Gitarist tegen de klippen op

Dat het op 22 juni 1985 pijpenstelen regende in Engeland, was sneu voor de bezoekers van een popfestival in Milton Keynes. En dan met name voor de fans van het als hoofdact (dus als laatste) geprogrammeerde U2. De verregende fans hoopten de komst van hun helden te bespoedigen door alle andere acts zo snel mogelijk van het podium af te treiteren. Spear Of Destiny, The Ramones en zelfs R.E.M. werd het spelen zo goed als onmogelijk gemaakt door aanhoudend gejoel van het leger U2-liefhebbers. Om hun argumenten kracht bij te zetten, bekogelden ze de bands met plastic flessen die met bier, water of urine waren gevuld. Ook Billy Bragg – halverwege geprogrammeerd – viel zo'n onthaal ten deel. Nadat hij vol getroffen was door één van de rondvliegende projectielen, betuigde hij zijn dank aan de uitvinder van de plastic fles: `Want ik geloof dat die zojuist mijn leven heeft gered.'

Het voorval is karakteristiek voor het vermogen van Bragg om provocaties van het publiek om te smeden tot humoristische monologen. Wie wel eens een van zijn optredens heeft bijgewoond, kan constateren dat Bragg – nippend aan een mok thee – tussen de nummers door graag beschouwingen geeft over voetbal, McDonalds, televisie, slechte koffie, Grunge-muziek, seks en Margaret Thatcher. Zo nu en dan probeert hij zelfs opmerkelijke verbanden tussen deze onderwerpen aan te tonen. De manier waarop hij zijn songs aan elkaar praat lijkt verdacht veel op stand-up comedy.

Dat hij een geestige podiumact ontwikkelde, was bittere noodzaak. Het eerste zaaltje waar Bragg regelmatig mocht optreden (à raison van vijf pond per avond) was The Tunnel, een Londense club die vermaard was om haar weinig welwillende en soms ronduit vijandige publiek. Tijdens zijn eerste optredens moest hij nog concurreren met een video-jukebox die tegen betaling clips vertoonde. Bragg wist de aandacht van het publiek te trekken door die videoclips van hilarisch commentaar te voorzien en ze onderdeel van zijn optreden te maken.

Billy Bragg kwam in 1957 als Stephen William Bragg ter wereld in Barking, een industriële voorstad van Londen. De arbeidsperspectieven in Barking waren beperkt: de nabijgelegen Ford-fabrieken vormden de belangrijkste bron van werkgelegenheid. Wie daar niet wilde werken kon bij de lokale gasfabriek of de werven aan de Theems terecht. Bragg voelde meer voor een carrière als muzikant. De eerste aanzet daartoe was bemoedigend. Een paar optredens met het punkbandje Riff Raff (waarvan hij zanger/gitarist was) resulteerden in belangstelling van platenmaatschappij Chiswick en zowaar in een ep'tje. Nadat de band een paar jaar in een chaotisch huishouden bij elkaar had gewoond, in talloze zaaltjes in de wijde omtrek van Londen had gespeeld en in eigen beheer wat singles had uitgebracht, gooide Riff Raff de handdoek in de ring. De bandleden gingen maar eens op zoek naar vast werk. Zo ook Bragg die zich aanmeldde bij de Britse landmacht. Lang duurde zijn legercarrière niet. Na drie maanden besloot hij zijn resterende diensttijd af te kopen. Tussentijds had hij een ingrijpende beslissing genomen: hij zou alsnog alles in het werk stellen om zijn brood te verdienen als muzikant. Hij toonde zich bereid als eenmansact overal te spelen waar een paar pond te verdienen viel. Onkosten bleven – in Londen althans – beperkt tot een metrokaartje. Als gage nam hij desnoods genoegen met een maaltijd en een paar biertjes. De volharding waarmee hij destijds als voor-, hoofd- of tussenprogramma is blijven optreden in rumoerige zaaltjes, heeft zich uiteindelijk ruimschoots uitbetaald. Billy Bragg maakte acht cd's, hij heeft op de meest onwaarschijnlijke uithoeken van de aardbol gespeeld en is in de loop der jaren uitgegroeid tot een begrip in de Britse popmuziek. Die status heeft hij niet te danken aan opzienbarende commerciële successen. Hij belandde weliswaar ooit op de eerste plaats van de Britse hitparade met de Beatles-cover `She's Leaving Home', maar dat was een merkwaardige toevalstreffer. De single was voor een goed doel opgenomen en het succes viel vooral toe te schrijven aan de deelname van de groep Wet Wet Wet aan diezelfde plaat.

Bragg ontleent zijn bekendheid vooral aan zijn engagement. Hij is de archetypische working class hero die, bewapend met een gitaar en een aanzienlijke dosis humor, onvermoeibaar ten strijde trekt tegen het onrecht in de wereld. Hij groeide uit tot een onbezoldigd woordvoerder van het ouderwetse socialisme. Gevraagd wat hij van Band Aid vond, antwoordde Bragg dat hij het initiatief van de deelnemende artiesten (die hongerend Afrika te hulp waren geschoten) weliswaar van harte ondersteunde, maar dat hij graag iets aan de titel van hun hitsong had willen veranderen: `It should have been: Smash capitalism and feed the world.'

Dat Still suitable for miners gunstig afsteekt bij de gemiddelde popbiografie heeft te maken met Braggs politieke stellingname. Het boek geeft een aardig beeld van de Britse popcultuur tijdens het Thatcher-tijdperk. In een (tevergeefse) poging Britse jongeren te bewegen Thatcher weg te stemmen, richtte Bragg samen met onder meer Paul Weller het muzikantencollectief Red Wedge op. Tijdens optredens ondervond Red Wedge nogal eens tegenwerking. Niet van de Conservatieven, maar vooral van de trotskistische Socialist Worker Party die niet kon verkroppen dat het initiatief onder de hoede van de Labour Party tot stand was gekomen.

De solidariteit die Bragg in woord en daad had betuigd met de Britse mijnwerkers ten tijde van de stakingen, bleef niet onopgemerkt in de DDR. Daar meende men een aanhanger van het reëel bestaande socialisme in hem te herkennen. Bragg aanvaardde de invitatie voor een muziekfestival in Oost-Berlijn maar liet na een paar dagen weten dat het DDR-regime hem deed denken aan `Thatcherisme' van de ergste soort. Na een optreden in een gloeilampenfabriek wilde een radioreporter weten wat hij van deze DDR-verworvenheid vond. Bragg antwoordde vooral muzikant te zijn geworden om maar nooit te hoeven werken in `a shithole like this.'

Het weerhield andere Oostblok-landen er niet van hem uit te nodigen voor evenementen met fraai klinkende namen. Het `Festival voor Liederen voor de Strijd voor Vrede' in Kiev bijvoorbeeld. Bragg vroeg zich – kort na de ramp bij Tsjernobyl – af of het daar wel veilig was. `Maar de Glasgow Rangers hadden onlangs in Kiev gespeeld en die zagen er nog altijd goed uit.'

Zulke zinnetjes maken Still suitable for miners tot een prettig boek. Andrew Collins schrijft onderhoudend en heeft zich goed gedocumenteerd. Wel heeft hij de neiging zich in niet ter zake doende details te verliezen. Als de Tweede Wereldoorlog zijdelings ter sprake komt, meent hij bijvoorbeeld tekst en uitleg over Hitler en de invasie van Polen te moeten geven.

Bragg is inmiddels getrouwd (zijn echtgenote stelde als voorwaarde dat hij zijn rijbewijs zou halen en kooklessen zou nemen) en vader van twee kinderen. Naast zijn politiek getinte teksten is er de laatste jaren meer ruimte gekomen voor liefdesliedjes. In de laatste twee hoofdstukken van de biografie komt een nieuwe activiteit van Bragg ter sprake. Hij is door de dochter van de legendarische singer songwriter Woody Guthrie gevraagd om muziek te schrijven bij de honderden teksten die haar vader had nagelaten. Bragg is ongetwijfeld een waardige opvolger van de zanger die `this machine kills fascists' op zijn gitaar had geschreven.

Andrew Collins: Still suitable for miners. Billy Bragg, the official biography. Virgin Books, 280 blz. ƒ53,90