Johannes Passion in Rotterdam op zeker gespeeld

Soms lijkt de wereld even voorbij te gaan aan Rotterdam. `Na langer dan een eeuw vergeten te zijn geweest, is Bachs Johannes Passion ten langen leste in het gevolg van de Matthäus Passion weer te voorschijn gekomen en tot uitvoering gebracht.' Aldus jubelt het tekstboekje bij het feit dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest voor het eerst in zijn geschiedenis de Johannes Passion op de lessenaars heeft gehad.

Al in de vorige eeuw bestonden in Rotterdam plannen voor een jaarlijks terugkerende Matthäus-Passiontraditie, zoals die in Amsterdam door toedoen van Willem Mengelberg gestalte kreeg. Pas vanaf 1945 zou ook het Rotterdams Philharmonisch Orkest zijn jaarlijkse traditie vestigen met uitvoeringen onder uiteenlopende dirigenten als Eduard Flipse, Jan Eelkema en James Conlon. Aan de Rotterdamse Matthäus-traditie kwam in 1991 abrupt een eind met een laatste uitvoering onder Hans Vonk. Drie jaar geleden leidde Daan Admiraal nog eens een Matthäus, en nu heeft het orkest dus, in verantwoord slanke bezetting, zijn toevlucht genomen tot de Johannes. Voor de locale statistiek misschien een historische daad, maar in uitvoeringstechnisch opzicht bepaald geen mijlpaal, deze vertolking onder leiding van Nicholas Kraemer, een klavecinist en oude-muziekdirigent. Met Kraemer hebben de Rotterdammers gekozen voor het compromis. Men doet een serieuze poging aansluiting te zoeken bij de authenticiteitsbeweging, maar tegelijkertijd is Kraemer geen man van hemelbestormende opvattingen. Zijn Johannes was in tekstbeleving en voorzichtige tempokeuzen meer esthetisch dan dramatisch van signatuur; muzikaal was het een kwestie van op zeker spelen. Eveneens toonbeeld van het compromis waren de romantisch ruisende dwarsfluiten boven de basfluit-begeleiding in een aria als Ich folge dir gleichfalls, een combinatie die toch iets wegheeft van een T-Ford met xenonverlichting.

De met bijna veertig leden aangetreden Laurenscantorij groeide gaandeweg in zijn rol, gaf de koralen kleurrijk reliëf en was in Lasset uns den nicht zerteilen zelfs even meeslepend. Harry van der Kamp zette een rondborstige Christus neer, voor Tom Sol was in de basaria's een verdienstelijke bijrol weggelegd. De Amerikaanse tenor Howard Crook overtuigde allerminst als Evangelist. Zoals ook drie jaar geleden al bleek bij het Concertgebouworkest, is deze partij hem letterlijk te hoog gegrepen. De alt Catherine Robbin bereikte amper de helft van de toehoorders in De Doelen. Diezelfde schare nagelde ten slotte de zo fraai ingezette aria Zerfliesse, mein Herze van sopraan Lena Lootens met een kuchende estafette harteloos aan het kruis.

Concert: Johannes Passion van Bach door het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Nicholas Kraemer. Gehoord: 31/3, De Doelen Rotterdam.