Steeds gezelliger

Patricia Cornwell hield nooit erg van gezelligheid. In haar desolate wereld was alles lelijk – steden, huizen, kleding, muziek, landschap. Dat is nog steeds zo: de geur en kleur van goedkoop plastic slaan je tegemoet. Cornwells thrillers staan in de harde Amerikaanse traditie en niet in die van de gemoedelijker Engelse whodunnit, waarin de tuin, een kleuter of een oude tante nog wel eens iets idyllisch, liefs of lenteachtigs inbrengt.

Maar er is wel iets veranderd. Cornwell werd beroemd met haar romans rond de competente patholoog-anatoom Kay Scarpetta, verhalen waarin zij zich uitleefde op macabere details als vezeltjes tapijt onder de nagels van het lijk, spoortjes schaamhaar in de mond, huidschilfers op een autostoel. In haar nieuwe reeks, waarvan Zuiderkruis (Southern Cross) nummer twee is, zijn de hoofdfiguren politiecommissaris Judy Hammer met haar twee medewerkers Andy Brazil en Virginia West. Anders dan bij Scarpetta draait het in Zuiderkruis niet om de fysieke details van een uitgesproken gruwelijk moordonderzoek, maar om een aantal lokale verwikkelingen die voor de lezer in eerste instantie lastig te volgen zijn, waaruit tenslotte extreem geweld voortvloeit tegen volstrekt toevallige voorbijgangers. Een detective dus waarin de spanning bestaat uit de vraag welke misdaad er uiteindelijk zal worden gepleegd. Die dreiging speelt zich af tegen de achtergrond van het nog altijd van racisme doordrenkte zuiden. Letterlijk, want het standbeeld van Jefferson Davis, held uit de burgeroorlog, is op een nacht van kleur veranderd: een creatief persoon veranderde de witte president in een zwarte basketballer. Het raadsel waar het politietrio voor staat is wat dit geweldloze vandalisme te maken heeft met de moord op een oud dametje en met de jeugdbende die berovingen pleegt bij geldautomaten.

Het kwaad heeft in Zuiderkruis twee gezichten: er is de gefrustreerde lower-class dikzak Bubba, die als jongetje altijd werd gepest met zijn naam en zijn omvang. Bubba loopt op woede, koopt vuurwapens bij de vleet en is zich altijd aan het verweren tegen wie slimmer, beschaafder of succesvoller zijn dan hij. Lukt dat niet dan slaat hij door. Bubba's geweld staat voor blank ressentiment. Maar als het wat minder had tegengezeten, had het ook goed kunnen gaan. Bubba is ook wel aandoenlijk. De verwende Smoke daarentegen, afkomstig uit een keurig milieu en ondanks zijn vele veroordelingen altijd kritiekloos toegejuicht door zijn ouders, is een pure psychopaat, van jongsaf aan gewelddadig; niks opgekropte woede – hier treitert, intimideert en doodt de kille gewetenloosheid in persoon; hoe zwakker de prooi, hoe gretiger Smoke. Aangrijpend en overtuigend is Cornwells beschrijving van de terreur waardoor de psychopaat weerloze kinderen, waar kennelijk geen ouder op let, tot bendeslaafjes maakt en de misdaad in dwingt. De vrouwen van deze twee engerds heten Divinity en Honey, en daarmee is hun plaats in het leven wel gegeven.

Is Zuiderkruis dus een somber boek? Nee. Er worden meer grapjes gemaakt dan in de Scarpetta-boeken, en de politiemensen zijn alledaags menselijk. Vooral huisdieren vormen de komische noot. We mogen delen in de zorgelijke gedachten van de hond van Hammer en de kat van West over de even drukke als eenzame levens van hun respectieve bezitsters. Hond Popeye houdt innig veel van de elegant in Donna Karan gestoken politiechef die haar redde uit het asiel; en poes Niles drukt op een gegeven moment zelfs het telefoonnummer in van de man die haar baasje weer in een goed humeur moet kunnen brengen. Toch wel idyllisch dus.

Patricia Cornwell: Zuiderkruis. Uit het Amerikaans vertaald door Mariëtte van Gelder. Luitingh-Sijthoff, 320 blz. ƒ34,90