Turkije

TURKIJE neemt met graagte deel aan de luchtaanvallen op Joegoslavië en de meeste Turken zouden hun land ook wel in een landleger willen zien vertegenwoordigd. Er is hier ruimte voor een welkome afleiding van de netelige oorlog in het zuidoosten tegen de Koerden, waaraan het land een slechte reputatie heeft overgehouden.

Maar voor de Turken is dat niet de hoofdzaak. Nadat Atatürk een zo groot mogelijke samenballing van zijn nieuwe republiek nastreefde, komt er de laatste decennia in Turkije weer belangstelling voor het Ottomaanse Rijk, waarvan de deugden uitvoerig worden onderstreept. En niet alleen door de fundamentalisten en de fascisten die er nog steeds hun grote droom van maken. Bejammerd wordt in dit verband hoe dat rijk sinds de vorige eeuw steeds meer is afgebrokkeld, ook en vooral in Europa.

Zo is na de Eerste Wereldoorlog het eiland Kreta, waar een aanzienlijke moslimmeerderheid woonde, geheel `ontturkt'.

En bijna hetzelfde gebeurde met Rhodos, al bleven daar enkele duizenden Turken, en andere eilanden van de Dodekanesos in 1947. Het heftige optreden van Ankara op Cyprus, geheel tegen de stijl van Atatürk in, is vooral een uitvloeisel van het `van zich willen afbijten', hetgeen uitdraaide op het veroveren van bijna 40 procent van het eiland, waarop slechts 18 procent Turken leven.

Ook in Bulgarije werd de strijd ten behoeve van de bedreigde Turkse minderheid van 10 procent met succes bekroond. In Bosnië ging het minder voorspoedig. De vernietiging van de oude brug in Mostar en talloze andere Ottomaanse reminiscenties vervulden de Turken met een verpletterende bitterheid.

Des te meer willen ze `van zich afbijten' in Kosovo, waar de moslimmeerderheid ongekend groot is.