Blinde liefde

Arnhem, station.

Ik ben juist uit de trein gestapt, op weg naar een Arnhems Meisje. Bij de trap die leidt naar de uitgang Noord staat een jongen of man, zijn leeftijd is moeilijk te schatten, met zijn blindenstok tegen de onderste treden ervan te porren. Het is duidelijk dat hij die obstakels daar niet heeft verwacht.

,,Waar moet u zijn, zal ik u even helpen?''

Het is eruit voor ik er erg in heb.

,,Eh, waar ben ik? Ik moet bij de hoofduitgang zijn'', klinkt het rustige antwoord.

Wat moet ik doen, hem aanwijzingen geven hoe hij daar moet komen? Hoe leg je zoiets uit, in zijn donker?

,,Ik breng je er wel even naar toe.''

Ik ga links van hem lopen, niet al te dicht tegen hem aan, een arm geven vind ik, al klinkt het misschien gek, net even te ver gaan. Als twee wolken, waarbij de een de ander lichtjes zijn koerswil oplegt, bewegen wij voort. Voor de zekerheid beweegt hij nog wel de stok voor zich uit.

,,Ja luister eens even hier'', praat ik in mezelf, ,,ik houd voor diezelfde zekerheid, al weet ik dat ik rechtdoor moet lopen, toch ook mijn eigen ogen open?''

Hij bevestigt dat de ribbeltjes in de troittoir-, pardon perrontegels zijn aangebracht om hem op het rechte spoor te houden.

Liepen die ook maar over mijn levenspad, schiet het door mijn hoofd, terwijl ik intussen probeer de rook van mijn jointje uit zijn ongetwijfeld geoefende reuk te houden. Waarom mag hij dat eigenlijk niet ruiken? Zouden mijn aanwijzingen er voor hem onbetrouwbaarder door worden?

In de verte staat een niet onaantrekkelijke dame kennelijk op iemand te wachten. Ook zij heeft een stok met rode strepen. Een conclusie is snel getrokken.

En bovendien: er is liefde in het spel, dat zie je zo. Een mooie liefde nota bene. Ik sta er van het ene op het andere moment helemaal tussenin, eventjes maar.

Het moet heel anders voelen als je d'r niets bij kan zien en zo ziet het er ook naar uit. Het oogt prima, daar niet van.

Dan maak ik me snel uit de voeten. Moet nodig weer naar mijn eigen liefde toe, dat enige koekje van hetzelfde deeg, in haar lieflijke trommeltje.