Straks is alles afgelopen

De wereld vergaat, de mensen ploeteren door. Met elkaar.

Deel 13 van Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

Het is een terugkerende fantasie, half spel, half ernst: ik zit in een vliegtuig en denk: straks storten we neer. Al mijn dierbaren zijn ver van mij, bij wie in dit toestel wil ik mijn laatste ogenblikken doorbrengen? Met de mensen om mij heen, die ik niet uitgekozen heb, zal ik het moeten doen. Wordt het de moederlijke vrouw naast me aan de andere kant van het gangpad? De jongen met het oliezwarte haar twee rijen voor me? Ik moet nu kiezen.

Het is de vraag of ik in een noodgeval ook echt de moed zou hebben op hen af te springen en te vragen of ze mijn hand of mij helemaal vast willen houden. Zeker, als ik weet dat het echt het einde is. Maar stel dat het vals alarm is? Waarschijnlijk ga ik als het er op aan komt weifelend, vechtend tegen mijn gêne, mijn dood alleen tegemoet.

Het is een spel, want ik denk nooit dat ik werkelijk ga neerstorten. Toch, wanneer ik eens een keer niemand kan vinden voor een laatste afscheid, voel ik een moment echte paniek.

In de Canadese speelfilm Last Night staat het einde vast: het is een gegeven dat op Oudejaarsavond 1999, precies om middernacht de wereld zal vergaan. Alle personages weten het, allemaal zijn ze bezig hun levens zo passend mogelijk te besluiten. De oorzaak van de catastrofe kom je niet te weten, het moet iets met een aanstormende komeet zijn, of eerder misschien een aanvaring met de zon, want donker wordt het niet meer op aarde. Het doet er niet toe. De personages van regisseur en acteur Don McKellar zijn niet bezig met overleven, maar met leven.

Het naderende einde der tijden dwingt hen de maat van hun eigen leven te nemen. Een op drift geraakte vrouw van Koreaanse afkomst heeft gekozen voor een liefdesdood: zij en haar kersverse echtgenoot zullen elkaar precies om middernacht doodschieten, zodat ze op het laatste nippertje toch samen hun lot in eigen hand nemen. Maar ze raakt haar auto kwijt en al haar plannen worden gefnuikt. De aarzelende jongeman in wiens appartement ze gedwongen verzeild raakt, heeft gekozen voor stoïcijnse waardigheid. Hij is alleen, en wil dus ook alleen sterven; voor hem geen paniekerige emotionaliteit, maar een eenzaam glas champagne en een gepaste klassieke cd. De onbekende vrouw verandert alles. Anderen proberen op het nippertje nog eigenhandig hun levenslang gekoesterde verlangens in te lossen. Een jonge man heeft zich voorgenomen alle seksuele varianten waarvan hij alleen maar durfde te dromen, gedurende de laatste maanden stuk voor stuk uit te voeren. Hij doet wat sm, gaat eindelijk met zijn oude schooljuf naar bed, probeert zijn beste vriend, een aarzelende jongeman, nog over te halen voor een snelle vrijpartij, en eindigt klokke twaalf met de vervulling van zijn hartewens, een maagd in bed. Weer anderen sluiten de handen ineen en bidden. In de straten heerst chaos en geweld, maar ook uitzinnige vreugde; duizenden hebben besloten er een feest van te maken.

De film eindigt met het Einde.

Last Night is onderdeel van een project waarbij verschillende regisseurs van over de hele wereld gevraagd werd hun visie op het millennium dramatisch vorm te geven (de film was hier tot nu toe alleen op het filmfestival van Rotterdam te zien). Het zegt veel dat de makers de blik niet op de toekomst richten, maar priemend op het hier en nu. Dat hier en nu is het domein van de menselijke relatie. Niks geen politieke visie, niks geen bezorgdheid over de eco-balans of een morele les over verval en verloedering; het melodramatische gegeven van het einde der tijden dient enkel en alleen om de personages met hun neus op de feiten van hun persoonlijke leven te drukken.

Wanneer morgen alles afgelopen is, wat doe je dan vandaag? Wat is belangrijk? Wie? Waar klamp je je aan vast als het erop aan komt?

Wat een film als Last Night laat zien, is hoe ontkerstend we inmiddels zijn, en niet alleen in religieuze zin. De langverwachte reuzeklap aan het einde, geleend van het inmiddels weer populaire genre van de rampenfilm, dwingt de personages naar zichzelf te kijken kennelijk deden ze dat al niet meer. Er is geen sprake van een gemeenschap die hun een beeld van zichzelf geeft, of waartegen ze zich kunnen afzetten. Ze komen niet tot zelfkennis doordat ze in het dagelijkse leven staan met een filosofie, een geloof, een ideaal, een visie op hun bestaan, maar enkel en alleen door het feit dat hun eigen eindigheid hun als een fait accompli wordt opgediend. De wetenschap dat de wereld klokke twaalf zal vergaan geeft vorm aan wat anders vormeloos gebleven zou zijn. Geheel op eigen kracht moeten zij tot de essentie van het bestaan komen.

Is die er? Sinds Joseph Conrads Heart of Darkness lijkt vast te staan dat wanneer de mens aan zichzelf wordt overgelaten, ongehinderd door zoiets als een gemeenschap en een gemeenschappelijke moraal, hij met lege handen komt te staan. Hij vervalt tot beestachtigheid. Die les is ons in de precies honderd jaar na verschijnen van die raadselachtige novelle nog honderden keren ingepeperd, zo vaak dat ze inmiddels een cliché is geworden. Maar Conrad huldigde in zijn boek juist de eigenschap die zijn Mr Kurtz niet bezat, maar die niettemin bij uitstek menselijk is: zelfbeheersing.

Last Night speelt niet in de Afrikaanse rimboe, maar in een maatschappij die iedere zinvolle samenhang heeft verloren – onze maatschappij dus. Het gaat nu eens niet over de `duistere kant' van de menselijke geest, de lukrake verschrikkingen die in onze natuur huizen. Je ziet daar wel glimpen van – mannen met honkbalknuppels, rokende puinhopen – maar de personages proberen er wel degelijk iets van te maken, van dat laatste restje leven dat hen is toebedeeld. Ze ploeteren energiek door tot aan het moment supreme, zonder hun waardigheid te verliezen. En allemaal bereiken ze een soort vervulling, ieder van hen op een andere manier. Zo verruilen de aarzelende jongeman en de gestrande vrouw een dubbele zelfmoord – ze hebben allebei een pistool op elkaars hoofd gericht – op het allerlaatste moment voor een finale kus.

Valse romantiek? Ik geloof er niks van. In dat hopeloze geploeter, daar ligt de kern. Veel kunst van de afgelopen eeuw onderstreept de wanhoop van het verlies van het Grote Verband, de permanente staat van neurotische verlorenheid waaraan iemand ten prooi valt die enkel en alleen aan zijn eigen geest en lichaam is overgeleverd. Dat is allemaal waar, maar nu pas laat de andere kant van dat verlies zich goed zien, de humane, komische kant. Wat blijkt: niemand legt zich neer bij zinloosheid. Het leven draait nog altijd om de eeuwige drieëenheid – God, seks, liefde. Die drie zijn onuitroeibaar gebleken. Je bent alleen gedwongen er zelf een vorm voor te vinden.

Als de mens absurd is, is hij in ieder geval ook heel erg menselijk. Films als Last Night maar ook Armageddon en Deep Impact laten zien dat iemand zijn eigen betekenis zal zoeken juist daar waar Sartre de hel op aarde zag: bij andere mensen.