Belgisch praten

Geef me de lijm/colle!

Er zit een vlek/tache,

Op mijn kussen/oreiller,

Want O! mijn hart/coeur,

Zetel der smarten/chagrins,

En der hartstochten/passions,

Uiterst brandbaar/flammable,

Voor het gebruik schudden/agiter avant l'emploi,

Is nu gebroken/brisé.

Hoor mijn zuchten/soupirs!

Hierbij een waarschuwing/avertissement:

Ik ben slechts houdbaar tot/à consommer avant

Zie dop/voir bouchon.