Slobodan Miloševic

(57) leek een mensenschuwe apparatsjik. Totdat hij in 1987 zijn mentor Ivan Stambolic ten val bracht als Servisch partijleider door het opzwepen van de nationalistische woede over een veronderstelde terreurcampagne tegen Serviërs in de autonome provincie Kosovo. Confisqueerde in 1989 de provincies Kosovo en Vojvodina, verstoorde het delicate evenwicht binnen de bondsstaat Joegoslavië en geldt daarom als hoofdverantwoordelijke voor de bloedige burgeroorlog van 1991-1995. Overleefde de Servische nederlaag door in het Dayton-akkoord de positie te verwerven van enige garantie op duurzame vrede. Massale protesten in 1996-1997 brachten hem aan het wankelen, meer niet. Hij geldt als meester-tacticus zonder strategie, met als enig doel machtsbehoud. Hoewel zijn neocommunistische partij SPS erodeert, Servië verarmt en hij op voet van oorlog leeft met de hele wereld, weet Miloševic aan de macht te blijven op de vleugels van het nationalisme en door tegenstanders tegen elkaar uit te spelen.