BEDREIGDE NOORDSE WOELMUIS HEROVERT ZEEUWSE DELTA

De Noordse woelmuis, die vanouds in ons land in talrijke mate voorkwam, maar vooral door de ontwatering en de versnippering van het landschap sterk wordt bedreigd, geeft de strijd nog niet op. Hij heeft de kunstmatige eilandjes, die drie jaar geleden in het Krammer-Volkerak zijn opgespoten, als nieuwe leefgebieden ontdekt. Dat meldt De Water, nieuwsbrief voor integraal waterbeheer (maart 1999).

De plantengroei op de eilandjes ten zuiden van Goeree-Overflakkee biedt volop voedsel, terwijl natuurlijke vijanden als wezel en hermelijn er ontbreken. Vrijwilligers van de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming voeren met bootjes naar de eilanden om er vallen uit te zetten, waarin de woelmuizen dan al na een halve dag verrassend vaak werden aangetroffen. Hoe de woelmuizen de eilandjes hebben ontdekt is niet precies bekend. Volgens onderzoeker Piet Bergers van het DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek in Wageningen zijn ze er vermoedelijk gewoon naar toe gezwommen of hebben ze zich via drijvende plantenresten met de stroom laten meevoeren.

De Noordse woelmuis (Microtus oeconomus arenicola) is de zeldzaamste van onze zes inheemse woelmuissoorten. Hij draagt een bruine pelsjas, kan uitstekend zwemmen en duiken en houdt van terreinen met een hoge of wisselende waterstand en rijk ontwikkelde kruidenvegetaties. Oorspronkelijk hoort het beestje op de noordelijke toendra's thuis. In de IJstijden verschoof zijn leefgebied in zuidelijker richting. Toen het landijs zich na de laatste IJstijd zo'n tienduizend jaar geleden terugtrok, bleef een restpopulatie in ons land achter. Afgezien daarvan leven Noordse woelmuizen vooral in het hoge noorden. De Nederlandse woelmuis onderscheidt zich door een lichtere pels en wordt daarom beschouwd als een aparte ondersoort, die nergens anders ter wereld voorkomt. Hij is als enige Nederlandse diersoort aangewezen als prioritaire soort onder de Habitatrichtlijn van de Europese Unie.

Tot halverwege deze eeuw was dit bruine knagertje in waterrijke delen van ons land een normale verschijning. Daarna is hij hard achteruitgegaan en inmiddels staat hij op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten. In Friesland en Overijssel is de soort vrijwel verdwenen, alleen in Noord-Holland en in het Deltagebied wordt hij nog met enige regelmaat gezien. Voornaamste oorzaken van deze achteruitgang zijn verdroging, biotoopvernietiging en versnippering. Moerassen zijn drooggelegd, getijdengebieden zoals de Biesbosch getemd. Op steeds meer plaatsen wordt de Noordse woelmuis verdrongen door aardmuizen en veldmuizen. Deze concurrenten zijn kleiner, maar wèl talrijker, hun favoriete milieu komt veel algemener voor. Sinds het bestaan van de Deltawerken hebben zij de voormalige Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden steeds verder veroverd. Waar aardmuizen en veldmuizen verschijnen, houdt de Noordse woelmuis het al snel voor gezien. Op de nieuwe, afgelegen eilandjes in het Krammer-Volkerak heeft hij nog het rijk alleen. (Marion de Boo)