Tweemaal zes

Zes kamers telt het kleinste hotel van Maastricht. Les Charmes is ons aanbevolen als een `leuk hotelletje'. Bij zo'n aanprijzing is enige argwaan geboden. Een leuk hotelletje betekent vaak krakende trappen, beige sanitair, een zweem van putlucht en een kuil in het midden van het tweepersoonsbed.

Les Charmes ligt vlakbij het Vrijthof in het Jekerkwartier. 'sAvonds lijkt de Lenculenstraat met kasseien en de brandende muurlantaarns het decor van een Maigretfilm uit de jaren vijftig. Het hotel is onopvallend gehuisvest in een achttiende-eeuws woonhuis. Je moet aanbellen en dan volgt de ontvangst in de huiselijke kamers en suite, een comfortabele salon en een elegante eetkamer. De serre fungeert als receptie.

Les Charmes draagt weinig bij aan het kwantitatieve aanbod van vele honderden hotelkamers in Maastricht, aan de verscheidenheid des te meer. In de grote ketenhotels is uniformiteit een hoog doel, hier is diversiteit het streven. Met verschillende kleuren en stofferingen, met oude en antieke meubelen heeft elk van de zes kamers een eigen karakter gekregen.

Onze zeer ruime kamer ligt 54 krakende treden hoog, maar verder houdt elke vergelijking met een `leuk hotelletje' op. We zitten onder het authentieke gebinte. De twee dakkappelen geven uitzicht op het oude Gouvernement, de rode toren van de Sint Jan en een stukje van de Sint Servaaskerk. Er staan een houten hijswerktuig uit vroeger dagen en een kast en een kist uit grootmoeders tijd; de rest van het meubilair is van later datum, de kunst boven het bed is eigentijds. Een schrijftafel ontbreekt, maar er zijn wel vier bedden en op het lits-jumeaux liggen drie hoofdkussens. De kleuren en het legpatroon van de nieuwe vloertegels in de kleine badkamer blijken te refereren aan die van de oude mozaïektegeltjes in de gang beneden. Ook de handdoeken zijn klein, op badmatformaat.

Het bed is weldadig voor mensen met een slechte rug en geheel verkwikt zitten we 's morgens aan het ontbijt. In de eetkamer wordt een perfect ochtendmaal aan tafel geserveerd, vers sinaasappelsap, broodjes met veel knapperige pitjes en een zacht gekookt eitje. Op de achtergrond klinken de Brandenburgse concerten van Bach.

Bij het afrekenen - 175 gulden voor de kamer, veertig gulden voor het ontbijt, zeven gulden en een dubbeltje voor de Maastrichtse gemeentekas - krijgen we twee folders mee, een van Les Charmes, een van Huize Poswick. Verrassend, Les Charmes blijkt een onderdeel te zijn van een keten van zeskamerhotels. Huize Poswick is het tweede zeskamerhotel van de dezelfde eigenaars, in Kanne net over de Belgische grens.

Zondagochtend een week later horen we opnieuw de Brandenburgse concerten, nu bij het ontbijt in de serre van Huize Poswick. Ooit gebouwd voor de Kanunnikken van het Heilig Graf, later in gebruik als Latijnse school en in de vorige eeuw als woning van burgemeester Felix Poswick, is het nu een woonhuis annex hotel. De serre ziet uit op de bijgebouwen waar de hotelkamers zijn aan de overkant van de ommuurde binnenplaats. Wat lager ligt de tuin en in de verte glooit het landschap.

De gasten zitten aan een grote, langgerekte tafel. Er is versgeperst sinaasappelsap, voor ieder een halve grapefruit en een à la minute gekookt eitje. ,,Ik zou hier wel de hele dag kunnen blijven zitten'', zegt een van hen. Iets dat de anderen beamen. Op de binnenplaats scharrelt de poes rond die ons de vorige avond als eerste heeft verwelkomd. Zonder formaliteiten zijn we daarna ontvangen door de vrouw des huizes. De kamers zijn ingericht volgens hetzelfde principe als in Les Charmes, elk met een eigen karakter. Wij treffen nu veel hout, een enkel art-deco accent en ditmaal een ruime badkamer. De rekening bedraagt, naar eigen keuze, 235 gulden of 4300 francs.

Huize Poswick heeft geen restaurant, maar er is een aantrekkelijke voorziening vlakbij. Door de grote witte poort verlaten we de binnenplaats, honderd meter verderop gaan we bij grenspaal 68 de grens over, langs Nederlands zuidelijkste wijngaard beklimmen we de Cannerberg en treden in de voetsporen van Jacques Santer, in gelukkiger dagen, Paul Bocuse en Tsaar Peter de Grote.

(wordt vervolgd)