Barth

IN SOCIALISME & Democratie bepleit Tweede-Kamerlid van de PvdA Marleen Barth een ingrijpende wijziging van ons onderwijssysteem. Haar pleidooi is een bizarre mengelmoes van quasi-wetenschappelijk betoog met veel voetnoten, warrige argumentatie en demagogie.

Een voorbeeld: ``Overigens is onderwijs wel een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde om mensen gelijkwaardiger te doen samenleven. Sociale segregatie in het onderwijs laat zich niet oplossen als ze in de huisvesting blijft bestaan, al sturen mensen hun kinderen soms vele kilometers van huis naar school om `ongewenste' klasgenootjes te ontlopen.'' Waar doet zich het hier gesignaleerde verschijnsel van `witte vlucht' zich voor? In heterogene wijken, dus op plaatsen waar juist geen sprake is van sociale segregatie op het gebied van de huisvesting.

Vervolgens de vraag: waarom nu doen die ouders hun kinderen `soms vele kilometers van huis op school'? Barth diskwalificeert deze handelwijze demagogisch als ergens voor weglopen. Je kunt het ook anders zien, namelijk als een keuze om ergens naar toe te gaan. Het effect dat sociaal zwakke leerlingen hierdoor achterblijven, mag je, zou ik zeggen, niet de mensen aanrekenen die bewust kiezen, maar dat zie ik volgens Barth helemaal verkeerd: ``Een ouder die zijn kind niet naar een school wil sturen waar kinderen uit lagere sociale milieus rondlopen, neemt een besluit dat wordt gewaardeerd als gerechtvaardigd optreden van een mondig burger. De vraag wat het lot is van kinderen van ouders die niet zo mondig zijn, wordt niet gesteld, laat staan beantwoord.''

Die vraag is wel degelijk al vaak gesteld en eveneens al vaak beantwoord. Het gevolg is: zwarte scholen in sociaal heterogene wijken. En wat doen al die partijgenoten van Barth die deel uitmaken van lokale besturen daartegen? Spannen die zich in om de mondigheid van de sociaal zwakke ouders op dit punt te bevorderen? Wijzen die hen op hun recht een paar kilometer verderop vrijelijk een school uit te zoeken? Het tegendeel gebeurt. Oorzaak van de segregatie in het onderwijs is niet dat ``de tevreden meerderheid op de loop gaat als kinderen met een kansarme achtergrond te dicht bij dreigen te komen'', om met Barth te spreken, maar het ongebruikt laten van het recht om te kiezen door sociaal zwakkeren.

Barth is van mening dat de leerplicht leerlingafhankelijk moet worden. Leerlingen dienen net zo lang op school te blijven als nodig is, niet alleen voor het bereiken van het eindniveau basisvorming; daarnaast dienen ze er ook nog eens een startkwalificatie in beroepsmatige zin te verwerven. Barth schrijft zich te realiseren dat hierdoor de leerplicht voor sommige leerlingen enkele jaren langer zal duren dan nu het geval is.

Voor veel jongeren is een opleiding al vlug te theoretisch en duurt de school nu al veel te lang. Uitbreiding van de leerplicht voor juist deze leerlingen die liever niet willen, lijkt me alleen haalbaar, als we bereid zijn scholen om te vormen tot een soort van jeugdgevangenissen.

Met haar zwart-wit voorstelling van zaken en haar verdacht maken van iedereen die er anders over denkt als zij, roept Barth herinneringen op aan een ver, vooroorlogs verleden. Alleen de illustraties van Albert Hahn ontbreken. Haar schets van het huidige onderwijs doet denken aan de jaren vijftig. Met de oplossing die zij voorstaat, de introductie van de Middenschool, grijpt ze terug naar de jaren zeventig, een periode waar je als onderwijswoordvoerster van de PvdA moeilijk met vrolijkheid naar kunt terugkijken.