Strategie NAVO ter discussie

In de VS beginnen politieke en militaire functionarissen elkaar bittere verwijten te maken over de strategie van het NAVO-offensief tegen Joegoslavië.

De frustratie in de Amerikaanse hoofdstad groeit, nu militaire successen uitblijven en steeds duidelijker is dat zich in Kosovo een humanitaire ramp voltrekt die de luchtaanvallen juist hadden moeten voorkomen.

President Clinton is volgens Amerikaanse kranten weken geleden al gewaarschuwd dat luchtaanvallen ontoereikend zouden zijn om de etnische zuivering van Kosovo te stoppen. CIA-directeur George Tenet voorspelde de president bovendien dat Servische troepen in reactie op een offensief van de NAVO hun aanvallen op de bevolking van Kosovo wel eens zouden kunnen opvoeren, zoals inderdaad gebeurd is.

In Washington gaan nu steeds meer stemmen op om de oorlog in Kosovo met de inzet van grondtroepen te beslechten. Oud-minister van Defensie Frank Carlucci zei woensdag: ,,We zijn in oorlog. We moeten onze krijgsmacht in staat stellen om te winnen. Als daar grondtroepen voor nodig zijn, dan moeten ze maar worden ingezet.'' Maar president Clinton, die steeds heeft gezegd dat hij dat niet van plan is, riep de Amerikanen gisteren op tot geduld. Het offensief ,,is pas zeven dagen aan de gang'', zei hij. ,,We moeten vasthoudend en geduldig zijn.'' Hij waarschuwde de Joegoslavische president Miloševic dat de Verenigde Staten hem persoonlijk verantwoordelijk zullen houden, als de drie Amerikaanse soldaten die woensdag bij de Macedonisch-Joegoslavische grens zijn opgepakt iets overkomt.

Clinton en zijn veiligheidsadviseurs hebben de inzet van grondtroepen nauwelijks meer serieus overwogen, schrijft The Washington Post, nadat de NAVO in oktober had becijferd dat daarvoor zo'n 200.000 manschappen nodig waren. Dat getal was niet het resultaat van een grondige studie, maar van een snelle schatting ,,op de achterkant van een envelop'', aldus de krant. Maar het was voor Clinton en zijn NAVO-partners voldoende om de optie van grondtroepen meteen uit te sluiten en er ook dit voorjaar niet meer op terug te komen.

In geen van de NAVO-landen zou bij de publieke opinie steun bestaan voor een militaire actie met zoveel grondtroepen. Woensdagavond nog zei Clinton in een vraaggesprek met het televisiestation CBS: ,,Wat me tegenstaat aan de inzet van grondtroepen, is het vooruitzicht dat we ze niet meer kunnen terugtrekken.'' Hij zou van het begin af aan beseft hebben dat de NAVO de oorlog met alleen luchtaanvallen niet zou kunnen winnen, tenzij Miloševic snel zou inbinden. Daarop hoopte hij, naar nu is gebleken vergeefs.

Het Witte Huis reageert verbolgen op de – vaak anonieme – critici van de gevolgde strategie. Clinton kon de publieke opinie niet negeren, stellen zij.

Een luchtoorlog was de enige keuze die hij had. Als hij besloten had om helemaal niet in te grijpen, dan was hij verketterd omdat hij een humanitaire ramp had genegeerd.

In een politiek-militair plan dat de regering-Clinton in oktober opstelde, werd al voorzien dat de Joegoslavische president Miloševic de etnische zuiveringen kon versnellen. Maar een hoge NAVO-militair zegt (anoniem) in The Washington Post: ,,We hebben de wreedheid en de snelheid onderschat van het offensief van Miloševic in Kosovo.'' Aangenomen werd dat Miloševic snel door de knieën zou gaan als de NAVO eenmaal militair in actie zou komen.

Ook op het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel heerst frustratie over de aanpak van de Kosovo-crisis. Hoge NAVO-militairen erkennen nu dat ze belangrijke aanwijzingen over de Joegoslavische plannen met Kosovo over het hoofd hebben gezien. Als ze die signalen wel hadden opgepikt, aldus NAVO-functionarissen in The New York Times, dan hadden de politici hun weerzin tegen de inzet van grondtroepen misschien overwonnen.

Eind oktober gaf de toenmalige bevelhebber van het Joegoslavische leger, generaal Momlcilo Perišic, twee NAVO-generaals heimelijk een tip. Tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse generaal Wesley Clark, bevelhebber van de NAVO-troepen, en de Duitse generaal Klaus Naumann, in het presidentiële paleis in Belgrado, stuurde Perišic opeens zijn politiebegeleiders de kamer uit. Nadat hij de televisie heel hard had gezet, vertrouwde hij de NAVO-generaals toe dat hij besefte dat een conflict met het bondgenootschap vreselijke schade zou toebrengen aan het Joegoslavische leger, volgens hem de enig overgebleven democratische instelling in het land.

Perišic leek daarmee te willen zeggen dat hij het dreigement van de NAVO om het leger te vernietigen, heel serieus nam. Maar een maand later was hij uit zijn functie gezet, net als het hoofd van de luchtmacht en het hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst. Terugkijkend geloven NAVO-functionarissen nu dat Perišic en zijn twee collega's de laan werden uitgestuurd omdat ze niet instemden met een nieuw, drastisch plan voor de etnische zuivering van Kosovo.

Kort voor het begin van de luchtaanvallen voorspelde een van de Amerikaanse inlichtingendiensten dat Miloševic van plan was om Kosovo binnen een week via etnische zuivering te ontdoen van 1,8 miljoen etnische Albanezen. Maar Amerikaanse regeringsfunctionarissen zouden daartegen in hebben gebracht dat een paar dagen van bombardementen en actie van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK Miloševic wel zouden doen inbinden.

Nu dat niet is gebeurd, klinkt er gemor in Washington. Na de eerste aanvalsfase, die gericht was op het Joegoslavische luchtafweergeschut, werd de strijd opgevoerd tot fase twee (militaire infrastructuur) en fase drie (de troepen in Kosovo en doelen in Belgrado). Maar, zegt een anonieme regeringsfunctionaris, wat doen we als dat allemaal niet werkt? ,,Er is geen fase vier.''