Twee gewone buurjongens

Sinds de caberetiers Thomas Acda en Paul de Munnik hoog in de hitparade stonden met een song trekken hun voorstellingen uitzinnig volle zalen en hun cd's vliegen weg.

Het is nu moeilijk voor te stellen, maar ook de succesrijke cabaretiers Acda en De Munnik hebben hun magere jaren gekend. Thomas Acda (32): ,,Wat hebben we gebarreld in het begin. Dan moesten we weer in mijn oude Ford Taunus naar Assen, zaten er twaalf hardrockers in de zaal. Het was wel spannend, wij met zijn tweeën tegen de rest van de wereld. Maar het leverde niets op, het kostte alleen maar geld. Ik verdiende de kost met werken in de kroeg.''

Paul de Munnik (28): ,,En je kreeg toen die vijfentwintig ruggen.''

Acda: ,,Dat is waar ook, ik verdiende de kost met prijzen winnen. Ik kreeg de AVRO Belofte Prijs omdat ik een `theaterpersoonlijkheid' was. Daar hoorde vijfentwintigduizend gulden bij.''

De Munnik: ,,En hoe kwam ìk ook al weer aan geld?''

Acda: ,,Jij had nooit geld.''

De jaren van `barrelen' heeft het duo lang achter zich gelaten. Vorig jaar werden de Amsterdammers gevierde popsterren toen hun lied `Niet of nooit geweest' hoog in de hitparade kwam. Een zomer lang bleef het aanstekelijke refrein in een ieders hoofd hangen: `Ik ben mezelf niet/ Of al die jaren nooit geweest/ Ik ben de gangmaker op het verkeerde feest/ Ik ben mezelf niet of nooit geweest.' Momenteel hebben ze een hit met `Het regent zonnestralen'. Zowel de debuut-cd, Acda en De Munnik, als de tweede, Naar huis, werden platina, wat betekent dat er meer dan honderdduizend van zijn verkocht. De Munnik: ,,Ja, dat was een `hectisch hoogtepunt' toen de tweede cd af was. Dat zeiden mensen vaak: `jullie zullen het wel verschrikkelijk druk hebben.' Maar dat was niet zo want we traden toen niet op.''

Acda: ,,We zaten gewoon thuis, we hadden niets te doen.''

Als neveneffect van het platensucces is hun tweede theaterprogramma Deel II, dat nog tot eind dit jaar loopt, volledig uitverkocht. Zo ook in Gouda laatst. Wegens overmatige belangstelling is het optreden van de kleine- naar de grote zaal verplaatst. Uren voor aanvang hangen voor de deur jonge fans die wanhopig proberen toch nog een kaartje te bemachtigen. In de lobby verkoopt een meisje Acda en De Munnik-shirts, net als bij een popconcert. Er zijn zelfs voetbalplaatjes met hun beeltenis te koop.

De zaal in Gouda is nog aan het volstromen als Acda en De Munnik zonder verdere aankondiging opkomen en beginnen te spelen. De zaallichten blijven branden, de muzikanten spelen met hun rug naar het publiek. De toeschouwers zijn in verwarring. Sommigen zitten al enthousiast mee te klappen, terwijl anderen er doorheen praten of zich naar hun plaats wurmen. In deze `voorgift' spelen Acda en De Munnik liedjes uit hun eerst programma, opdat er niet steeds weer gezeurd wordt van: ach, nu heb ze dát nummer niet gespeeld. Na tien minuten begint pas het echte programma.

Groentekistjes

De `voorgift' heeft als bijwerking dat er meteen een intiem schuifdeurensfeertje ontstaat. Hier staan twee gewone buurjongens lekker voor zichzelf te zingen. Toevallig staan ze op een groot podium voor een afgeladen theaterzaal, maar ze hadden net zo goed in de garage kunnen spelen. Het decor bestaat uit een tiental groentekistjes en een voetbal. Hun kleding is ook zo casual als het maar kan: sportsweater, spijkerbroek en gympen.

Het imago van de `gewone buurjongens' is een van de peilers van hun succes. Ze hoeven dat niet te cultiveren, ze spelen gewoon zichzelf. Ook tijdens het interview is het alsof je met twee klasgenoten van vroeger praat. Acda heeft een groot polderhoofd met een enigszins openhangende mond, en `het lichaam van een jonge god, die wel een biertje lust'. De Munnik is slanker, heeft een scherp gezicht en een bloempotkapsel dat niet helemaal strookt met het modebeeld van dit decennium.

De boezemvrienden vormen een perfect duo dat prachtig tweestemmig kan zingen. Op het podium vullen ze elkaar uitstekend aan. Acda is de jongen met de grote mond die de grappen maakt, De Munnik is de rustige, verstandige jongen die mooi piano kan spelen. Deze vervolmaakte duo-vorm, de tweede peiler van hun succes, is niet vanzelf ontstaan. De Munnik: ,,Daar hebben we echt aan gewerkt. Je kunt niet zomaar twee mensen naast elkaar op het podium zetten. Je moet er personages van maken met een vaste rolverdeling. Ik ben de pianoman, hij is de woordenman.''

Bedacht of niet, de twee vormden reeds lang voor hun eerste programma een onafscheidelijk duo. Ze kennen elkaar van de Kleinkunst Akademie in Amsterdam. Op school zongen ze samen al zelfgemaakte liedjes. Na het examen gingen ze aanvankelijk elk een andere weg. Paul de Munnik ging bij jeugdtheatergroep Wederzijds spelen. Daarnaast werkte hij als explicateur in het Filmmuseum te Amsterdam. Thomas Acda ging popmuziek maken met zijn band Herman & Ik. De groep kreeg enige bekendheid met het lied `Als je bij me weggaat, mag ik dan met je mee'.

Acda: ,,Ik dacht, cabaretier worden kan ook nog als ik veertig ben. Maar popster worden op je veertigste is een stuk lastiger. Dus laat ik dat maar eerst doen. Eigenlijk vond ik die popconcerten niet zo leuk. Ik had het idee dat ik mijn teksten voor niets schreef, omdat ik ze toch niet boven de gitaren uit kon schreeuwen. Bovendien kon ik mijn lulverhalen niet kwijt. Op een gegeven moment kwam het publiek al tijdens een optreden klagen: `leuke liedjes hoor, maar we verstaan er geen fuck van'.''

Acda stapte uit de band en zocht zijn oude schoolvriend weer op. De Munnik: ,,We zijn een half jaar in een kraakpand tegenover elkaar gaan zitten om materiaal te schrijven. Twee typmachines, een dartbord, en maar schrijven.''

Acda: ,,We hebben ons helemaal de blubber gedart.''

Uit deze kraakpandsessies kwam hun eerste programma Zwerf'on (1996) voort. Volgens het duo was dat meer een traditioneel cabaretprogramma dan Deel II. Er zaten bijvoorbeeld nog liedjes van Jacques Brel in: `De stad Amsterdam' en `La Valse à mille Temps'. De Munnik: ,,Dat zong ik in het Frans.''

Acda: ,,Ik vond Zwerf'on eigenlijk beter dan dit programma.''

De Munnik: ,,Kun je makkelijk zeggen. Niemand heeft het gezien.''

Acda: ,,Deel II mist een beetje diepte. Het eerste programma was wat zwaarder. Ik heb bijvoorbeeld het verhaal van de dood van mijn neef verteld, een van de grappigste mensen die ik gekend heb. Naarmate in dat verhaal de grappen van mijn neef harder werden, werd het publiek stiller, want ze wisten dat hij dood zou gaan. Toen het verhaal echt op zijn dieptepunt was, begon Paul `De stad Amsterdam' te zingen. Een machtig effect was dat, eerst die doodse stilte, dan dat enorm krachtige lied.''

Droevig

De Munnik: ,,Deel II is veel meer om te lachen. We hebben nu een droevige en een lichte show gehad. Het derde programma moet allebei worden.''

Net toen Zwerf'on begon te lopen, stopten de twee met spelen. De liedjes brachten ze begin 1997 uit op een cd. Deze werd vaak gedraaid op de radio, het duo trad op in Arbeidsvitaminen, op locatie vanaf Mallorca. De radio-optredens en de cd bezorgden de twee een nieuw, jong publiek.

Het succes van deze en de tweede cd danken De Munnik en Acda aan het pakkende popgeluid. Dat is meteen ook de derde peiler van hun succes: de symbiose tussen cabaret en popmuziek. Cabaretesk zijn de teksten die goed in elkaar zitten, gevoelig zijn en meer diepgang hebben dan het doorsnee onnozele liefdesliedje. De muziek is echter pure pop, zij het wat brave, met pakkende melodieën, een vol geluid, en krachtige drums. Acda: ,,We proberen op de cd een jaren-zeventigsound te creëren, liedjes die je zo op de radio kunt draaien. `Niet of nooit geweest' vonden wij bijvoorbeeld eerst te Tom Waits. Toen hebben we er een beetje Eagles bijgedaan, met van die doorlopende zanglijnen. En de samenzang hebben we van Crosby, Stills and Nash.''

Ter ondersteuning van de tweede cd maakten De Munnik en Acda in 1998 een concerttour die hen onder meer langs Paradiso en het Lowlands Festival voerde. Ondanks zijn eerdere weerzin tegen de popconcerten maakte Acda hiermee een terugkeer naar de poppodia. Acda: ,,Maar nu waren we al bekend, dat is veel leuker. Mensen klapten al voordat we opkwamen. Bovendien durfde ik nu wel onzinverhalen tussen de nummers door te vertellen. Wij zitten aan de Tom Waits-kant van de popmuziek. We maken een sfeer op het podium, we vertellen een verhaal en daar past dan een nummer in.''

Op de popconcerten maakten de jongens taferelen mee die deden denken aan de hoogtijdagen van de Beatles. Acda: ,,We kregen tien bodyguards. De gillende mensen trokken het shirt van ons lijf. In Dordrecht moesten we zelfs door de achterdeur naar buiten vluchten, waar de bus al met draaiende motor stond te wachten.''

De Munnik: ,,Twee weken later speelden we ook in Dordrecht, maar dan met ons theaterprogramma. Toen bleef iedereen netjes zitten en was heel stilletjes. Het waren dezelfde mensen, maar een popconcert lokt blijkbaar ander gedrag uit.''

Nostalgie

Niet alleen de muziek, ook de rest van Deel II is doortrokken van jaren-zeventignostalgie, wellicht de vierde peiler van hun succes. Verwijzingen naar Q&Q, de Dikvoormekaar Show en Abba zorgen voor een warm gevoel bij de dertigers in de zaal. De Munnik: ,,Ik zeg op een gegeven moment: `Als de bal lek was, kochten we een nieuwe bal. Als het regende, kochten we Sietse en Hielke.' Als de zaal dan niet reageert, kijk ik naar Thomas: het publiek zit weer onder de twintig.''

De twee beschrijven in het programma een ideale, zorgeloze jeugd in de polder. Alles kon, alles mocht. Dus beginnen de twee op een woensdagmiddag een fonotheek om geld te verdienen. De Munnik: ,,Die schets van de jeugd van onze generatie hebben we gemaakt om een soort algemene bedding aan het verhaal te geven. Je wilt jezelf toch duiden, verantwoorden waar je vandaan komt.''

Acda: ,,Wat onze generatie tekent, is dat we redelijk onbezorgd zijn opgegroeid. We mochten alles, er was geen geldgebrek. Daarom draait het voor de dertigers ook niet om geld, zoals bij de yuppen in de jaren tachtig. Bij ons draait het om het vinden van bestaansrecht, en het afdwingen van respect.''

Het verhaal over de onbezorgde jeugd eindigt op 8 december 1980, als ex-Beatle John Lennon in New York wordt doodgeschoten. Het lied `Laat me slapen' is een ode aan Lennon: ,,De zoon van God was terug op aarde/ Zelfde boodschap, zelfde haar/ All you need is love, zo mooi/ Maar kennelijk niet waar.'' Net als de moord op president Kennedy begin jaren zestig, staat Lennons dood voor het einde van een tijdperk, het verlies van onschuld.

Acda: ,,Ik weet ook nog precies wat ik deed toen Lennon werd doodgeschoten. Het was een maandagochtend, ik zat op mijn kamer, ik hoorde het op het nieuws en ik wist: nu is alles anders.''

De Munnik: ,,In het verhaal beginnen we een fonotheek om geld te verdienen. Dan gaat Lennon dood, horen wij zijn muziek voor het eerst, en ontdekken we: `Muziek. Daar gaat het om'. We verliezen onze onbekommerdheid, maar we hebben wel een doel in het leven gevonden. Je wilt van A naar B en je komt op C uit. Daar gaat dit verhaal over.'' De ondertitel van het programma is dan ook: `Life is what happens to you while you're busy making other plans'. (het leven is wat je overkomt terwijl je andere plannen maakt), een regel uit het wiegeliedje `Beautiful Boy' dat Lennon kort voor zijn dood opnam voor zijn zoontje. De Munnik: ,,Na de dood van Lennon begonnen de jaren tachtig, een nare tijd met vervelende muziek. Voor ons was dat het moment dat we van kind naar puber gingen.''

Acda: ,,Voor de videoclip van `Laat me slapen' zijn we naar New York gegaan. Op het Lennonmonument in Central Park hebben we toen allemaal waxinelichtjes gezet. En iedereen die daar rondhing – fans, toeristen, oude hippies, weirdo's – begon ons te helpen. Ze sleepten met kaarsjes en beschermden de vlammen met hun handen. Een man kwam naar ons toe en zei: `This is a very beautiful thing you are doing'.''

De Munnik: ,,Wij schaamden ons want wij kwamen alleen maar voor de gein, om een videoclip op te nemen. Veel mensen denken dat we geïnspireerd zijn door John Lennon, maar dat is helemaal niet zo. Het gaat er alleen maar om dat de moord op Lennon voor onze generatie het einde van de jeugdjaren betekende. Lennon zelf is niet belangrijk. Toen we dit programma aan het schrijven waren, draaiden we de hele tijd de cd Flaming Pie van Paul McCartney. Geweldige muziek. Eigenlijk is Paul McCartney onze grote held.''

Acda en De Munnik: `Deel II'. Toernee t/m 29/5. Alle voorstellingen zijn uitverkocht. Volgend seizoen zijn er nieuwe voorstellingen. Inl. www.acdaendemunnik.nl

Cd's: `Acda en De Munnik' en 'Naar huis'( Sony), f 39,95.