Moorden op joden bestraft in Engeland

In Londen is gisteren de 78-jarige spoorwegbeambte Anthony Sawoniuk veroordeeld tot twee keer levenslang wegens moorden op joden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Wit-Rusland. Sawoniuk is de eerste en mogelijk de laatste die door een Britse rechtbank is berecht op grond van een in 1991 ingestelde wet die het mogelijk maakt oorlogsmisdadigers te vervolgen die tijdens hun daden niet de Britse nationaliteit hadden. Sawoniuk – suikerziek, halfblind, mank en zo doof dat de rechter af en toe tegen hem met stemverheffing moest spreken – zal de rest van zijn leven waarschijnlijk in een gevangenisziekenhuis doorbrengen.

De jury oordeelde Sawoniuk schuldig aan oorlogsmisdaden die hij als 20-jarige in najaar 1942 zou hebben gepleegd in het Wit-Russische stadje Domatsjevo, een kuuroord met 5.000 inwoners van wie 4.000 joden, die door de Duitse bezetters in een getto waren gedreven. Op de joodse feestdag Yom Kippur in september 1942 executeerden de Duitsers zo'n 3.000 van hen. Als lid van de lokale politie zou Sawoniuk meedogenloos overlevenden van dat bloedbad hebben opgespoord en vermoord. De getuigen in de zaak behoorden tot de 12 joden uit Domatsjevo die de oorlog overleefden. Een van hen, de 75-jarige Fedor Zahn, die nog bij Sawoniuk in de klas had gezeten, zei dat hij hem 15 joodse vrouwen in een bos met een machinegeweer had zien neermaaien, nadat hij ze had gedwongen hun kleren uit te doen. De 69-jarige Aleksandr Beglay, die destijds 13 was, had Andrusjka, zoals hij bekend stond, een vrouw en twee mannen met een pistool zien doodschieten en in een kuil gooien.

Sawoniuk zei onschuldig te zijn. ,,Ik heb niemand gedood. Ik ben geen monster, maar een gewone arme arbeider. Ik heb joden nooit gehaat. Ze waren mijn vrienden. Ik ben naast ze geboren en met ze opgegroeid en naar school gegaan. Ze beschuldigen me en ze liegen.'' Hij beschuldigde de getuigen ervan voor de KGB te werken. De toenmalige Sovjet-autoriteiten maakten de Britse justitie in 1988 op Sawoniuk attent. Lord Janner, voorzitter van een stichting die de oorlogsmisdadenwet heeft helpen opstellen, noemde het proces ,,een symbolisch baken'' en een waarschuwing voor hedendaagse oorlogsmisdadigers. Op grond van de wet zijn 376 zaken onderzocht. Daarvan hangt er nog één, die waarschijnlijk niet voor de rechter komt, zeggen juristen.