Vadermoord tegen smeltende ijswand

,,Het tocht een beetje. Dat raam. Kun je dat even dichtdoen?'' vraagt de vader. ,,Nee'', zegt de zoon. Vanaf de eerste zin zijn de verhoudingen in De moed om te doden van het RO Theater duidelijk. In dit toneelstuk van Lars NorÈn uit 1979 wordt de oude strijd tussen vader en zoon uitgevochten. De twee treffen elkaar op een zolderkamer. Natuurlijk vindt de vader het een troep in de woning. En waarom belt zijn zoon nooit? Natuurlijk zegt de zoon dat de vader zeurt.

De vader (Herman Gillis) vindt de zoon een slappeling. Tegelijkertijd bedelt hij om zijn liefde. De zwakke zoon (Mark Rietman) voelt zich onderdrukt door zijn vader, een montere, zelfingenomen kelner. Hij kan niet leven zolang zijn vader hem in de weg zit. Tijdens een hevige nacht van eindeloos ruziën probeert hij genoeg moed op te bouwen om de man uit de weg te ruimen: ,,Ik moet door jou eruit. Ik moet door jou heen.''

Het verhaal is zo herkenbaar, zo archetypisch, zo volgens het boekje van Freud, dat de voorspelbaarheid op de loer ligt. Het is allemaal wel erg duidelijk. Toch weet Lorèn genoeg vragen op te werpen om het spannend te houden.

Handig weet hij de sympathie van het publiek aanvankelijk bij de olijke vader, die liefdevol de tafel dekt, te leggen, en niet bij de norse zoon, die zijn vriendin afbekt. Dat werkt verwarrend omdat je juist haat jegens de vader en sympatie voor de zoon wil voelen. Langzaam ga je snappen wat er zo erg is aan de vriendelijke man. Dat is helemaal duidelijk als hij zich vergrijpt aan de vriendin van de zoon (Anke Engels). Daarmee is de dood van de vader onvermijdelijk geworden. Niet alleen voor de zoon, ook voor het publiek.

Regisseur Alize Zandwijk heeft De moed om te doden mooi sober geënsceneerd, met genoeg luchtige humor en soms een goed gedoseerde theatrale uitbarsting. De vloer is leeg, op een tafel en drie stoelen na. Zandwijk richt alle aandacht op de acteurs. Rietman speelt uitstekend; nors, hoekig, met ingehouden woede en waanzin. Met het spel van Gillis heb ik wat moeite. Hij speelt olijk en overdreven, als een grappig typetje van Kees van Kooten. Dat maakt de rol niet zo geloofwaardig. Hij beweegt ook te vitaal voor een oude man. Later valt zijn typetje meer op zijn plaats, als hij de vriendin probeert te versieren. Het olijke krijgt dan de vereiste ranzige bijsmaak.

Het prachtige decor rondom de lege vloer geeft de strijd zijn mythische proporties. Door de belichting vanuit de coulissen werpen de strijders vergrote en vertekende schaduwen op een hoge houten zijwand. De enorme achterwand bestaat uit tientallen platen ijs die langzaam smelten en zo nu en dan met droog geraas uit elkaar vallen. Daarachter ruist onophoudelijk een koude regen. De ijswand wordt prachtig uitgelicht, van lijkblauw tot nachtmerriegrijs. Voor de uiteindelijke afrekening rolt de zoon een bloedrood tapijt uit. Met een stanleymes snijdt hij de losse draadjes van de rand. IJzig kalm en zeker.

Voorstelling: De moed om te doden van Lars Norèn door het RO Theater. Regie: Alize Zandwijk. Spel: Mark Rietman, Herman Gilis, Anke Engels. Decor: Herman Sorgeloos. Licht: Marc Heinz. Gezien: 27/3 Rotterdamse Schouwburg. Aldaar t/m 10/4. Inl. (010) 4118110.