Online-oorlog tegen achterstand

Geen grotere spraakverwarring dan tussen cybermensen en computeranalfabeten. Op een voorlichtingsavond over Internet, georganiseerd door het Amsterdamse A2000, spreekt de voorlichter over inbelverbindingen, downloaden en MB's. In het publiek begint men elkaar aan te stoten. ,,Kunt u het vertalen'', roept iemand boos.

Al zoekt de voorlichter naar woorden, het lukt hem niet om Internet in gewone mensentaal te duiden. ,,Waar hééft die man het over'', bromt een vrouw. Na de inleiding wordt het publiek naar de winkel van A2000 gedreven, naar beeldschermen waarnaast jonge mannen die vlug demonstreren hoe leuk Internet is. De moed zakt velen in hun schoenen, maar ze weten het: niemand ontkomt eraan, iedereen moet digitaal.

Met voorlichtingsbijeenkomsten hebben de nieuwe media de oorlog verklaard aan het cyberanalfabetisme. Ook Den Haag wil dat het land online gaat: being digital, zoals dat heet, bepaalt je toekomst. Bovendien kan de digitale revolutie leiden tot een diepere kloof tussen de knows en know-nots.

Hogeropgeleiden zijn al vertrouwd met de virtuele werkelijkheid, maar hoe krijg je de zogeheten achterstandsgroepen online? Waarbij men die achterstand ruim mag formuleren. Zo weet de helft van de Nederlandse bevolking zich geen raad met Teletekst en schijnt een apparatenfobie heel gewoon te zijn: massa's mensen gaan met een ruime bocht om de kaartjesautomaat heen, maar op wereldschaal doet Nederland het nog niet zo slecht: de helft van de wereldbevolking heeft nog nooit een telefoongesprek gevoerd.

De moeilijkste categorie voor Internet vormen natuurlijk de analfabeten. Daarvan zijn er in Nederland, volgens OESO-onderzoek, één miljoen onder wie achthonderdduizend Nederlandstaligen. De groep wordt versterkt met tweeëneenhalf tot drie miljoen mensen in Nederland die maar nauwelijks kunnen lezen, schrijven en rekenen. Zij moeten nog een lange weg afleggen alvorens virtueel te gaan. Dat ze er nog met zovelen zijn, heeft te maken met het weinig consistente beleid van de Nederlandse overheid. In het begin van de jaren tachtig stond de Nederlandstalige analfabeet op een voetstuk. Daar moesten cursussen voor komen. Maar met de aandacht voor de nieuwkomers in Nederland, voor wie verplichte inburgering moest komen, werd Neerlands' analfabeet aan de kant geschoven. In de Basiseducatie moet het meeste geld naar de scholing van nieuwkomers. Nederland heeft een reputatie op het terrein van hardnekkige achterstand. Marokkanen, maar ook Turken en Koerden, blijven de hekkensluiters, de jaarlijks honderden miljoenen guldens aan onderwijsvoorrangsbeleid ten spijt. Het onderwijs geeft de bestaande maatschappelijke ongelijkheid door van de ene generatie op de andere. Allochtone leerlingen uit laaggeschoolde milieus vallen uit het onderwijs of gaan naar de Mavo.

Nieuwe technieken bestendigen doorgaans de bestaande ongelijkheid, zo ook de digitale revolutie. Zij drijft de computeranalfabeten onverbiddelijk naar een subcultuur. Ze worden van steeds meer voorzieningen uitgesloten. In toenemende mate zullen ze worden beschouwd als overlastveroorzakers: voor de digistumpers moeten stemlokalen worden ingericht. Ook virtueel bankieren is hun vreemd, zij moeten naar een bank. Maar hoeveel banken zullen nog hoeveel filialen willen openhouden? En is het personeel vervangen door computers? Hoe komen de achterblijvers aan informatie? Per telefoon? Maar in de telefonie rukt de stemcomputer op. Hoe worstelt de allochtone computeranalfabeet zich dáár doorheen? Subsidiegevers en hun werkers in multiwelzijn, opbouw en beleid zijn intussen bijna het spoor bijster. Zijn achterstanden überhaupt te bestrijden? Hoe krijg je een laaggeschoolde van WW naar WWW?

Uit onverwachte hoek komt hulp, en wel van de computer zelf. Experimenten in de praktijk leveren een verrassend beeld. In het Speciaal Onderwijs, vroeger BLO, blijken kinderen tot onvermoede leerresultaten te komen – vermits zij achter de computer worden gezet. Dan kunnen zij zelfs terug naar de reguliere schoolklas. Hetzelfde geldt voor analfabeten die leren lezen en schrijven – per computer. Dat gaat stukken sneller en speelser dan zonder beeldscherm. Ook leerlingen die hun achterstand in een vak per computer mogen wegwerken, doen dat met veel succes.

De computer werpt zich op als onverwachte en geniale achterstandsbestrijder. Misschien krijgt hij voor elkaar wat de mens niet lukt. Dat betekent een digitale ommezwaai in de bestrijding van achterstanden, een terrein waar de computer nog maar nauwelijks als middel wordt gebruikt. Het heet dat Marokkaanse jongeren therapeutisch moeten kickboksen. Waarom niet Internetten?

Online-achterstandsbestrijding kan voor verrassende resultaten zorgen, maar het vereist ook een ander denken en dito investering. Juist voor de minima hoort een computer met modem tot het standaardoverlevingspakket. Waarom kunnen zij niet, met bijzondere bijstand, een computer leasen? De digitale revolutie is het ideale moment om de platgetreden paden in de bestrijding van achterstanden te verlaten. Wie nu geen durf heeft, werkt mee aan de definitieve genadeslag van lagergeschoolden.