De volgende eeuw bijbenen

Om niet onvoorbereid de volgende eeuw binnen te komen, ben ik naar The Matrix gegaan. Dat is een film. In de krant had ik gelezen dat het een `woeste tornado van special effects' is, zonder het soort helden waaraan we in deze eeuw gewend zijn geraakt; dus geen spionnen, cowboys, rambo's, supermannen, enz.

In plaats daarvan was de hoofdrol aan de computers toebedeeld, in een geschiedenis die zich voor de helft in een virtuele wereld afspeelde. Filosofische overwegingen waren aan het scenario niet vreemd. The Matrix zou vooral gericht zijn op een publiek dat is opgegroeid met stripverhalen en, vanzelfsprekend, computers. Bescheiden, een beetje verlegen misschien, ging ik de bioscoop binnen om naar de eerste voorstelling voor het publiek te kijken. Ik deelde de zaal met een stuk of twintig bejaarden die de volgende eeuw ook niet op zich wilden laten zitten. Zouden we de Matrix kunnen bijsloffen?

Nee. Hoewel het overzichtelijk begon. Een jongeman zit op een tijdloze mansarde, zij het dat daar geen boeken rondslingeren maar toetsenborden. Hij is een begaafde hacker. Hij heeft een keurig baantje maar dan verschijnt op zijn beeldscherm een vreemde boodschap, en uit zijn gsm komen dwingende gedragsaanwijzingen die hij opvolgt. Hij komt in contact met een vrouw in een nauwsluitend zwart pak. Er ontwikkelt zich een situatie waarin ze rake klappen moet uitdelen, overigens niet aan de held. Ik was de draad al kwijt maar haar vechttechniek deed gelukkig aan die van Dick Bos denken. Zelfs beheerst deze heldin de vliegende schaar (en je moet je Dick Bos – eerste helft van deze eeuw – goed kennen om te weten wat een vliegende schaar is).

De held wordt door toedoen van de vechtersbazin voorgeleid aan een wijze man, Morpheus, die het verschil tussen het hier en nu, en het anders en straks verklaart. Hij begreep het; ik niet. Ik verwachtte dat hij nu een beroep zou gaan doen op Thomas van Aquino, of Bossuet, maar het werd Lewis Caroll. Intussen was zijn mond dichtgegroeid en weer open gegaan, en wat achteraf gezien voor de hand lag, gebeurde: hij moest door een spiegel. Dat ging maar half goed. De spiegel brak niet maar vloeide zijn lichaam binnen. Op die manier kreeg hij een binnenwereld en een buitenwereld. Dit geheel werd op computers aangesloten. Intussen was gebleken dat hij lid was geworden van een kleine club mensen die hetzelfde was overkomen. Ze woonden met hun allen al in de 21ste eeuw, in een ruimteschip dat regelmatig werd belaagd door tor-achtige bloedzuigers, neefjes en nichtjes van de ouderwetse aliens. Als er niet tegen de bloedtorren moest worden gevochten, dan waren er nog andere vijanden uit de inmiddels virtuele 20ste eeuw. Hier toonde de held zijn bekwaamheid in een sport die ik ook al in geen jaren had gezien, het kung fu. Tussen de gevechten door sprak de wijze man zijn New Age-gedachten uit.

Uit deze samenvatting van ongeveer de helft blijkt dat ik de draad allang kwijt was. Maar of je nu nog een verband ziet of niet, je voelt dat er meer op til is en je blijft kijken. Men zat elkaar achterna door stegen van onze filmisch eigentijdse achterbuurten, viel in blauwgroene bodemloze kokers, kwam terecht op een eigentijdse vuilnisbelt en ging weer aan de kung fu. De wijze man was door de vijand gevangen genomen, de held ging naar een orakel dat achter een ouderwets gasfornuis koekjes stond te bakken. In de New York Times had ik gelezen dat dit aan mensen van tussen de tien en de twintig niet hoeft te worden uitgelegd.

Er verscheen een helikopter die de wijze man redde en daarna een wolkenkrabber binnenvloog. Veel grote oranje vuurballen. Nog is de vijand niet verslagen. Hij verschijnt (dat vergat ik nog te zeggen) zoals altijd gekleed als een Wall Street-broker. De held bedient zich van zijn paardenmiddel: springt in zijn tegenstander, kruipt door zijn aderen (alleen van buiten te zien) en doet zijn hoofd barsten. Hebt u dit stukje tot hier toe gelezen en begrepen, dan kunt u de 21ste eeuw binnen.

In de wolkenkrabber zijn intussen nieuwe gevechten uitgebroken. Men beschiet elkaar met Gatling-achtige machinegeweren, langer en fanatieker dan ik ooit in de bioscoop heb gezien. Dit, dacht ik, overtreft Saving Private Ryan. En zo kwam het dat ik weer contact met de echte buitenwereld begon te krijgen. Op straat was het vol en druk, de brandweer reed voorbij, gevolgd door de politie en een ambulance. Het was een rustoord vergeleken bij de bioscoop.

Ik zou de Matrix niet hebben gezien als ik niet had gelezen dat dit `the ultimate in cyberescapisme' was, `a movie that captures the duality of life à la laptop', en dat er een goede kans was dat het een cultfilm zou worden. En hoewel ik er misschien een kwart van heb begrepen, heb ik me zelden verveeld. Dezelfde avond was er een uur televisie over wat er in een B 52 gebeurt als er boven Joegoslavië wordt gevlogen. Ik keek uit plichtsbesef. Op het nieuws was al te zien geweest wat er dan op de grond gebeurt. Ik geef toe dat het zo op het eerste gezicht een gemakkelijke vergelijking is. Maar het was de dualiteit van het leven à la laptop. En je weet het niet meer: in hoeverre er op het Witte Huis in cyberspace wordt geleefd. De werkelijkheid overtreft de verbeelding – niet altijd. In de Matrix krijgen de held en de heldin elkaar en de mensheid wordt gered.