Een koekje van eigen deeg

Interventies door de overheid in vrije marktwerking zijn geen wenkend perspectief meer. Dat was in 1945 anders. De overheid was regisseur en hoofdrolspeler bij de oprichting van de Maatschappij tot Financiering van het Nationaal Herstel, een nieuwe bank die moest voorzien in een lacune in de Nederlandse financiële infrastructuur.

Deze Herstelbank ging langlopende leningen verstrekken aan de industrie. Dat deden commerciële banken niet. Toen banken in de jaren zeventig ruimschoots de industrie financierden was de Nationale Investeringsbank (NIB), de nieuwe naam voor de Herstelbank, gedegradeerd tot stroppenbank, het overheidsloket voor bedrijfssteun als ,,banen op de tocht stonden''. De presidenten Meys en Van der Zwan zetten de NIB daarna op een nieuwe koers: zakenbank plus profijtelijke participaties in bedrijven. Zo is de NIB aandeelhouder in PCM, uitgever van onder meer NRC Handelsblad. De overheid houdt sinds 1945 iets meer dan de helft van de aandelen van de NIB.

De succesvolle overheidsbemoeienis met de financiële wereld is nu inzet van een strijd om de centen tussen geldgiganten. De twee grootste Nederlandse pensioenfondsen, ABP (overheid en onderwijs) en PGGM (zorg en welzijn), willen voor ruim vier miljard gulden de NIB kopen. Een bod dat om verschillende redenen verbazingwekkend is.

Op geen enkel lijstje van privatiseringen stond de naam NIB. Wel die van KPN, NS, Schiphol, het voormalige Rijkscomputercentrum. Achtereenvolgende NIB-presidenten maakten zich ook niet druk om privatisering. Zij wisten dat de gunstige economie wel weer eens zou omslaan en dat overheidssteun aan het bedrijfsleven dan weer hoog op de agenda komt, alle neoliberale retoriek ten spijt. Als het bod slaagt, blijft de overheid nog vijf jaar als ,,kleine'' aandeelhouder in een ondergeschikte rol bij de NIB betrokken, maar wat is er dan nog over van haar rol uit 1945?

De overheid heeft haar aandelenpakket niet via een (discrete) internationale veiling van de hand gedaan om de hoogste prijs te krijgen. In een Haags achterkamertje was maar één gegadigde. Koopt Nederlandse waar dan helpen wij elkaar, zoals het ook in een land als Frankrijk actueel is om de nationale banken af te schermen van buitenlandse dominantie.

Voor ABP en PGGM, samen goed voor bijna 400 miljard gulden belegd vermogen, is de overname een ingrijpende uitbreiding van hun beleggingshorizon. Naast hun traditionele beleggingen (effecten met vaste rente, aandelen op de beurs) gaan zij straks met de NIB ook in bankkredieten aan bedrijven en meer complexe financieringen, in infrastructuur bijvoorbeeld. Van afstandelijke belegger worden zij bovendien ondernemer: eigenaar van een middelgrote bank (500 werknemers). Zij gaan meer dan ooit ondernemingsrisico lopen. Zijn zij daarvoor ondernemer genoeg? Pensioenfondsen zijn geen commerciële titanen: bedrijven en hun werknemers zijn verplicht bij het fonds aangesloten.

In de beste pensioenfondstradities verloopt het biedingsproces traag. Na de aankondiging van het bod op de dag voor Kerstmis hadden de fondsen drie weken nodig om met de NIB een persconferentie te geven. Eind maart was de datum voor de publicatie van een biedingsbericht. Afgelopen dinsdag, toen de NIB haar jaarlijkse persconferentie hield, was het bericht er niet. Het kwam gisteren.

De overname is ook verbazingwekkend omdat uitbreiding van de beleggingshorizon niet de belangrijkste lacune lijkt in het profiel van de twee pensioenfondsen, tenzij deze stap bedoeld is om een fusie van ABP en PGGM dichterbij te brengen. Uitbreiding van vermogensbeheer is wel te koop voor minder dan vier miljard gulden. De echte bedreiging van de pensioenfondsen zit hem in de aanvullende en extra pensioenvoorzieningen die werknemers en werkgevers kunnen afsluiten bovenop de verplichte regeling van het pensioenfonds.

Daar ligt de concurrentie van verzekeraars, banken en vermogensbeheerders als Robeco. ABP en PGGM hebben zelf verzekeringsmaatschappijen opgericht voor onder meer deze aanvullingen. De ervaring leert echter dat het jaren duurt om nieuwe zaken van de grond af op te bouwen en dan nog is succes niet vanzelfsprekend. De Rabobank wilde bijvoorbeeld zelf een beleggingsbedrijf opbouwen, maar ging voor snelheid en kritische massa toch liever met Robeco in zee.

Het minst verbazingwekkend bij de overname is de dreigende mislukking van het bod als de aandelenkoers zo duidelijk boven de prijs van 29,95 euro blijft liggen. ABP en PGGM moeten tenminste een van de vier grote aandeelhouders (ASR, ING, Fortis, Van Lanschot/Reaal) over de streep trekken om minimaal 60 procent van de aandelen te krijgen. Meer dan 60 procent is natuurlijk beter. Anders ontstaat de onwerkbare situatie dat de pensioenfondsen wel de baas zijn, maar andere beleggers ook aanzitten en de beursnotering plus -verplichtingen in stand blijft.

Krijgen de pensioenfondsen met de stilzwijgende oppositie een koekje van eigen deeg? Vorig jaar hebben zij op onder meer aandeelhoudersvergaderingen van ING en Fortis krachtiger dan ooit het belang van hun aandeelhoudersrechten naar voren gebracht. Dat is in het (voormalige) knusse financiële wereldje even schrikken. Nu zijn de rollen omgedraaid. Het recht van elke aandeelhouder is bovenal een faire prijs bij een overname, redeneren de grote beleggers. Wilt u daarmee rekening houden.