Kosovo-crisis komt paars ongelegen

Het tweede paarse kabinet is door verschillende venijnige kwesties nerveus aan het worden. Ontstond er deze week om die reden commotie over de vraag of minister De Grave (Defensie) in de Kosovo-crisis nu wel of niet heeft geblunderd?

De Kosovo-crisis maakt het toch al vrij moeizaam geraakte leven van het tweede kabinet-Kok niet eenvoudiger. Behalve de sleet die kan ontstaan tussen mensen en partijen die al vijf jaar regeren, waren er boven de paarse coalitie ,,vóór Kosovo'' immers al een paar venijnige kwesties samengelopen.

Voorbeelden: de voorjaarsnota en de vraag of er nu of pas komende zomer al dan niet moet worden gekort op de uitgavenplannen; het asielbeleid, dat verder onder druk kan komen als een nieuwe Balkan-exodus zometeen West-Europa bereikt; de Bijlmerenquête, die aan nieuwe feiten niet zó veel opgeleverd heeft, wat de enquêtecommissie over drie weken wel eens zou kunnen bewegen om bij wijze van ,,compensatie'' haar conclusies dan maar wat puntiger te maken. Zeg, die over de vorige minister van Verkeer en Waterstaat, mevrouw Jorritsma (VVD), nu minister van Economische Zaken en vice-premier.

In al die kwesties spelen prominente VVD'ers hoofdrollen. Daardoor staat de partij in het post-Bolkesteintijdperk qua politiek management voor een eerste krachtproef. Conform de VVD-tradities op dit stuk blijkt de buitenwacht weinig van spanningen aangaande haar precieze interne pikorde. Maar wie straks de `echte' opvolger van Bolkestein wordt, speelt in vele kwesties mede een rol.

Dat vraagstuk geldt ook voor twee jonge en ambitieuze VVD-ministers, die tot op zekere hoogte elkaars concurrent zijn en die zich in de Kosovo-crisis alletwee in een moeilijk parket bevinden. Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en Frank de Grave (Defensie) dragen immers wèl politieke verantwoordelijkheid maar hebben weinig invloed op de regie en het verloop van de gebeurtenissen op de Balkan.

De nervositeit die daarmee samenhangt kan verklaren waarom er deze week aan het Binnenhof even commotie ontstond over de vraag of De Grave nu eind vorige week in een televisieoptreden nu een blunder had begaan, zoals sommigen zeiden, of een kleine vergissing, zoals hij het zelf ziet.

Het politieke zondagskind De Grave (43), Tweede-Kamerlid op zijn 27ste, ex-staatssecretaris (Sociale Zaken), ex-wethouder (Amsterdam) en sinds acht maanden minister van Defensie, nam een paar dagen later in elk geval het zekere voor het onzekere. Woensdag waren camera's en microfoons welkom in de P.J.S. de Jong-zaal van het ministerie van Defensie. Die zijn anders niet welkom bij de achtergrondbriefings voor de media, die sinds midden vorige week dagelijks worden gegeven over de militaire stand der dingen in de Kosovo-crisis. De Grave wilde namelijk vertellen over het bezoek dat hij die dag had gebracht aan het Nederlandse F-16-detachement op de basis Amendola. Maar, zo bleek, óók wilde hij een in de publiciteit gekomen faux pas van jongstleden zaterdag rechtzetten.

Zaterdagavond had de minister tijdens het NOS-programma Nova, ,,terwijl de camera's al liepen'', een briefje aangereikt gekregen waarop stond dat een Amerikaans NAVO-vliegtuig was neergestort of neergehaald. De Grave dacht, zei hij, dat het om nieuws van teletekst of CNN ging, dat hem door een medewerker was toegespeeld in verband met mogelijke vragen in de uitzending. Daarom had hij desgevraagd verteld dat er een Amerikaanse jet was neergestort. Dat had hij volgens de geldende NAVO-afspraken niet mogen doen, want hij had er de kansen van de piloot om te worden gered mee kunnen schaden. Die piloot had even later geluk, hij werd in een bliksemactie gered, zoals de NAVO zondag bevestigde. Zodoende had de minister ook geluk, en kon Defensie die zondag volstaan met een spijtbetuiging naar Brussel.

,,Op dat briefje stond niet dat de inhoud vertrouwelijk was. Als ik dat geweten had, had ik natuurlijk niets gezegd. Maar ik wil in alle openheid wel zeggen dat het niet zo had moeten lopen. Of er een fout gemaakt is door mijn medewerkers? Nee, dat ook niet'', zei De Grave.

Geen hit maar een near miss dus, incident gesloten; de minister, de NAVO en die piloot gaan zonder boete door naar af. Hopelijk geldt dat ook voor die medewerker die dat briefje aanreikte. Want de minister loopt niet graag schade op door fouten van medewerkers. Het is zó al moeilijk genoeg op Defensie, waar hij krachtig moet bezuinigen, maar ook weer niet zó krachtig dat hij er zijn eigen VVD mee ergert.

De Grave, die zijn dienstplicht vervulde in de soldatenrang en daardoor meer tijd had voor zijn werk als bestuurslid van de jongerenorganisatie JOVD, is alom erkend als gewiekst homo politicus. Een vlugge puntenbokser, die op Defensie oefent voor de allerzwaarste VVD-gewichtsklasse, altijd klaar voor een subtiel tikje opzij.

Deze week, hoewel zelf even in het defensief, gaf hij zo'n tikje aan zijn voorganger, Joris Voorhoeve, de partijgenoot die sinds `Srebrenica' (juli 1995) zijn politieke toekomst achter zich heeft. Voorhoeve zat destijds, toen Dutchbat in Bosnië in nood raakte, vaak in het ondergrondse crisiscentrum van Defensie. Hij wekte daarmee bij velen de indruk dat bataljon uit de Haagse crisisbunker te commanderen, hoewel het onder VN-commando stond.

Dat ondergrondse crisiscentrum is intussen afgekeurd door de arbeidsinspectie en nu bovengronds gevestigd. De Grave komt er niet vaker dan eens per dag, en kort. Het commando over de acties boven Joegoslavië berust immers bij de NAVO, zeggen zijn medewerkers. Over zijn trip naar Amendola zei een van hen: ,,De Grave wilde daar niet heen met journalisten, want hij wil de indruk vermijden dat hij de acties leidt of coördineert.'' Voor wie het niet goed begrepen had voegde De Grave daar zelf even later aan toe dat hij de operationele aspecten van de luchtacties aan de NAVO laat en overigens ,,de militairen niet voor de voeten wil lopen''.

Waarna hij de journalisten die niet mee waren geweest vertelde wat hij in Amendola had gehoord en gezien. Met de camera's en de microfoons aan.