Over kruikenzeikers en Sjinnezen

Er verschijnt niet vaak een boek waaraan iemand vijfenveertig jaar heeft gewerkt. Het Groot schimpnamenboek van Nederland is zo'n boek. Dirk van der Heide zal er niet doorlopend aan hebben gewerkt, maar hij is er een groot deel van zijn leven mee bezig geweest. Vallen er in Nederland dan zoveel schimpnamen te verzamelen? Zeker. Van der Heide geeft er zo'n tweeduizend. Historische, maar ook namen die nog worden gebruikt, zoals `kruikenzeikers' voor de inwoners van Tilburg.

Dirk van der Heide: Groot schimpnamenboek van Nederland. Profiel, 308 blz. ƒ37,50

Van der Heide's Groot Schimpenboek bevat veel cultuurhistorische informatie. Inwoners van Tilburg heten bijvoorbeeld `kruikenzeikers' omdat de wevers er vroeger een kruik mee naar huis kregen om urine in te verzamelen. Die werd gebruikt om de geweven wol te vervilten. Alleen de urine van mannen werd hiervoor gebruikt. Op maandag werd er geen urine ingezameld, want daar zat meestal te veel alcohol in.

Van der Heide heeft de schimpnamen per provincie alfabetisch ingedeeld op plaats. Er is een register op plaatsnamen, één op schimpnamen en één waarin de schimpnamen achterwaarts alfabetisch zijn geordend. Daarin kun je bijvoorbeeld zoeken welke schimpnamen op `-nezen' eindigen. Dat zijn er negen. Behalve van Hagenezen spreekt men van Alfenezen, Schagenezen, Pijakenezen, Herrekenezen, Bokkenezen, Houtenezen, Horinezen en Sjinnezen (voor de inwoners van Schinnen in Limburg). Het is overigens de vraag of dit allemaal schimpnamen zijn.

Vijfenveertig jaar is lang en het materiaal is leuk, en daarom is het erg jammer dat Van der Heide niet bij een uitgever terecht is gekomen die het boek met een paar ingrepen een stuk beter zou hebben gemaakt. De huidige uitgever schrijft in het woord vooraf dat Van der Heide erg `contentieus' te werk is gegaan, waar hij `consciëntieus' bedoelt.

Aan Van der Heide's boek kleven twee grote bezwaren. Het eerste is dat hij de informatie per plaats in een willekeurige volgorde aanbiedt. Bij Amsterdam staan bijvoorbeeld twaalf schimpnamen, van `Mokumers' tot `Waterhonden', die niet alfabetisch, niet chronologisch of anderszins zijn geordend. Bovendien is de informatie erg ongelijkwaardig. `Mokumer' krijgt maar drie regels en `koeketer' ruim dertig. Van der Heide springt van voor naar achter in de tijd en vermeldt vaak helemaal niet wat hij met `vroeger' of `voorheen' bedoelt. Veel logischer zou zijn geweest om de namen alfabetisch te behandelen.

Een ander bezwaar is dat Van der Heide de schimpnamen `zoveel mogelijk in het oude plaatselijke dialect' geeft. Er is niets tegen de dialectvorm. Maar voor een publieksboek waarin vele tientallen dialecten aan de orde komen is het noodzakelijk om de dialectvorm ook te vertalen in Standaardnederlands. Helaas laat Van der Heide dat te vaak achterwege, wat afbreuk doet aan de waarde van zijn verzameling. Zo vermeldt hij dat de inwoners van Baflo in Groningen door `die van Eenrum' `koarschoevers' en `koarkroders' worden genoemd. Maar wat betekenen die namen? Uit de toelichting wordt dit niet echt duidelijk. Ik dacht dat je `koarkroders' moest lezen als `koark-roders', want in de toelichting gaat het over (kerk)torens. Maar de gestandaardiseerde vorm is `kar-kruiers', want er zijn ook kruiwagens in het spel. Ik moest de hulp inroepen van de Groningse streektaalfunctionaris om hier achter te komen.

Van der Heide is ijverig geweest, maar ook erg amateuristisch. Aan zijn literatuurlijst is geen touw vast te knopen. Hij vermeldt een lijstje `correspondentie-adressen', maar wat zijn dat en wat kan de lezer hiermee? Hij noemt als twee verschillende benoemingsmotieven `de aanwezigheid van bepaalde diersoorten' en `het voorkomen van bepaalde dieren'. Een consciëntieuze uitgever zou dit in goede banen hebben geleid. Het is daarom te hopen dat er ooit een tweede, bijgewerkte druk zal verschijnen. Want daarvoor is het ruwe materiaal zeker leuk genoeg.