Baby Face Killer

Dertien jaar maakt de schijnbaar grijze apparatsjik Slobodan Miloševic nu de dienst uit in Belgrado. Dertien jaar van desintegratie en geweld. Wat voor man is hij eigenlijk? Portret van de sfinx van Belgrado.

Toen er nog dissidenten bestonden was Srdja Popovic er een. Belgrado, november 1987. Servië was een eenpartijstaat. Slobodan Miloševic was een jaar partijchef. Alom in het oosten brak de dageraad van de democratie door. Niet hier. Miloševic had de president van Servië gewipt, had het liberale stadsbestuur van Belgrado weggejaagd, had de kranten van kritische journalisten gezuiverd. Het begon in Belgrado te ruiken naar dictatuur. Maar Srdja Popovic, jurist, wist hoe het zou lopen: Miloševic – hij noemde hem Baby Face, om zijn engelenwangetjes, en ook wel: Baby Face Killer – zou het niet lang volhouden, hij kon dit niet maken, niet hier, in het liberale Joegoslavië. Kijk naar de crisis, de economie staat op instorten. ,,We zijn als de man die van de twintigste verdieping valt en ter hoogte van de vijfde verdieping zegt: so far so good.''

Twaalf jaar later, anno 1999, is Joegoslavië allang te pletter geslagen, uiteengereten bij de afscheiding van vier deelrepublieken. Het heeft drie oorlogen op rij achter de rug en is verwikkeld in de vierde, met de NAVO nog wel, met de hele wereld. Het is de paria van Europa, een economisch en sociaal geruïneerd land dat de grootste hyperinflatie sinds mensenheugenis achter de rug heeft en waar economie èn politiek worden beheerst door criminelen en profiteurs. En nog altijd zit Slobodan Miloševic, Baby Face Killer, vast in het zadel. Sterker: al dat onheil overkwam de Serviërs dankzij zijn beleid. En toch dragen ze hem op handen, nog steeds. Srdja Popovic? Srdja Popovic woont al vele jaren in Amerika, geëmigreerd, net zoals 300.000 andere Serviërs, intellectuelen, kunstenaars, technocraten – de bloem van de natie.

Iedereen erkent, na de drama's in Kroatië en Bosnië en nu Kosovo, dat Slobodan Miloševic een geniale onderhandelaar is, die tot de rand gaat en soms nog ietsje verder. Lees Richard Holbrooke en zijn verslag van de Dayton-conferentie. Hij prijst met een ondertoon van ontzag Miloševic' superbe onderhandelingstalent, zijn tactische flexibiliteit, zijn uithoudingsvermogen (,,Hij wordt opgewekt tegen de tijd dat anderen uitgeput raken.''). Miloševic, aldus Holbrooke, is als jurist in staat in een oogwenk elke nuance van in het Engels gestelde documenten te doorgronden. Sterker: hij is in staat om, al onderhandelend, in die documenten zinnen of woorden binnen te smokkelen die later blijken een tijdbom onder cruciale onderdelen van een akkoord te zijn. ,,Dat talent maakt hem als onderhandelaar gevaarlijk.'' Een charmante man als dat kan, plotseling woedend als dat moet, een oogwenk later weer rustig en beleefd. Een superbe realist, zonder illusies, zonder scrupules, zelfs jegens zijn eigen standpunten, die hij in een oogwenk kan veranderen. ,,Hij neemt alleen beslissingen als hij in een hoek wordt gedreven en respecteert alleen wat hem werkelijk angst inboezemt'', schreef zijn biograaf Slavoljub Djukic.

Een in veel opzichten raadselachtige man. Een sfinx. Onderhandelaars omschrijven hem als een man zonder charisma, met een slappe handdruk. In veel opzichten een burgerman, die graag wandelt in de rozentuin bij zijn onopvallende bakstenen villa aan de Tolstojstraat nummer 33 in Dedinje, de zuidelijke voorstad van Belgrado vanwaar je uitkijkt over de Sava. Vlakke, onopvallende pakken. Een grijze apparatsjik. Hij drinkt whisky (Glenfiddich) en rookt af en toe een sigaar. Hij gaat nooit uit. Leest geen kranten. Kijkt geen televisie. Leest hooguit af en toe een detective. Mijdt mensen. Een onbeholpen spreker. Geen persoonsverheerlijking hier, en geen wilde verhalen, geen wild verleden. Een schrijftafelstrateeg.

Het Genie van de Vernietiging? De Slager van de Balkan?

Zijn blufpoker aan de onderhandelingstafel brengen sommigen in verband met de zelfmoord van zijn ouders. Zijn vader was een Montenegrijnse pope, die het gezin verliet toen Slobodan twaalf was en zich later doodschoot. Zijn moeder, een felle communiste, verhing zich toen Slobodan het huis al uit was. Dat zou verklaren waarom Miloševic zich als een halve zelfmoordenaar gedraagt, in hard overleg.

Het is voer voor psychologen. Er is een andere karaktertrek die zijn gesprekspartners is opgevallen: Miloševic is een man zonder scrupules, zonder geweten, zonder principes, een man met een kilheid die anderen soms de rillingen over de rug jaagt, een man die in niets gelooft, behalve in zichzelf. Hij was leider van de communistische partij – maar communist was hij nooit. Hij was en is de held van de nationalisten – maar nationalist was hij nooit. Hij verried zijn beste vrienden zonder met de ogen te knipperen, zoals zijn vriend en mentor Ivan Stambolic, de man die hem 22 jaar lang aan elke baan en elke promotie had geholpen en die hem in 1986 partijchef maakte. Even later gooide Miloševic hem eruit, als oud vuil, na 22 jaar vriendschap, en dat die vriend net zijn dochter in een verkeersongeluk had verloren speelde geen rol.

Hij bezwoer jarenlang zijn solidariteit met de Kroatische Serviërs maar verried hen toen ze hem niet meer van nut konden zijn en stak geen vinger voor hen uit toen ze in 1995 door de Kroaten werden aangevallen. Hij verried in Dayton de Bosnische Serviërs, aan wier kant hij toch jarenlang had gestaan. Holbrooke was verbijsterd over de openlijke minachting waarmee Miloševic zijn bondgenoten behandelde: hij sloot hen uit van het overleg, isoleerde hen, maakte van hen ,,de onpersonen van de conferentie''. ,,Ze hingen wat rond aan de rand van het overleg, donker en broedend, alleen etend en contact met andere delegaties vermijdend.'' Toen ze zich in brieven aan Holbrooke beklaagden en Holbrooke Miloševic die brieven gaf, verfrommelde hij ze zonder ze te lezen en gooide ze demonstratief in de prullenbak. ,,Schenk geen aandacht aan die kerels.'' Uiteindelijk kregen de Bosnische Serviërs het Dayton-akkoord pas te zien nadat Miloševic het – in hun naam – had ondertekend.

Omgekeerd geldt hetzelfde: zoals hij vrienden verraadt als dat zijn positie dient, zo omhelst hij vijanden als dat voor hem van nut is, zoals de ultranationalist Vojislav Šešelj, of de pseudodemocraat Vuk Draškovic, die hem jarenlang in beledigende termen hadden uitgescholden (`De tiran van Dedinje'): zij hebben nu mooie baantjes in zijn dienst. In Dayton registreerde Holbrooke verbaasd hoe Miloševic Sarajevo, drie jaar lang door de Serviërs belegerd en beschoten en opgeëist, simpelweg in één seconde weggaf aan zijn grootste vijand, moslimleider Izetbegovic, met de opmerking: ,,Hij verdient het, omdat hij niet heeft opgegeven. He is a tough guy. Sarajevo is van hem.'' Miloševic respecteert alleen kracht. En minacht zwakheid. Of vermeende zwakheid.

Dit is de combinatie: géén principes, behalve zijn eigen macht, en een gevoelloosheid die verbijstert. Tegen mensen die hem wijzen op menselijk leed zegt hij: ,,U kijkt te veel naar CNN.'' Warren Zimmermann, begin jaren negentig Amerikaans ambassadeur in Belgrado, omschreef hem als ,,vrijwel geheel gedomineerd door zijn donkere zijde''. Miloševic, schreef hij, is ,,een ambitieuze, meedogenloze opportunist, gedreven door machtshonger'' en ,,een man van uitzonderlijke kilte''. ,,Ik heb nooit gezien dat hij ontroerd raakte door een individueel geval van menselijk lijden; voor hem zijn mensen simpelweg abstracties. Deze verkillende karaktertrek maakte het hem mogelijk de onuitsprekelijke wreedheden door Serviërs toe te staan, aan te moedigen en zelfs te organiseren.''

Het enige waar Miloševic niet tegen kan, is kritiek die hem in het gezicht wordt geuit. Zimmermann vertelt hoe Miloševic reageerde toen een jonge Amerikaanse diplomaat hem op een receptie wees op een foutieve analyse: ,,Hij schrok terug alsof hij fysiek was aangevallen, met een blik van afschuw op het gezicht, en moest worden weggeleid door een van zijn assistenten.''

Miloševic, in augustus 1941 geboren in Pozarevac, een Servisch stadje aan de Donau, zestig kilometer van Belgrado, was als kind en puber al even onopvallend als hij nog is: een wat dikkige jongen, stil en in zichzelf gekeerd, die op de middelbare school omgaat met niemand, behalve met een vriendinnetje, Mirjana Markovic. Mirjana Markovic, door hem gewoonlijk Mira genoemd, is waarschijnlijk de enige die hem door en door kent. Ze wordt wel zijn kwade genius genoemd. Zeker is dat de wat plompe Mirjana, doelwit van spot om haar onelegante jurken en de plastic bloem in het haar, veel invloed op hem heeft.

Ze doceert geschiedenis van de sociologie en leidt de neocommunistische partij JUL (Verenigd Joegoslavisch Links), een partij die begon als vergaarbak van communisten en generaals en die nu bekendstaat als de partij van de criminele zakenwereld, van de fluwelen putschisten: de directeuren van staatsbedrijven die hun verliezen uit de staatskas aanvullen en al manipulerend en frauderend steenrijk zijn geworden in de tijd van de internationale sancties, smokkel en de hyperinflatie waarmee het volk vakkundig van zijn spaargeld werd afgeholpen.

Markovic is een radicale ideologe, die grossiert in rammelende redevoeringen waarin ze, bijvoorbeeld ten tijde van de grote studentendemonstraties tegen Miloševic' verkiezingsfraude in 1996 (zijn enige grote nederlaag in eigen land: hij moest de fraude rechtzetten) de democratische oppositie uitmaakte voor ,,militante, woedende, zieke beesten'' of ,,huurlingen en verraders'' en hun aanhang voor ,,gefrustreerde intellectuelen, afstammelingen van fascisten die in de oorlog zijn verslagen, verwarde stedelingen en gierige petits bourgeois''.

Een hartstochtelijke marxiste, nog steeds. Miloševic' kinderen zijn profiteurs. Hun dochter heeft een radiostation en een casino, hun zoon rijdt in luxe-auto's en leidt het monopolie van de sigarettensmokkel en -distributie. Maar Miloševic zelf is pure soberheid. En als er in dit onafscheidelijke echtpaar een rolverdeling bestaat, dan is zij de dromer en hij de doener, zij de ideologe en hij de cynicus.

Tijdens zijn rechtenstudie raakt Miloševic bevriend met Stambolic, die hem aan zijn carrière helpt: een baan bij het staatsgasmonopolie Technogas, waarvan hij al snel directeur wordt, een baan bij Beobanka, waarvoor hij het New-Yorkse filiaal leidt, en die hem de partijladder ophelpt, tot Stambolic president van Servië wordt en hij zijn vriend en beschermeling zijn eigen functie, die van partijchef, overdraagt. Om prompt zelf door die vriend te worden verraden.

Miloševic is dan nog onbekend, een kleurloze apparatsjik. Dat verandert in 1987, als hij het wapen ontdekt dat hem tot alleenheerser maakt: de kracht van het nationalisme. Tito had sinds 1944 het evenwicht binnen de veelvolkerenstaat Joegoslavië gehandhaafd door elke etnische groep een gelijke stem en een gelijke plaats te geven en op te treden tegen elke groep die meer wilde. Die gelijkschakeling was voor de Serviërs een belediging – waren zij getalsmatig niet in de meerderheid? En hadden zij zich niet een eeuw lang opgeofferd voor de bevrijding en de eenheid van de Slavische broeders? Hadden zij dan geen natuurlijk recht op het leiderschap in de federatie?

Dat Tito hun dat recht ontnam, was een permanente belediging. Het meest krenkend nog was dat Tito de algemeen geminachte Albanezen – niet-Slaven en niet-orthodoxen die woonden in het heiligste gebied van de Serviërs, Kosovo – autonomie had verleend.

Toen de Serviërs in Kosovo in 1987 kwaad betoogden tegen de discriminatie waarvan ze onder de zelfbesturende Albanezen het slachtoffer waren, of meenden te zijn, ging Miloševic naar Priština om het vuur te doven. Tegen zijn zin werd hij gedwongen tot een impromptu-toespraakje tot de boze Serviërs. Wat hij precies zei weet niemand meer met zekerheid te zeggen, maar de legende wil dat hij zei: ,,Niemand mag dit volk slaan.'' Het werd op slag de slogan die alle Serviërs in de federatie in beweging bracht: Miloševic had als eerste gezagsdrager Tito's taboe op het nationalisme doorbroken.

Voor de Serviërs was dit balsem op de ziel, voor Miloševic de hefboom naar de macht. In 1987 begon zijn snelle opmars naar de alleenheerschappij en begon parallel daaraan ook de desintegratie van Joegoslavië. Miloševic speelde – meesterlijk – in op de stemming van de Serviërs, die hem, de apparatsjik zonder uitstraling, onmiddellijk op handen droegen. Samo Slobo Srbina Spašava, heette het: Alleen Slobo kan Servië redden. Eindelijk hadden de Serviërs iemand die erkende dat de Serviërs recht hadden op hun God gegeven leidersrol.

De rest is bekend. Met massademonstraties wierpen zijn aanhangers de partijleidingen in Montenegro, Vojvodina en Kosovo omver en vervingen ze door zetbazen van hun nieuwe leider. Die beschikte aldus over vier van de acht stemmen in het belangrijkste gremium van de federatie, het staatspresidium, en kon daar elke beslissing blokkeren. Het werd het einde van de federatie: gealarmeerd door de golven van Servisch nationalisme en Miloševic' machtsgreep radicaliseerden de Slovenen en de Kroaten. Zij stapten uit de federatie, op de voet gevolgd door de Bosniërs en de Macedoniërs, die na het weglopen van de rijke noorderlingen geen heil zagen in verder verblijf in een federatie die nu totaal door Miloševic werd gecontroleerd. Het gevolg: een oorlog in Slovenië, een in Kroatië, een in Bosnië, een ontploft land, een ontwrichte Europese orde, en vooral: 200.000 doden, 2,4 miljoen vluchtelingen.

Natuurlijk, Miloševic was niet als enige verantwoordelijk voor al die vernietiging. Hij had er de hulp voor nodig van anderen, van de Kroatische president Tudjman bijvoorbeeld, van de leiders van de Kroatische en Bosnische Serviërs. Maar Miloševic is wel de hoofdverantwoordelijke. Na 1991 heeft hij de Serviërs voorgehouden dat ze het slachtoffer zijn geweest van manipulerende Kroaten, Duitsers, Amerikanen. Borisav Jovic, toen als Servisch lid van het staatspresidium zijn naaste medewerker, heeft later in een boek uiteengezet wie er toen regisseerde: Slobodan Miloševic. Hij bepaalde waar opstanden tegen democratische regeringen moesten worden georganiseerd, waar Serviërs moesten worden bewapend, waar de wegversperringen moesten komen, waar moest worden gebombardeerd.

Slobodan Miloševic is een blufpokeraar. Maar de geschiedenis heeft hem de slechtste kaarten gegeven. Al zijn plannen zijn mislukt – behalve dat ene, allerbelangrijkste: aan de macht blijven. De rest? Van 1987 tot 1991 wilde hij dè leider van de federatie worden. Het mislukte: de Kroaten en Slovenen liepen weg. In 1991 wilde hij de leider van de rest worden. Het mislukte: de Bosniërs en Macedoniërs liepen weg. Van 1991 tot 1995 wilde hij de leider van alle Serviërs zijn, inclusief die in Kroatië en Bosnië. Het mislukte: de twee oorlogen werden verloren.

En nu? Nu is Joegoslavië verwikkeld in de eerste grote internationale oorlog op Europees grondgebied sinds 1945, nu is zijn Joegoslavië in oorlog met het machtigste militaire bondgenootschap in de wereld. Nu kan Joegoslavië ook Kosovo en Montenegro kwijtraken en worden gereduceerd tot het rompstaatje dat het anderhalve eeuw geleden was. Nu kan de hele Balkan ontploffen. Of heel Europa.

Opnieuw: niet alléén door hem. Oók door een reeks lamentabele misrekeningen van de internationale gemeenschap. Maar hoofdschuldige is hij wel, opnieuw, door de tien jaar durende meedogenloosheid van zijn Serviërs in Kosovo, door zijn botte weigering het recht van negentig procent van de bevolking op een eigen rol in hun eigen gebied te erkennen.

Miloševic is het enigma van de Balkan. Hoezeer, dat bleek woensdag nog eens toen NAVO-chef Javier Solana hem vergeleek met Nicolae Ceausescu en waarschuwde dat de Serviërs met hem zouden kunnen afrekenen zoals de Roemenen met hun dictator hebben gedaan. Daarmee demonstreerde Solana een in de gegeven omstandigheden verbluffend en absurd gebrek aan inzicht. Zeker, er zal een tijd komen waarin ook de Servische geschiedenisboekjes Miloševic zullen beschrijven als de man wiens beleid ertoe leidde dat Joegoslavië als een lichaam een voor een al zijn ledematen verloor, als een man die anderhalve eeuw opkomst van een trots Servië afsloot met onttakeling, ondergang en de status van paria van Europa. Maar het zal nog heel lang duren voordat tot de Serviërs doordringt, dat hun Slobo het genie van de vernietiging is.