit jaar konden de beleggers beter terecht in de Verenige Staten waar de beurs veel sneller steeg dan in Europa. Hoewel de oorlog in Kosovo, door beurshandelaren op Wall Street vorige week nog een `non-event' genoemd, nauwelijks invloed had op de beurzen in de VS en Europa. De daling in Amsterdam wordt voornamelijk veroorzaakt door zwaargewichten in de index als Aegon, Heineken en KPN. De top drie winnaars van 1998: Aegon steeg 155 procent, Heineken 100 procent en KPN 88,7 procent. Deze fondsen presteerden het eerste kwartaal van 1999 wat minder. En bij gebrek aan richtinggevend bedrijfsnieuws kwam de AEX daardoor nauwelijks in beweging.

De enige zwaargewicht uit de index die met cijfers kwam was ING. Het conern zag de winst in de bankdivisie halveren. Niettemin steeg de winst per aandeel van ING met 19 procent tot 6,26 gulden. Wellicht dat beleggers zich daarom niet al te druk maakten over ING dat de week op het Damrak afsloot met een miniem verlies van 0,55 eurocent op 50,50 euro.