Bapak Bankrut is verdrietig

Om de gigantische schulden te saneren die Aziatische bedrijven hebben uitstaan bij financiële instellingen, is een betrouwbare faillissementswet cruciaal. In Indonesië, waar ondernemingen voor 80 miljard dollar bij de banken in het krijt staan, hielp de jonge Nederlandse advocaat mr. G. Hoff aan de modernisering van zo'n wet. Maar de praktijk bleek weerbarstig en Hoff zit inmiddels weer thuis in Amsterdam.

Toegegeven, het klinkt een beetje als een jongensboek.

Succesvolle jonge advocaat met enige landelijke bekendheid verliet bloeiende praktijk in Nederland om zijn heil aan het andere eind van de wereld te zoeken. Nauwelijks aangekomen in Singapore, waar hij het kantoor van zijn firma zou gaan leiden, barstte de Azië-crisis goed los. Bedrijven waren in grote moeilijkheden en gingen één voor één failliet. Toch kwam dat voor de jonge Nederlandse advocaat niet slecht uit: laat zijn specialiteit nou uitgerekend faillisementswetgeving zijn. Jerry Hoff, want dat is zijn naam, maakte dus van de nood een deugd. Hij trok de bankierswereld van Tokio, Hong Kong en Singapore in, gaf lezingen over het belang van een gezonde faillissementswet in ongezond economisch Azië en richtte zijn aandacht vooral op Indonesië. Zijn verhaal trok de aandacht van de Amerikaanse Chase Manhatten Bank en later van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF). Dat was juist dringend op zoek naar iemand die de verouderde Indonesische faillisementswetgeving, die nog stamde uit de koloniale tijd, kon moderniseren. Particuliere bedrijven in Indonesië staan voor zo'n 80 miljard dollar in het krijt bij financiële instellingen en de rotte appels moeten er volgens het IMF snel uit. Jerry Hoff greep zijn kans, verhuisde naar Jakarta, en herschreef in zes weken tijd de Indonesische faillissementswet. Daarnaast schoolde hij Indonesische rechters en curatoren bij, publiceerde het handboek bij de nieuwe wet, bood dat in de schijnwerpers van de publiciteit aan minister Muladi van justitie aan en haalde die avond het Indonesische tv-journaal. De ondertekening van de faillissementswet op 22 april 1998 was een van de laatste daden van de toenmalige president Suharto. Per 1 september trad de wet in werking.

Daarna werden alle grote banken in Indonesië, van ING tot Deutsche Bank, van Bank of America tot grote Japanse banken, Jerry Hoffs klanten. Als architect van de nieuwe wet werd hij dè man om als advocaat in te huren in faillisementszaken. Niet voor niets werd hij in de Aziatische financiële pers regelmatig aangehaald als deskundige op het gebied van faillissemenstwetgeving. In Jakarta had hij zelfs al een bijnaam: Bapak Bankrut (vadertje bankroet).

Tot zover het jongensboek.

Dan nu het vervolg, in de vorm van een anticlimax.

Want de nieuwe faillisementswet mag dan mooi op papier staan, in de praktijk werkt het allemaal verre van optimaal. In de eerste plaats worden schuldeisers regelmatig geconfronteerd met een verrotte structuur van ondernemingen. Buiten de `gewone schulden', stuit men niet zelden op manipulaties van kasstromen van bedrijven, zoals niet meer inbare leningen op de Maagdeneilanden of het doorsluizen van bedragen naar vennootschappen die ontraceerbaar zijn. Maar veel fundamenteler blijkt de weerbarstigheid van het Indonesische rechterlijke systeem, dat nog lang niet zo transparant en onafhankelijk is als velen zouden willen.

Nog steeds worden rechters bewerkt, nog altijd is het niet zeker of uitspraken de wet wel volgen, nog immer vragen mensen zich af hoe het kan dat vertegenwoordigers van de rechterlijke macht, ondanks hun relatief lage salaris, in dure huizen wonen en in grote auto's rondrijden. En hoewel over enkele kleinere ondernemingen inderdaad het bankroet is uitgesproken, zijn er ook heel andere ontwikkelingen. Zo was American Express er zeker van dat een bedrijf waar men grote vorderingen op had failliet zou worden verklaard. Maar dat pakte anders uit. Ondanks de nieuwe faillissementswet oordeelden de rechters tot veler verrassing dat de gelden niet opeisbaar waren. Aandeelhouders van weer een andere onderneming mochten op eigen houtje het failliet van het bedrijf afhandelen, terwijl de crediteuren, ondanks de theoretische bescherming van de wet, buitenspel stonden.

Jerry Hoff vond dat soort ontwikkelingen frustrerend. ,,Je moet een wet toch kunnen uitvoeren zoals hij bedoeld is'', verzuchtte hij tegenover zijn collega's. Hij ging zelfs een stap verder en leverde publiekelijk kritiek op de uitspraken van de Indonesische rechtbank. Dat was koren op de molen van tegenstanders van een transparante faillisementswet. De voor veel failliete bedrijven optredende advocaat mr. Hotman Paris Hutapea, sprong gretig op de situatie in en sprak meerdere malen schande over het feit dat een Nederlander Indonesische rechters durfde te kritiseren. Onlangs verspreidde Hotman een brief waarin hij de ,,arrogante buitenlander'' verweet de Indonesische rechters te ,,teisteren''.

Jerry Hoff voelde zich geïntimideerd door Hotman, die, onder andere door zijn banden met het leger, een bedenkelijke reputatie geniet. Bovendien vond hij dat hij op deze manier zijn werk niet meer kon doen. Van de ene op de andere dag nam hij het vliegtuig naar Amsterdam. Aan een leeg bureau op het advocatenkantoor Loeff Claeys Verbeke, waar hij partner is, benadert hij dezer dagen weer wat oud-cliënten in Nederland: ,,Hallo, met Jerry. Ik ben weer terug''.

Is Jerry Hoff, met zijn Hollandse instelling tegen een Indonesische muur gelopen? In Nederland wist hij tijdens zijn zaken (het failliet van Bastion Hotels, de Joep van den Nieuwenhuyzen-zaak, de Van der Valk-affaire), samen met zijn toenmalige compagnon Leo Spigt, slim de publieke opinie te bespelen. ,,Een beetje powerplay op z'n tijd is Jerry niet vreemd'', zegt een van zijn collega's. Maar als Nederlander openlijk Indonesische rechters kapittelen lijkt niet erg doordacht. Sterker nog: dat werkt averechts. Of is Jerry Hoff slechts pion geweest in het grotere schaakspel dat momenteel in Indonesië wordt gespeeld: de strijd tussen hervormers en de vertegenwoordigers wiens belangen worden aangetast?

Zelf wil Hoff geen toelichting geven op zijn onverwachte terugkomst. Zijn collega in Jakarta, mr. Th. Bakker, die vanuit de Indonesische hoofdstad leiding geeft aan de Aziatische kantoren van Loeff Claeys Verbeke, geeft als oorzaak dat ,,onze insolventiepraktijk in Indonesië zich trager ontwikkelde dan wij aanvankelijk hadden gedacht. Hoff zou hier anderhalf jaar blijven, maar in overleg hebben wij besloten dat zijn terugkeer zou worden vervroegd. Daarbij hebben we ook meegewogen dat Jerry zich inmiddels weinig gesteund voelde en dat de animo om te blijven er niet meer was.'' Op de vermeende intimidaties wil Bakker niet ingaan.

De tegenvallende ontwikkeling van Loeff's insolventiepraktijk in Jakarta vindt haar oorzaak vooral in het feit dat er bij crediteuren nog maar weinig vertrouwen is dat de rechters de nieuwe wet ook scherp willen toepassen en dus ook minder vaak advocaten inhuren voor het aanvragen van faillisementen. ,,Een insolventie- en herstructureringspraktijk bloeit alleen als de dreiging van faillissement ook reëel is'', zegt Bakker. Ook S. Pompe, verbonden aan de Leidse universiteit als expert op het gebied van de rechterlijke macht in Indonesië en in die hoedanigheid het afgelopen half jaar ook werkzaam voor het IMF in Jakarta, vindt dat de nieuwe wet niet goed functioneert: ,,De problemen liggen vooral in de politieke en juridische context, met de wet zelf is op zich niets mis. De bedoeling was ook niet zozeer om ondernemingen en masse bankroet te verklaren, maar om ze, met deze faillissementswet als stok achter de deur, tot schuldherstructurering te bewegen. Maar dat werkt natuurlijk alleen maar als hij ook echt wordt toegepast en er bijvoorbeeld geen manipulatie van rechters meer kan plaatsvinden.''

Pompe benadrukt dat de faillisementswet op zichzelf maar ,,een vierkante millimeteronderwerp'' is. ,,Veel essentiëler is dat het IMF deze wet als breekijzer wil hanteren om de hervorming van het totale rechterlijke apparaat te bevorderen. Het moet een signaal zijn dat de politieke reformasi een duw in de rug geeft.''

Het IMF heeft het hulpprogramma van 44 miljard dollar voor Indonesië gekoppeld aan harde eisen als het gaat om de herstructurering van de economie, waarbij een transparante faillissemenstwet één van de speerpunten is. Als bedrijven failliet kunnen worden verklaard, iets wat voorheen nauwelijks mogelijk was in Indonesië, is er misschien nog iets te redden, zoals het verkopen van de boedel of het herinrichten van een fabriek voor andere zaken. Daarnaast is een heldere wet noodzakelijk voor het vertrouwen in de financiële wereld. Bakker noemt het zelfs een sluitstuk van de rol van de private sector in de economische ordening. ,,Als er geen sancties staan op betalingsonwil of -onmacht, heeft dat gevolgen voor het vertrouwen bij investeerders. Buitenlandse banken krabben zich dan achter de oren voordat ze hier weer actief worden.''

En dat is nou precies wat financiële instellingen momenteel aan het doen zijn. Want met het herschrijven van een nieuwe wet, bleek de geur van corruptie en nepotisme, twee beladen begrippen na de omwenteling in de zomer van 1998,dus niet zomaar weggenomen. In juridische kring in Jakarta gaat inmiddels het gerucht over een geheim akkoord tussen de Indonesische overheid en een aantal grote bedrijven dat faillissement voor deze ondernemingen uitsluit. Bewijzen zijn niet voorhanden, maar het vertrouwen in de rechtsgang is inmiddels geschaad. Hoogtepunt tot nu toe is de kwestie rondom het Indonesisch-Chinese Dharmala conglomeraat. Een onderdeel van dit bedrijf, Dharmala Agrifood, heeft voor ruim 50 miljoen dollar schulden aan drie financiële instellingen, waaronder de ING bank en de International Finance Corporation, een zusterorganisatie van de Wereldbank. De Hoge Raad wees de faillisementsaanvraag enkele weken geleden af, tot verbijstering van de crediteuren en haar advocaten.Het was in deze zaak dat Jerry Hoff het meest openlijk kritiek uitte. De motivatie van de Raad was volgens hem totaal niet in lijn met de nieuwe wetgeving. In de Jakarta Post zei hij dat hij ,,alle rechters had getraind maar dat dit oordeel hem teleurstelde''. In de Dharmala-affaire zijn de crediteuren overigens nog eenmaal beroep gegaan. Iedereen wacht in spanning op de uitspraak, later deze maand. Maar één ding heeft ook deze kwestie aangetoond: de nieuwe faillissementswet tast de belangen van de gevestigde orde in Indonesië aan en is onderdeel geworden van de strijd tussen hervormers en conservatieven, tussen de have's en de have not's.

Tegen die achtergrond worden er nu, een half jaar na het in werking treden van de nieuwe faillissementswet, in Jakarta intrigerende vragen gesteld. Was die ene keer, toen Jerry Hoff zijn handboek bij de faillissementswet ceremonieel mocht aanbieden aan minister Muladi van justitie, niet een slimme zet van de hervormers? Kwam het die hervormers eigenlijk helemaal niet zo slecht uit dat Hoff zich liet verleiden tot openlijke kritiek op een aantal rechterlijke uitspraken in faillissementszaken? En heeft ook het IMF de jonge Nederlandse advocaat niet als breekijzer gebruikt om een harde koers te varen?

Daar stond de andere kant tegenover.

De advocaat van Dharmala, eerder genoemde Hotman, bespeelde de lokale publiciteit slim en lanceerde een aantal persoonlijke aanvallen op Hoff. Afgelopen week nog zongen er in Jakarta perverse roddels rond met de duidelijke bedoeling de Nederlander te beschadigen. Hoff heeft ze zelf niet eens meer gehoord. Na de `open brief' van Hotman, pakte hij zijn koffers en verdween.

Indonesië beleeft in juni van dit jaar voor het eerst vrije verkiezingen. In de hele archipel zijn de spanningen groot. Het is nog lang niet zeker of de economische herstructurering kans van slagen krijgt. In dit spel was Jerry Hoff, zo zeggen juristen in de Indonesische hoofdstad, inderdaad een pion en werd hij gebruikt door de verschillende krachten. Dat neemt niet weg dat men bij het IMF in Washington grote bewondering heeft voor de manier waarop hij straightforward de faillissementswet uit de grond stampte en die vervolgens als een leeuw verdedigde. Maar hij kon, in de praktijk van het hedendaagse Indonesië, met zijn eigen produkt maar nauwelijks uit de voeten. Of zoals één van zijn oud collega's het typeert: ,,Jerry heeft een prachtige fiets in elkaar gezet, maar zal er zelf nooit op kunnen fietsen.''