Ieder voor zich en alleen de VN voor ons allen

In de sinds `Bosnië' sukkelende Beweging van niet-gebonden landen variëren de reacties op de NAVO-aanvallen van stilzwijgende steun tot luidruchtige afkeuring. Opportunisme viert hoogtij.

Maarschalk Josip Tito draait zich om in zijn graf: van zijn schepping Joegoslavië rest eigenlijk alleen het krijgszuchtige Servië en de NAVO beschiet Belgrado. Maar ook Tito's kompanen Nehru en Nasser, die met hem aan de wieg stonden van de Beweging van niet-gebonden landen, voornamelijk ex-koloniën die geen partij wilden kiezen tussen Oost en West, is de eeuwige rust niet gegund. India stemt in met de Russische veroordeling van Allied Force en Egypte geeft Miloševic de schuld van de oorlog.

Het uiteenvallen van Joegoslavië stortte de Beweging van niet-gebonden landen in een crisis. Dit losse verbond van - hoofdzakelijk – ontwikkelingslanden was door het einde van de Koude Oorlog zijn bestaansrecht eigenlijk al kwijtgeraakt. Toen Servische milities in 1992, met steun van Belgrado, bloedig begonnen huis te houden onder de moslims van Bosnië-Herzegovina, tekende zich een scheuring af. Moslimlanden dreigden in 1992 de top van niet-gebonden landen in Jakarta te boycotten als de rompstaat Joegoslavië als deelnemer werd toegelaten. De toenmalige voorzitter, Indonesië, wist de verdeelde beweging bijeen te houden met een programma voor versterking en democratisering van de Verenigde Naties. De VN gelden in Derde-Wereldlanden immers als het enige platform waar zij een vuist kunnen maken. De jongste crisis rond Kosovo, de apotheose van Joegoslaviës ontbinding, zaait opnieuw verwarring in de niet-Westerse wereld.

De meeste Afrikaanse leiders hebben tot dusverre het stilzwijgen bewaard over de NAVO-aanvallen en de gewelddadige zuiveringen door Servië in Kosovo. Een voor de hand liggende verklaring voor die stilte zijn de Afrikaanse zorgen over de oorlogen op het eigen continent: Sierra Leone, de Hoorn van Afrika, de beide Congo's en Angola. Over humanitaire catastrofes kan Afrika een woordje meepraten: alleen al in het opnieuw door burgeroorlog geteisterde Angola zijn 1,8 miljoen mensen van huis en haard verdreven.

Daar komt bij dat de crisis om Kosovo de Afrikanen voor lastige dilemma's plaatst. In Afrika bestaat vanouds sympathie voor Joegoslavië. Belgrado had van meet af aan stelling genomen tegen het apartheidsbewind in Zuid-Afrika en heeft zowel bevrijdingsbewegingen in zuidelijk Afrika als de Frontlijnstaten van weleer altijd gesteund. De Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) kiest niet graag partij voor afscheidingsbewegingen, want daarmee zou ze op het eigen continent een doos van Pandora openen. En Afrika mag dan geen gunstige ervaringen hebben met vredesoperaties van de VN, het continent verwacht er meer van dan van de NAVO.

Anderzijds stoten Afrikaanse leiders de NAVO niet graag voor het hoofd. Hun landen zijn voor economische hulp afhankelijk van individuele lidstaten van de alliantie. Franstalig Afrika zal zich wel tienmaal bedenken voordat het een operatie waaraan Frankrijk deelneemt zal veroordelen. En waarom Washington bruuskeren nu de regering-Clinton zegt op te komen voor schuldenverlichting van de armste landen?

Twee Afrikaanse staten hebben zich gedistantieerd van Allied Force: Zuid-Afrika, sinds het aantreden van de regering-Mandela de meest gezaghebbende stem op het continent, en Namibië, op dit moment het enige Afrikaanse lid van de Veiligheidsraad. Beide landen noemen de NAVO-interventie in Joegoslavië ,,een schending van het handvest van de VN en van het internationale recht'' en onderstrepen de primaire verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad bij de handhaving van vrede en veiligheid. Het Zuid-Afrikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde op 26 maart dat ,,de erosie van de VN en het gezag van de Veiligheidsraad door de internationale gemeenschap niet kan worden getolereerd''. Namibië vroeg Belgrado de ,,rechten van de mens te respecteren''.

In het overwegend islamitische Midden-Oosten zou de sympathie voor de Albanese moslims in Kosovo groot moeten zijn en zouden de NAVO-aanvallen op Servië dus allerwegen met instemming moeten worden begroet. Maar zo eenvoudig is het niet; de reacties worden namelijk sterk beïnvloed door de verhouding tot de VS. Is die relatie goed, dan klinkt er lof voor Allied Force. Is die slecht, dan varieert de reactie van stilzwijgen tot uitgesproken afkeuring.

Neem Iran en Irak, die beide, om uiteenlopende redenen, zeer vijandig staan tegenover de VS. Bagdad oordeelt vanuit zijn positie als doelwit van Amerikaans-Britse aanvallen en windt er geen doekjes om: het veroordeelt de NAVO-acties en eist onmiddellijke stopzetting. De aanvallen ontberen immers enigerlei internationale legitimiteit, zegt de Iraakse regering, haar eigen situatie indachtig.

Iran is geen doelwit van Amerikaanse militaire acties, maar wel van een Amerikaanse economische boycot, en afgezien daarvan zijn de VS nog altijd de Grote Satan. Maar in tegenstelling tot het seculier geregeerde Irak is Iran een Islamitische Republiek en dat schept verplichtingen jegens moslimbroeders. Bovendien probeert het land uit zijn internationale isolement te kruipen. De Iraanse reactie is dus afwijzend, maar subtieler dan de Iraakse. Militaire aanvallen, aldus een regeringswoordvoerder, kunnen de crisis in de Balkan alleen maar verder verscherpen. Maar, voegde hij eraan toe, de koppigheid van de regering in Belgrado en de nieuwe golf vluchtelingen uit Kosovo boden de NAVO een politiek excuus voor de aanvallen.

Een andere oude vijand van Washington, de Libische leider Gaddafi, staat al even afwijzend tegenover de NAVO-`agressie'. Gaddafi, met het Westen verwikkeld in de Lockerbie-confrontatie, repte vorige week zelfs van Joegoslaviës ,,wettelijke recht om zijn vrijheid en soevereiniteit te verdedigen''. Hij deed een beroep op de Veiligheidsraad ,,deze illegale actie onmiddellijk te beëindigen''.

Saoedi-Arabië is natuurlijk een ander geval. Het staat vijandig tegenover het Iraakse regime en in de Arabische wereld is het één van de meest uitgesproken aanhangers van de Amerikaans-Britse politiek tegenover Irak. De regering in Riad hult zich, wat de NAVO-acties aangaat, in stilzwijgen - ze heeft het ook te druk met de jaarlijkse bedevaart naar Mekka - en laat het commentaar over aan de gezagsgetrouwe pers. De krant Al-Madina vindt de luchtaanvallen van de NAVO niet ver genoeg gaan en pleit voor de inzet van grondtroepen.

Egypte neemt in het Midden-Oosten een tussenpositie in. Aan de ene kant krijgt het miljardensteun van de VS, waarvan het sinds wijlen president Sadat een bondgenoot is - zij het niet meer zo goed als toen. Aan de andere kant was de Egyptenaar Abdel Gamal Nasser een van de founding fathers van de Beweging van niet-gebonden landen, wat distantie tot de NAVO met zich meebrengt. Kairo's reactie op `Kosovo' is navenant: wat er met de Kosovaren gebeurt, is onaanvaardbaar en de Servische halsstarrigheid leidde tot de huidige crisis, maar in beginsel moeten dergelijke kwesties worden overgelaten aan de Veiligheidsraad.

De politieke erfgenamen van Nehru en Soekarno, twee andere peetvaders van de Beweging der niet-gebondenen, reageren afwijzend op `Allied Force' en daar hebben ze zowel binnenlandse als buitenlandspolitieke redenen voor.

De Indonesische regering zegt de NAVO-bombardementen op Joegoslavië te ,,betreuren''. Indonesië prefereert een oplossing van het conflict door onderhandelingen. Ook vindt Jakarta dat ,,de integriteit en soevereiniteit van de Federale Republiek Joegoslavië moet worden geëerbiedigd''. De opstelling van Indonesië, dat de grootste moslimgemeenschap ter wereld herbergt, wordt in verband gebracht met de wederopleving van separatisme in verschillende delen van de archipel.

De Indiase regering gaat verder en heeft de NAVO opgeroepen ,,alle militaire acties te beëindigen''. New Delhi vindt dat Joegoslavië zijn ,,interne zaken'' zelf ,,vreedzaam'' moet kunnen oplossen. Verder noemt India, dat nauwe diplomatieke en militaire banden heeft met Rusland, de NAVO-aanvallen een ,,duidelijke schending van het handvest van de VN''.