Jesus Christ Superstar

In welke bochten moet je je als christen anno 1999 wringen om de boodschap van de Heer uit te dragen? Paus Johannes Paulus II rapt zich de blaren op zijn tong op de reli-cd Abba Pater. EO-anchorman Andries Knevel volgt de beursnotering van Baan als een havik. En vanavond, op Goede Vrijdag, vertoont de NCRV alwéér de musical Jesus Christ Superstar.

Moet maar weer, zullen ze gedacht hebben in Hilversum. Modern toch? Spreekt de jeugd ook aan. Na de Matthäus Passion even tijd voor easy tune. Tof. Geschikt ook voor napraten in kleine kring. Pa, droegen de Romeinen echt VN-helmen? En wat rookte Jezus nou precies dat hij er zo high uitzag?

Zouden ze bij de NCRV echt denken dat deze gelobotomiseerde hippie-versie van de heilsgeschiedenis `jonge mensen' op een vroom idee brengt? Nu de fijne blije gospel-gitaren van weleer kennelijk geen uitkomst meer bieden, sleept de NCRV maar meteen het hele hippie-orkest uit 1973 naar binnen. Scherpe timing.

Voor wie deze film nooit heeft gezien: de laatste dagen van Jezus van Nazareth worden erin verbeeld als een moderne Peace and Love-parabel. Herodes is een Californisch fuifnummer, de Romeinen stuiven door de woestijn in tanks, Judas wordt opgejaagd door straaljagers. En Jezus is, conform het seventies-ideaal, een Gevoelige Man die groupie-hartenbrekend op het kruis afgaat. Jesus Christ Superstar, onder regie van Norman Jewison, is kortom een waar product van de jaren zeventig. Ludiek, semi-diepzinnig, en onbekommerd lijp.

Voor Jezus betekende de rock-musical, de verfilming van een theaterstuk van Tim Rice en Andrew Lloyd-Webber uit 1969, wel eindelijk een feature-rol. De Heiland had het in Hollywood lang moeten doen met respectvolle vluggertjes, zoals in Ben Hur, waarin alleen zijn achterhoofd te zien was en de ootmoed die uit Charlton Hestons ogen droop duidelijk moest maken wie Hij was. Maar nu kreeg Hij de hoofdrol, als één van ons. Cool. De Zoon van God ontpopte zich als de Broer van James Dean, en, wie weet, een Neef van Jim Morrison.

Toch is het niet die `moderne' kijk op Jezus die deze film bederft. Jezus kan wel een stootje hebben, zou je zeggen. De bedoelingen zijn hier bovendien eerder New Age-achtig spiritueel dan godslasterlijk. Aan het acteren ligt het ook niet: Ted Neely's Jezus slaat nog geen deuk in een pakje boter, maar de maniakale Judas (Carl Anderson) maakt veel goed. Ook de woestijnlocatie en de meezingers (`I Don't Know How To Love Him' en de titelsong) mogen er zijn. Het failliet van de film schuilt eerder in het gebrek aan evenwicht tussen spel en ernst, waardoor zelfs het Paasverhaal elke dramatiek verliest - dezelfde evenwichtsstoornis waar de jaren zeventig aan ten onder gingen.

Jesus Christ Superstar is de film-annalen ingegaan als `een revue voor studenten', een kruising tussen kitsch en Catch 22, met `toeristen die het leven van Christus naspelen'. Paul Zimmerman noemde het `een fiasco van de moderne film'. Critica Pauline Kael sneerde dat Jezus werd afgebeeld als `een onbegrepen tiener'. Maar aanstootgevend? Dat is `Jezus Superster' allang niet meer. Vage godsdienstigheid is een gewild artikel in een tijd van New Age en feel good-evangelisme (`God houdt van JOU!'). Dat laatste moet de reden zijn waarom de NCRV deze film uitzendt, en niet een werkelijk controversiële, maar ook veel indringender Jezus-film als The Last Temptation of Christ (1988) van Martin Scorsese.

Jesus Crist Superstar (Norman Jewison, VS, 1973) Ned.1, 23.29-01.11u.