Alleenstaanden

Het bericht in deze krant van de Stichting Centrum Individu en Samenleving dat alleenstaanden jaarlijks tienduizenden guldens mislopen door het betalen van hogere premies en het niet in aanmerking komen voor bepaalde subsidies en aftrekposten is oud nieuws (NRC Handelsblad, 6 maart). Immers, ongehuwden zijn al sinds jaar en dag in de fiscale strafklasse geplaatst.

Er is vrijwel geen belasting te noemen of de alleenstaande betaalt daaraan het meest en heeft daarvan het minste profijt. Ook voor andere voorzieningen betaalt men meer dan een gehuwde of het nu de rechtsbijstand of thuiszorg betreft, steeds zit de ongehuwde op de eerste rang. Hetzelfde geldt voor de ongedifferentieerde lokale belastingen. De alleenstaande gepensioneerde kan bij het eindloonstelsel (70 procent van het laatst verdiende inkomen) zelfs niet aan het volle pensioen komen als gevolg van een lagere AOW, waarvoor zij overigens wel steeds de volle premie hebben betaald.

Het gevolg van dit beleid is dat een half miljoen alleenstaanden op de bestaansgrens balanceert, evenals een half miljoen AOW–gerechtigden, al of niet met een klein, aanvullend pensioen. Onder de alleenstaanden bevinden zich veel weduwen en weduwnaars en alleenstaande vrouwen die geen of weinig pensioen hebben kunnen opbouwen.

Er is sprake van ongelijke behandeling van een grote bevolkingsgroep, doordat de fiscus zich niet beperkt tot inkomen en vermogen e.a. van de belastingplichtige, maar tot de burgerlijke staat. Met de burgerlijke staat wordt al voldoende rekening gehouden door de mogelijkheid van voetoverheveling, meewerkaftrek, kinderbijslag, studiefinanciering en vele andere elementen waaraan de alleenstaande geen deel heeft.

Gelijkstelling van de belastingvrije som bij de inkomstenbelasting met die voor gehuwden zou al veel soelaas brengen, evenals herstel van de 70– procentsregel voor de gepensioneerden. Het huidige stelsel lijkt op fiscale discriminatie op grond van de burgerlijke staat, waarvoor geen rechtsgrond valt aan te voeren.