Frans kapitalisme haalt z'n achterstand snel in

Het Franse bedrijfsleven laat het étatisme achter zich. Al dan niet vijandige overnames in binnen- en buitenland zijn schering en inslag. Over de opkomst van een on-Franse nieuwe zakelijkheid.

Het economische nieuws van een gewone week in Frankrijk. Renault neemt Nissan over. Privatisering Crédit Lyonnais op de rails. Fusiepartners Aérospatiale en Matra in juni naar de beurs. `Psychodrama voor Franse bankwereld in paasweekeinde'. Of het maakt niet uit wat de kleur van een regering is, of ze doet het tegendeel van wat ze beloven, en iedereen is ermee tevreden. Vier, vijf jaar geleden durfde de rechtse regering-Balladur maar mondjesmaat te privatiseren, met ingewikkelde `noyaux durs', harde kernen van bevriende aandeelhouders opdat Frankrijk vooral controle hield over zijn (vaak matig rendabele) bedrijven.

Anno 1999 doet de linkse regering-Jospin (met communisten en Groenen aan boord) alles om de grootste bank van Euroland te laten ontstaan. Société Générale en Paribas willen liever met z'n tweeën, maar van de socialisten mag de Banque National de Paris het fuserende duo in één aanvullende hap opslorpen. En dat voor een regering die in 1997 verkiezingen won door te beloven de privatiseringen stop te zetten, omdat werkgelegenheid voorop stond.

Niet dat de regering-Jospin van retoriek is veranderd. Wat er gebeurt zou de weggehoonde rechtse regering-Juppé alleen te bar zijn geweest. Air France gedeeltelijk naar de beurs, waarbij de piloten loon hebben ingeleverd in ruil voor aandelen. Het wespennest Crédit Lyonnais eindelijk rijp voor de beurs zij het dat daar weer aan een `noyau dur' wordt geknutseld, zonder al te veel overtuiging. De Duitse geestverwant Lafontaine is zonder een traan uitgezwaaid. Hij was een nuttige rode rugdekking, maar het beleid van Jospin en zijn minister van financiën Dominique Strauss-Kahn lag in feite dichter bij dat van Blair dan van de interventionist aan de overkant van de Rijn. Frankrijks problemen met het Angelsaksische denken komen vooral tot uiting in wereldhandelskwesties, en daar zijn rechts en links het honderd procent met elkaar eens.

Parijs heeft vorig jaar het multilaterale verdrag over liberalisering van investeringen dat de OESO (onder Nederlandse ambtelijke leiding) had voorbereid, roemloos getorpedeerd. Maar voortdurend roepen om lagere Europese rente is er nauwelijks bij. Men ziet zonder commentaar aan hoe Renault, het prototype van een staatsbedrijf waar de sociale strijd in alle heftigheid werd gevoerd, zich heeft ontworsteld aan de reputatie van te dure, te snel roestende auto's. Het is nu sterk winstgevende, geprivatiseerde onderneming die de Japanners zal gaan uitleggen hoe je efficiënt auto's maakt. Samen de vierde in de wereld.

Toppunt van on-Franse nieuwe zakelijkheid is de genadeloze strijd om het Italiaanse luxe-merk Gucci tussen twee uit het niets omhooggeklommen Franse zakenvorsten, François Pinault en Bernard Arnault. Beiden opereren met creatief geld, stapelen bedrijf op bedrijf en lijken onstuitbaar in hun internationale opmars. Hun namen zijn in de winkelstraat niet bekend, hun merken des te beter, vooral in Frankrijk. Pinault is sterk in de distributie (Printemps-warenhuizen, platen- en boekensupermarkten FNAC, Conforama en verzendhuizen als La Redoute) maar met de aankoop van Yves Saint-Laurent, Château Latour en het veilinghuis Christie's gaf Pinault ook internationaal een deftiger visitekaartje af. De gooi naar Gucci is het vervolg van zijn weg omhoog.

Arnault heeft al een portefeuille luxe producten opgebouwd. Zijn maatschappij LVMH voert Louis Vuitton (leder), Veuve Clicquot, Moët et Chandon en Krug (champagne), cognac Hennesy, en veel mode en parfum: Dior, Kenzo, Guerlain, Givenchy, Lacroix. En Château d'Yquem bijna. De Azië-crisis gaf Arnault een tik, nadat hij juist de daar sterke Amerikaanse keten Duty Free Shoppers had gekocht.Hij verdiende een fortuin aan de Britse drankfusie Grand Met-Guinness. Zijn hang naar chique is Frans, zijn killersinstinct puur Angelsaksisch. Niets ergert hem zo als wanneer zijn koers-winstverhouding 24 is, terwijl die van een gewoner luxe-bedrijf als L'Oréal de 50 haalt.

De Franse economische uitzondering heeft zijn tijd gehad. `BNP. Laten we het over de toekomst hebben' is dezer dagen de strijdleus van Frankrijks meest agressieve commerciële bank. Het is waar, niet alleen in de Franse bankwereld. Het `capitalisme à la française' is snel bezig zijn achterstand in te halen.