Hermans

De Groningse universiteit hoopt al volgend voorjaar een standbeeld te onthullen van haar voormalige lector fysische geografie, de schrijver Willem Frederik Hermans. Volgens Andries Bierling van de universiteit past de oprichting in het universitaire project om jaarlijks een standbeeld in de buurt van een van de faculteitsgebouwen te plaatsen. Het beeld voor Hermans zou in de nabijheid van de letterenfaculteit worden opgericht, niet ver van het huis waar Hermans tijdens zijn academische carrière woonde. Dat Hermans nooit aan die faculteit verbonden is geweest, vindt Bierling geen bezwaar.

De verbintenis tussen de auteur en de Groningse geografen is uitgelopen op een van de ernstigste ruzies uit Hermans' loopbaan. Begin jaren zeventig werd een universitair onderzoek ingesteld naar het functioneren van de schrijver, omdat die negentig procent van zijn tijd in literair Amsterdam zou doorbrengen. Hoewel Hermans uiteindelijk van blaam werd gezuiverd, nam hij toch ontslag. In de roman Onder professoren luchtte hij in 1975 zijn hart over de `dorpsuniversiteit'.

Het standbeeld heeft Hermans in de eerste plaats te danken aan de Groningse antropoloog Yme Kuiper. ``Ik ben sinds jaar een dag een groot bewonderaar van Hermans'', vertelt hij. ``Toen ik laatst de Hermans-biografie ging kopen, kwam ik langs zijn oude woonhuis. Het was de ideale plaats voor een standbeeld. Ik heb een open brief aan het universiteitsbestuur geschreven waarin stond dat het tijd werd onze schuld in te lossen. Tot mijn verbazing lijkt dat nu inderdaad te gebeuren.''

Hoewel de universiteit nog geen beeldhouwer heeft ingehuurd, weet Kuiper al hoe het beeld eruit zou moeten zien. ``Achterop Het sadistisch universum staat een prachtige foto van Wim van der Linde. Die moet als model worden gebruikt.'' De antropoloog meent dat Hermans weliswaar `lullig' is behandeld door Groningen, maar dat hij toch ook veel aan de universiteit te danken heeft. ``Het hart van zijn oeuvre is hier geschreven, in het wetenschappelijk klimaat van de universiteit. Toen hij eenmaal was vertrokken uit de vrijhaven van de wetenschap, ging zijn werk ook sterk achteruit.''