KREUKELS MET KRENTENBROOD

Bij laag water in de getijdenzones zie je ze vaak urenlang voorovergebogen bezig tussen de keien op het drooggevallen slik: kreukelzoekers. Naast hen altijd een mand, emmer of jutezak om de `geraapte' zeeslakjes in te doen. Alikruiken, ook wel kreukels genoemd, leven in getijdenzones en hechten zich op stenen en houten palen. Hun slijkgrijs huisje met gepunte top en druppelvormige opening wordt 's winters afgesloten door een flinterdun dekseltje, een zogenoemd kalkslot.

Alikruiken zijn een zilte lekkernij voor wie zich de moeite getroost met een speld dat langgerekte slakje uit zijn huisje te trekken. Bij viswinkels op de Zeeuwse eilanden, die goede connecties met kreukelzoekers hebben, zijn alikruiken soms verkrijgbaar; ook de mosselman op de Rotterdamse markt (dinsdag en zaterdag) heeft vaak alikruiken. Maar het aardigst is om tijdens een wandeling over de dijk bij Yerseke zo'n bejaarde kreukelzoeker aan te treffen die je voor een paar gulden een grote zak met versgeraapte kreukels in de hand drukt.

Uit zijn groentetuin achter de dijk plukt hij nog wat salie en nieuwgeloken bladselderij en doet je dat cadeau. Hij is niet erg te spreken over de import-kreukels uit Ierland. Die vindt hij veel te mager. ,,Deze zijn lekker vet', zegt hij tevreden. Het schijnt dat er `op Yerseke' met Pasen kreukels met krentenbrood worden gegeten. De combinatie van zachtzilt en lichtzoet is een classic uit de wereldkeuken die ook aan de Zeeuwen niet voorbij is gegaan. En bij de borrel kunnen kreukels en radijzen het samen goed vinden.

Bereiding: Gooi kreukels, kruiden en gekneusde peper in anderhalve liter kokend en gezouten water, wacht tot het water weer kookt en laat de slakjes 1 1/2 minuut koken. Van langer koken worden ze taai en ze zijn dan ook moeilijk uit hun huisje te halen. Laat ze in het kookvocht afkoelen zodat de smaak van kruiden en peper goed kan intrekken. Bedekt door hun kookvocht zijn ze enkele dagen houdbaar in de ijskast.