`Door de oorlog moeten we wel stelling nemen'

Oost-Europese studenten in Nederland komen aan studeren nauwelijks toe. Ze hebben heel wat uit te leggen aan hun medestudenten.

Hun tentamens hebben deze week behoorlijk onder de oorlog geleden. ,,Hoe kan je nu in godsnaam studeren wanneer de bommen op Servië vallen?'', zegt de Servische Vesna Knezevic (24). Haar ouders en haar broer zitten de hele dag aan de televisie gekluisterd, dus kwam ze voortdurend achter haar studieboeken vandaan om de hel van de oorlog te volgen. ,,Studeren is dan opeens vreselijk banaal.''

Vesna en Kristina Curcic (22) praten liever niet over Kosovo. Ze studeren beiden aan de Universiteit van Amsterdam en hebben geen zin de rest van hun studietijd als Servische nationalisten door het leven te gaan. Ze hebben zich al zo vaak tegenover medestudenten moeten verdedigen. ,,Ik voel me geminacht in Nederland'', zegt Kristina. ,,Als Serviër kan je je alleen nog vrijpleiten door je volk af te vallen. Maar dat kunnen we niet. Dan houd ik liever mijn mond.''

Maar niets zeggen, dat is niet langer mogelijk. Ze voelen zich in de verdediging gedwongen. Vesna: ,,Door de oorlog moeten we wel stelling nemen. Voor iedereen hier ben je een vertegenwoordiger van Servië. Daar word je voortdurend op aan gesproken.'' Zowel bij Vesna als Kristina thuis, die beiden in Nederland werden geboren, werd nooit over etnische verschillen gesproken. Vesna: ,,Voorzover ik wist kwamen mijn ouders uit Joegoslavië. Daar was ik trots op.''

Het meeste stoort hen de ,,eenzijdigheid van de media'': de Albanezen zijn de slachtoffers en de Serviërs de bandieten. ,,Zo simpel is het niet'', zucht Kristina: ,,Serviërs worden niet aan het woord gelaten, en als dat wel een keer gebeurt, lijkt het wel of ze hun best hebben gedaan de meest geflipte persoon van de regio te zoeken.''

De bombardementen op Kosovo veroorzaken veel meer ellende onder zowel Serviërs als Albanezen dan de conflicten tussen beide groepen, benadrukken ze allebei. Bovendien brengen ze geen oplossing. ,,Kosovo is een deel van Servië, punt!'', zegt Vesna. ,,De Serviërs kunnen niet zomaar een stuk van hun land weggeven.'' Vesna geeft toe dat de Albanezen een meerderheid zijn in Kosovo. Maar in de Afrikaanderbuurt in Rotterdam zijn de Turken in de meerderheid, kaatst ze terug. ,,Die gaan toch ook niet opeens de onafhankelijkheid uitroepen?''

Ook op het University College in Utrecht, waar bijna de helft van de studenten uit het buitenland komt, worden de Oost-Europeanen niet met rust gelaten. Hier worden discussies vaak door de docenten geëntameerd als onderdeel van de les. ,,Het is bijzonder interessant om te zien hoe verschillend studenten tegen deze oorlog aankijken'', zegt A. P. van Goudoever, docent Oost-Europese geschiedenis. ,,In het westen zijn we opgegroeid met het idee dat minderheden beschermd moeten worden. Juist studenten uit Oost-Europa hebben geleerd dat minderheden een bedreiging kunnen zijn.''

Hoewel er geen Serviërs op het college zitten, worden Sebastian Buhai (Roemenië), Daniel Margócsy (Hongarije) en Lucia Kossárová (Slowakije) voortdurend door hun medestudenten naar hun mening gevraagd. Net als Vesna en Kristina bekijken zij de pro-NAVO houding van de Europeanen met gemengde gevoelens. ,,Als Miloševic het liefst zoveel mogelijk Albanezen uit Kosovo verjaagt, dan heeft de NAVO hem daarbij een handje geholpen'', zegt Lucia. Daniel ziet de steun voor de Servische leider sinds de bombardementen toenemen: ,,Je kunt je afvragen of dat de bedoeling was.''

Ze vinden dat minderheden rechten hebben, maar dat ze daarin niet moeten overdrijven. ,,Ze hebben bijvoorbeeld recht op onderwijs in hun eigen taal'', zegt Lucia. ,,Maar ze kunnen niet verwachten dat ze ook aan ieder willekeurig loket in hun eigen taal te woord worden gestaan.''

Ze vinden alledrie dat het Westen voorbijgaat aan de geschiedenis van de Balkan, een lappendeken van staten waarvan de grenzen steeds veranderden.

Sebastian: ,,Bijna elk volk kan zich tekortgedaan voelen en dat idee voedt het nationalisme. Als dit conflict wordt opgelost, staat er meteen weer een andere leider op die ook nog wel ergens aanspraak op denkt te maken. Dat hoort gewoon bij die regio.''

Vesna en Kristina zijn met hun hoofd niet bij de vrije paasdagen. Ze vragen zich af of ze niet moeten meelopen in een pro-Servische demonstratie. Vesna: ,,Ik heb me er nog niet toe kunnen zetten. Gelukkig is mijn broer wel gegaan. Hij zei: `Ik loop ook voor jou'.''