Vertalingen

Anne Frank is nog altijd de meest vertaalde Nederlandstalige auteur, gevolgd door Cees Nooteboom, Harry Mulisch, Margriet de Moor en de historicus J. Huizinga. Dat blijkt uit Het Nederlandse boek in vertaling 1993-1997, de vijfjaarlijkse publicatie waarin de Koninklijke Bibliotheek (KB) de vertalingen op een steeds langere rij zet. In totaal zijn het er 4362. Vijf jaar gelden waren dat er nog 3073.

Meer dan een derde van die ruim vierduizend boeken zijn vertalingen in het Duits. Ook vertalingen in kleinere talen zijn opgespoord. Zo blijkt Jan Terlouw een relatief grote rol te spelen in de opvoeding van de Baskische jeugd: liefst vier van zijn boeken zijn in het Baskisch vertaald, de helft van alle Nederlandse boeken die in die taal beschikbaar zijn. Albanië moet het doen met drie proeven van de Nederlandse literatuur: Eerst grijs dan wit dan blauw van Margriet de Moor, De herberg met het hoefijzer van A. den Doolaard en het kinderboek De dag van het laatste schaap van Els de Groen.

In het Farsi, Georgisch, Lets, Oekraïens, Iers, Swahili en Tamil (Het gevaar, van Jos Vandeloo) is eveneens één boek van een Nederlandse auteur verkrijgbaar. De KB bestelt alle uitgaven voor het eigen depot, maar een medewerker kan niet zeggen welke boeken ook daadwerkelijk in Den Haag staan. ``Soms zijn ze uitverkocht, soms komen ze gewoon niet aan.''